Waarom begint Johannes bij Genesis?

Kort antwoord

Johannes begint bij Genesis omdat hij het verhaal van Jezus vertelt als vervolg op de schepping. Zijn eerste woorden, 'in het begin' (en archē), zijn dezelfde als die van Genesis 1:1 in de Griekse vertaling die zijn lezers kenden. Hij schrijft terugkijkend vanuit de opstanding, en begint daarom niet bij Bethlehem, maar bij het begin van alles.

Waarom begint Johannes bij Genesis?
In dit artikel
  1. Vier evangeliën, vier openingen
  2. Terugkijken vanuit de overwinning
  3. Waarom dat “begin” geen toeval is
  4. Wat verandert er als je vanuit het einde begint?
  5. Betekent dit dat Johannes minder betrouwbaar is?
  6. Hoe lees je Johannes dan?

Wat vind jij?

Herken je dit, heb je een vraag of zie je het anders? Je reactie is welkom.

Plaats een reactie

Vier evangeliën, vier openingen

Als je de vier evangeliën naast elkaar legt, valt er iets op dat je makkelijk over het hoofd ziet wanneer je ze los van elkaar leest: ze beginnen alle vier compleet anders.

Mattheüs opent met een stamboom. Ruim veertig namen op een rij, van Abraham tot Jozef. Dat is geen saai openingsformulier — het is een argument. Mattheüs schrijft voor een Joods publiek en wil meteen laten zien: deze Jezus past in de lijn van Abraham, in de lijn van David. Zijn opening is een stuk bewijsvoering.

Lukas doet iets anders. Hij begint met een verantwoording aan een zekere Theofilus: hij heeft alles van het begin af nauwkeurig onderzocht en wil het ordelijk opschrijven (Lukas 1:1-4). Daarna zet hij zijn verhaal stevig in de tijd: in de dagen van Herodes, de koning van Judea (Lukas 1:5), en een hoofdstuk later met keizer Augustus en een volkstelling (Lukas 2:1-2). Lukas schrijft als iemand die zijn verhaal historisch wil vastzetten, verifieerbaar wil maken, in de tijdlijn van de wereldgeschiedenis.

Markus doet geen van beide. Markus begint gewoon middenin de actie, bij Johannes de Doper in de woestijn. Geen inleiding, geen stamboom, geen jaartal. Gewoon: erin.

Drie evangeliën, drie manieren om hetzelfde te doen: vertellen wat er gebeurde, vanuit het perspectief van iemand die erbij stond of met ooggetuigen sprak. Reportage, in verschillende stijlen.

En dan is er Johannes.

Terugkijken vanuit de overwinning

Volgens de vroege kerkelijke overlevering was Johannes de laatste van de twaalf discipelen die nog leefde toen hij zijn evangelie schreef. Ik zeg dit met opzet voorzichtig — het is overlevering, geen harde historische zekerheid, en onder bijbelwetenschappers bestaat al eeuwenlang discussie over wie het vierde evangelie precies heeft geschreven en wanneer. Maar wat je in de tekst zelf proeft, sluit wel aan bij dat beeld: dit is geen vers-van-de-pers verslag. Dit is een evangelie geschreven door iemand die decennia de tijd heeft gehad om na te denken over wat hij heeft meegemaakt.

En als je decennia de tijd hebt gehad om na te denken over het belangrijkste wat je ooit hebt meegemaakt, verandert dat hoe je het vertelt.

Er is een beeld dat dit denk ik het beste vangt: oude familiefoto’s bekijken nadat je het hele verhaal van die familie al kent. Als kind kijk je naar een foto van je opa als jonge man en zie je gewoon: een man op een fiets. Maar nadat je later hebt gehoord wat hij heeft meegemaakt — een oorlog, een verlies, een nieuw begin — kijk je naar diezelfde foto en zie je opeens veel meer. Dezelfde foto. Andere blik. Omdat je nu het hele verhaal kent.

Zo kijkt Johannes naar Jezus. Hij heeft het kruis gezien. Hij heeft het lege graf gezien. Hij heeft, gelooft de vroege kerk, de Heilige Geest zien komen met Pinksteren. Hij heeft niet alleen meegemaakt wát er gebeurde — hij heeft tientallen jaren gehad om te verwerken wat het allemaal betékende.

Waar Mattheüs, Markus en Lukas vertellen wát ze zagen gebeuren, vertelt Johannes wat het betekende. Hij schrijft niet als reporter die verslag doet, maar als iemand die terugkijkt vanaf de overwinning.

Waarom dat “begin” geen toeval is

En dát verklaart, denk ik, waarom Johannes niet bij Bethlehem begint. Hij begint niet eens bij Israël. Hij begint vóór de tijd.

“In het begin was het Woord.” Wie dat leest, hoort meteen de eerste zin van de Bijbel:

In het begin schiep God de hemel en de aarde

Genesis 1:1 (HSV © Stichting HSV)

In het Hebreeuws is “in het begin” één woord: bereshit. Maar Johannes schreef in het Grieks, en veel van zijn lezers kenden de Hebreeuwse Bijbel in de Griekse vertaling, de Septuagint. Daar begint Genesis met precies dezelfde woorden als Johannes: en archē, in het begin. Voor elke lezer die die Bijbel kende, moet de echo onmiddellijk hebben geklonken.

Dat is geen toevallige woordkeuze. Iemand die zijn evangelie schrijft na decennia van reflectie, kiest zijn openingszin niet lukraak. Johannes wil dat je aan Genesis denkt. Hij wil dat je het verhaal van Jezus leest als het vervolg — of eigenlijk: als de sleutel — van het scheppingsverhaal zelf.

