Wat betekent het dat het Woord ‘onder ons heeft gewoond’?
Kort antwoord
Dat het Woord onder ons heeft gewoond, betekent dat God in Jezus Zijn tent opsloeg tussen de mensen. Het Griekse werkwoord skēnoō betekent letterlijk 'een tent opslaan' en verwijst naar de tabernakel, de tent waarin God midden in het kamp van Israël woonde. In Jezus kwam God niet op bezoek, maar kwam Hij wonen: dichtbij, zichtbaar en vol van genade en waarheid.
In dit artikel
Wat vind jij?
Herken je dit, heb je een vraag of zie je het anders? Je reactie is welkom.
Plaats een reactieJohannes 1:14 is een van de bekendste zinnen uit de Bijbel. Elk jaar rond Kerst wordt hij voorgelezen:
En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader) vol van genade en waarheid. — Johannes 1:14 (HSV © Stichting HSV)
Juist omdat de zin zo bekend is, lezen we er snel overheen. "Heeft onder ons gewoond" klinkt vriendelijk, maar ook een beetje vlak. Toch zit er in dat ene werkwoord een heel verhaal verstopt, dat teruggaat tot de woestijntocht van Israël.
Wat staat er in het Grieks?
Het Griekse werkwoord dat Johannes hier gebruikt, is skēnoō. Het hangt samen met skēnē, het woord voor tent. In de Griekse vertaling van het Oude Testament, die in de tijd van Johannes veel gelezen werd, is skēnē ook het woord voor de tabernakel: de tent waarin God te midden van Israël woonde.
Skēnoō betekent dus niet zomaar "verblijven" of "ergens zijn". Het betekent: een tent opslaan, in een tent wonen. Letterlijk zou je kunnen vertalen: het Woord is vlees geworden en heeft Zijn tent onder ons opgeslagen.
Dat is geen kleine nuance. Wie dit woord hoorde en het Oude Testament kende, dacht meteen aan één bepaalde tent.
De tent in het midden van het kamp
Toen Israël na de uittocht uit Egypte door de woestijn trok, gaf God Mozes de opdracht een heiligdom te bouwen. De reden staat er heel eenvoudig bij:
En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen. — Exodus 25:8 (HSV © Stichting HSV)
In hun midden. Dat is letterlijk bedoeld. De tabernakel stond niet ergens ver weg op een berg, en het was ook geen tempel waar je eerst dagen naartoe moest reizen. Hij stond in het centrum van het kamp, en alle stammen sloegen hun tenten eromheen op:
De Israëlieten moeten hun kamp opslaan, ieder bij zijn vaandel, bij de herkenningstekens die behoren bij hun familie; zij moeten op enige afstand hun kamp opslaan rondom de tent van ontmoeting. — Numeri 2:2 (HSV © Stichting HSV)
Toen de tent klaar was, gebeurde er iets overweldigends:
Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent van ontmoeting niet kon binnengaan, omdat de wolk daarop bleef en de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde. — Exodus 40:34-35 (HSV © Stichting HSV)
Let op het woord "heerlijkheid". Johannes gebruikt het in dezelfde zin als "heeft onder ons gewoond": "wij hebben Zijn heerlijkheid gezien". Tent en heerlijkheid, het zijn dezelfde twee elementen als in Exodus 40. Johannes zegt eigenlijk: wat er toen in de woestijn gebeurde, is opnieuw gebeurd. Alleen niet meer in doek en hout, maar in een lichaam van vlees en bloed.
Misjkan en Sjechina
Het Hebreeuwse woord voor de tabernakel is misjkan, letterlijk "woonplaats". Het komt van de werkwoordsstam sh-k-n, die "wonen" of "neerstrijken" betekent.
Van diezelfde stam komt het woord Sjechina. Dat woord staat zelf niet in de Bijbel; het komt uit de latere Joodse traditie, waar het gebruikt wordt voor Gods wonende aanwezigheid bij Zijn volk. In die traditie werd de Sjechina onder meer verbonden met de wolkkolom en de vuurkolom die op de tabernakel rustten.
Het woord voor de tent en het woord voor Gods aanwezigheid zijn dus taalkundig familie. Gods woning en Gods wonen horen bij elkaar. Wie Johannes 1:14 met die achtergrond leest, ziet hoe zwaar het zinnetje is: in Jezus is God zelf komen wonen, en Zijn heerlijkheid was zichtbaar.