Een reporter die verslag doet van wat hij zag, begint bij het begin van de gebeurtenis. Iemand die terugkijkt vanaf de uitkomst en de betekenis ervan probeert te vangen, begint bij het begin van alles.

Wat verandert er als je vanuit het einde begint?

Dit lijkt misschien een literair detail, maar het heeft gevolgen voor hoe je de rest van het evangelie leest.

Een verslag geschreven vlak na de gebeurtenissen bevat vooral feiten: wie zei wat, wie deed wat, wanneer. Een verslag geschreven na decennia van nadenken bevat ook duiding: waarom deed Hij dat, wat betekende dat teken, hoe past dit in het grotere geheel.

Dat is precies wat je in Johannes tegenkomt. Er zijn minder gebeurtenissen dan in de andere evangeliën, maar elke gebeurtenis krijgt meer uitleg. Johannes noemt de wonderen van Jezus consequent “tekenen” — niet zomaar machtsdaden, maar daden die iets betekenen, die naar iets wijzen. Hij laat Jezus lange gesprekken voeren die je in de andere evangeliën niet vindt. Hij voegt uitleg toe die de andere evangelisten weglaten.

Dat is geen evangelie dat minder betrouwbaar is omdat het later geschreven is. Het is een evangelie dat een ander soort waarheid biedt: niet alleen wát er gebeurde, maar wat het betekende — gezien door iemand die er zelf bij was én er decennia over heeft nagedacht.

Dit punt — dat Johannes terugkijkt vanuit de opstanding — is de rode draad onder bijna elk hoofdstuk van dit evangelie. Het verklaart waarom dit evangelie soms zo anders aanvoelt dan de andere drie.

Betekent dit dat Johannes minder betrouwbaar is?

Dit is een vraag die ik niet wil overslaan, want hij ligt voor de hand: als Johannes pas decennia later schrijft, en zoveel duiding toevoegt die de andere evangelisten niet hebben, is zijn verslag dan wel zo betrouwbaar als een verslag dat dichter op de gebeurtenissen zelf zit?

Het is een eerlijke vraag, en er bestaan binnen de bijbelwetenschap uiteenlopende antwoorden op — dit is niet een punt waarop iedereen het eens is, en ik wil dat niet verhullen. Sommige geleerden benadrukken vooral de historische afstand en zien Johannes primair als theologische reflectie, losser van de feitelijke gebeurtenissen. Anderen wijzen erop dat juist de details in Johannes — plaatsnamen, afstanden, gebruiken uit het eerste-eeuwse Jeruzalem — een schrijver verraden die uit eigen ervaring put, niet iemand die van horen zeggen werkt.

Zelf denk ik dat “later geschreven” en “minder betrouwbaar” niet automatisch samenvallen. Denk aan een grootouder die een familiegebeurtenis uit zijn jeugd vertelt. Die vertelling bevat misschien minder rauwe, ongefilterde details dan een verslag dat je een uur na de gebeurtenis zelf had opgeschreven — maar ze bevat wel iets wat dat directe verslag nooit kan bevatten: het besef van wat die gebeurtenis uiteindelijk heeft betekend voor de rest van het leven. Beide soorten verslag hebben waarde. Ze doen alleen niet hetzelfde werk.

Johannes doet niet minder werk dan Mattheüs, Markus en Lukas. Hij doet ander werk. Zij leggen vast wát er gebeurde. Hij legt uit wat het betekende — met de autoriteit van iemand die zegt, in zijn eigen slotwoorden verderop in zijn evangelie, dat hij het zelf heeft gezien.

Hoe lees je Johannes dan?

Misschien lijkt deze vraag — waarom begint Johannes bij Genesis — vooral iets voor bijbelwetenschappers. Maar ik denk dat er iets in zit voor iedereen die dit evangelie gaat lezen.

Johannes vraagt je niet om zijn verhaal te lezen zoals je een krantenartikel leest, van feit naar feit. Hij vraagt je om het te lezen zoals je terugkijkt op je eigen leven na een moeilijke periode: niet alleen wát er gebeurde, maar wat het uiteindelijk heeft betekend. Dat is een andere manier van lezen — trager, met meer ruimte voor de vraag “waarom vertelt hij dit zo,” in plaats van alleen “wat gebeurde er precies.”

Vier evangelisten, vier openingen, vier manieren om naar hetzelfde verhaal te kijken. Mattheüs bewijst een stamboom. Lukas zet zijn verhaal vast in de tijd. Markus springt midden in de actie. En Johannes — die alles al heeft gezien, het kruis, het lege graf, de jaren die daarna kwamen — doet iets wat geen van de andere drie doet.

Hij begint niet bij een mens. Hij begint bij het begin van alles.

Dat is geen vreemde theologische omweg voordat het “echte” verhaal begint. Het is precies de reden waarom Johannes anders leest dan de andere evangeliën, en waarom dit evangelie je, hoofdstuk voor hoofdstuk, blijft uitnodigen om niet alleen te vragen wát er gebeurde — maar wat het betekent. Elke keer dat Johannes een detail toevoegt dat de andere evangelisten niet noemen — een gesprek, een uitleg, een schijnbaar terzijde — mag je je afvragen: wat heeft deze man, na al die jaren van nadenken, hier willen laten zien?

Reacties

Nog geen reacties. Wat raakte jou in dit artikel?

    Dank je wel! Je reactie is ontvangen en verschijnt na goedkeuring.

    Plaats een reactie

    Je reactie verschijnt na goedkeuring. Je e-mailadres wordt nooit getoond.