Wat betekent het dat het Woord onder ons heeft gewoond?
"Het Woord heeft onder ons gewoond" betekent dat God in Jezus Zijn tent heeft opgeslagen midden tussen de mensen, zoals Hij ooit in de tabernakel midden in het kamp van Israël woonde. Het gaat niet om een kort bezoek, maar om werkelijk wonen: dichtbij, zichtbaar en aanraakbaar.
Ik vergelijk het weleens met logeren. Wie logeert, komt met een weekendtas en gaat zondagavond weer naar huis. Zo is Jezus niet gekomen. Hij kwam niet voor een weekendje aarde. Hij kwam wonen.
En dat wonen was heel gewoon. Stel je voor dat je morgen nieuwe buren krijgt. Een jong stel, zij is hoogzwanger. Je loopt er met een kop koffie naartoe om kennis te maken, en ze stellen zich voor: Jozef en Maria. Zo reëel was het. Jezus groeide op in een gewoon dorp, speelde met andere kinderen, leerde de Thora. De God door Wie alle dingen gemaakt zijn, had zomaar je buurman kunnen zijn.
Dat is precies wat Johannes wil laten landen. Een God die woont, is een God die je tegenkomt. Op straat, aan tafel, en uiteindelijk aan een kruis.
Waarom koos God juist voor een tent?
Een tent is kwetsbaar. Het is geen paleis en geen vesting. Wie in een tent woont, deelt de omstandigheden van de mensen om zich heen: dezelfde hitte, dezelfde wind, dezelfde reis.
Al in de woestijn liet God daarmee iets van Zijn karakter zien. Hij wilde geen God op afstand zijn, ergens boven op een berg waar je één keer in de zoveel tijd naartoe mocht. Hij wilde in het midden wonen, tussen Zijn kinderen. Dat verlangen loopt als een rode draad door de Bijbel, en in Jezus wordt het volledig werkelijkheid.
Het verhaal stopt daar ook niet. Helemaal aan het eind van de Bijbel klinkt hetzelfde beeld opnieuw:
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. — Openbaring 21:3 (HSV © Stichting HSV)
Van de tabernakel in de woestijn, via Jezus die Zijn tent onder ons opsloeg, naar de nieuwe schepping waarin God voorgoed bij de mensen woont: het is één lijn. Gods plan is altijd geweest om bij ons te zijn.
Wil Jezus ook nu nog onder ons wonen?
Tweeduizend jaar geleden woonde Jezus lichamelijk tussen de mensen in Galilea en Judea. Wij leven niet in Bethlehem en niet in die tijd. Betekent Johannes 1:14 dan alleen iets voor de mensen van toen?
Ik geloof van niet. Later in zijn evangelie vertelt Johannes hoe Jezus belooft dat Hij en de Vader zullen komen wonen bij wie Hem liefheeft (Johannes 14:23), en dat de Heilige Geest bij Zijn leerlingen zal blijven. De tent die eerst midden in het kamp stond en daarna in een mensenlichaam, wil God nu opslaan in mensenharten. Daarvoor is geen volle stempelkaart nodig en geen lijstje met prestaties. Johannes zegt een paar verzen eerder dat iedereen die Jezus aanneemt, het recht krijgt om een kind van God te worden.
Ik heb er zelf zeventien jaar over gedaan om God te ontmoeten. Achteraf weet ik: Hij was er al die tijd al, alleen had ik het niet door. Dat is misschien wel de mooiste kant van dit woord. God kwam niet pas wonen toen wij Hem eindelijk vonden. Hij had Zijn tent al opgeslagen, midden in de wereld, lang voordat wij naar Hem op zoek gingen.
Een God die dichtbij wil zijn
"Heeft onder ons gewoond" is dus geen vriendelijk bijzinnetje. Het is de kern van het evangelie in een paar woorden. De God van de schepping, de God van de wolkkolom en de vuurkolom, de God wiens heerlijkheid de tabernakel vulde, is komen wonen waar wij wonen. Vol van genade en waarheid.
Wie dat leest, mag weten: God is niet ver weg. Hij heeft altijd in het midden willen wonen. En dat verlangen geldt vandaag nog steeds, ook voor jou.

Reacties
Nog geen reacties. Wat raakte jou in dit artikel?
Dank je wel! Je reactie is ontvangen en verschijnt na goedkeuring.
Je reactie kon niet worden verstuurd. Vul je naam en reactie in en vink de toestemming aan.