Wat betekent 'Ik ben' (egō eimi) in het evangelie van Johannes?

Kort antwoord

Met 'Ik ben' (Grieks: egō eimi) gebruikt Jezus in het evangelie van Johannes de naam waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte: IK BEN (Exodus 3:14). Soms koppelt Hij er een beeld aan, zoals het Brood des levens of de goede Herder. Soms zegt Hij alleen 'Ik ben', zoals in de storm op het meer. Johannes laat daarmee zien dat in Jezus God Zelf aanwezig is.

In dit artikel
  1. Wat betekent egō eimi letterlijk?
  2. Waar komt 'Ik ben' vandaan?
  3. Hoe gebruikt Johannes 'Ik ben'?
  4. Waarom wilden ze Jezus stenigen?
  5. Wat gebeurde er in de hof?
  6. Wat betekent dit voor wie Jezus is?

Wat vind jij?

Herken je dit, heb je een vraag of zie je het anders? Je reactie is welkom.

Plaats een reactie

Wie het evangelie van Johannes leest, komt twee kleine Griekse woorden steeds weer tegen: egō eimi, "Ik ben". Soms staan ze in een beeld, zoals "Ik ben het Brood des levens" of "Ik ben de goede Herder". Soms staan ze helemaal los, zonder iets erachter. Juist die losse momenten vallen op, omdat de reactie van de mensen eromheen vaak heftig is. Johannes laat ons daar iets horen wat zijn eerste lezers niet konden missen.

Wat betekent egō eimi letterlijk?

Egō eimi betekent letterlijk "Ik ben". In het gewone Grieks is het een heel alledaagse uitdrukking. Wie op de vraag "ben jij het?" antwoordt met "dat ben ik", gebruikt dezelfde woorden. De blindgeborene die door Jezus genezen is, zegt het ook gewoon over zichzelf als de buren twijfelen of hij het echt is (Johannes 9:9). Niet elke keer dat de woorden vallen, zit er dus een diepe betekenis achter.

Maar bij Jezus gebruikt Johannes de uitdrukking opvallend vaak, en op momenten die er niet toevallig uitzien. Om dat te begrijpen moeten we terug naar het Oude Testament.

Waar komt 'Ik ben' vandaan?

Als Mozes bij de brandende braamstruik vraagt wat hij tegen Israël moet zeggen als ze willen weten wie hem gestuurd heeft, krijgt hij dit antwoord:

En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden. — Exodus 3:14 (HSV © Stichting HSV)

In het Hebreeuws staat er ehyeh asher ehyeh. Het is nauw verbonden met de Godsnaam die in de HSV als HEERE wordt weergegeven. Joodse vertalers hebben het Oude Testament al voor de komst van Jezus in het Grieks vertaald, een vertaling die we de Septuagint noemen. Daar wordt Exodus 3:14 weergegeven met egō eimi ho ōn: "Ik ben de Zijnde".

Ook in Jesaja klinkt die taal. Daar spreekt God tegen een volk in ballingschap, dat zich afvraagt of de goden van Babel niet machtiger zijn:

U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn dienaar die Ik verkozen heb, opdat u het weet en Mij gelooft, en begrijpt dat Ik Dezelfde ben: vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. — Jesaja 43:10 (HSV © Stichting HSV)

Waar de HSV "dat Ik Dezelfde ben" vertaalt, staat in het Hebreeuws ani hu, letterlijk "Ik (ben) Hij". De Septuagint vertaalt dat hier met egō eimi. Op belangrijke plaatsen waar God Zichzelf bekendmaakt als de enige, de Ene die er altijd is, zoals in Exodus 3:14 en in Jesaja, klinkt dus dit "Ik ben". Niet overal in het Oude Testament, maar wel op de plekken waar het ertoe doet.

Hoe gebruikt Johannes 'Ik ben'?

Johannes laat Jezus "Ik ben" op twee manieren zeggen.

De eerste manier kennen veel mensen: de zeven beelden waarin Jezus beschrijft wie Hij is. Ik ben het Brood des levens (6:35). Ik ben het Licht der wereld (8:12). Ik ben de deur (10:7, 9). Ik ben de goede Herder (10:11). Ik ben de opstanding en het leven (11:25). Ik ben de weg, de waarheid en het leven (14:6). Ik ben de ware wijnstok (15:1). Elk beeld zegt iets over wat Jezus voor mensen is: voedsel, licht, toegang, zorg, leven, richting en verbondenheid.

De tweede manier is minder bekend, maar misschien nog sterker. Op een aantal plaatsen zegt Jezus alleen: Ik ben. Zonder beeld erachter. Als de discipelen 's nachts midden op het meer in een storm zitten, ver van de kant, en Jezus over het water naar hen toe komt lopen, zegt Hij:

Maar Hij zei tegen hen: Ik ben het, wees niet bevreesd. — Johannes 6:20 (HSV © Stichting HSV)

In het Grieks staat er alleen egō eimi. Je kunt het lezen als "Ik ben het", en dat is ook wat een angstige bemanning nodig heeft. Maar wie het Oude Testament kent, hoort meer. Op het moment dat ze het bangst zijn, noemt Jezus niet alleen Zichzelf, maar de naam van God. Niet de naam van een koning, maar de naam van God Zelf.

Waarom wilden ze Jezus stenigen?

Het duidelijkste voorbeeld staat in Johannes 8. Jezus is in gesprek met mensen die zich beroepen op Abraham als hun vader. Het gesprek loopt hoog op, en dan zegt Jezus:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik. Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar Jezus verborg Zich en ging de tempel uit; Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg. — Johannes 8:58-59 (HSV © Stichting HSV)

Grammaticaal klopt de zin eigenlijk niet. Je zou verwachten: "Vóór Abraham geboren was, wás Ik." Maar Jezus zegt: ben Ik. Hij spreekt niet over een moment in het verleden, maar over een bestaan dat altijd heden is. Zijn toehoorders begrepen heel goed wat Hij bedoelde: zo spreekt alleen God. Daarom pakten ze stenen op. Ze reageerden niet op een vreemde formulering, maar op wat zij als Godslastering zagen.

Eerder in hetzelfde gesprek zegt Jezus het al:

Ik heb u dan gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u in uw zonden sterven. — Johannes 8:24 (HSV © Stichting HSV)

Ook daar staat in het Grieks alleen egō eimi: "als u niet gelooft dat Ik ben".

Wat gebeurde er in de hof?

Het laatste moment is misschien het meest onverwachte. In de hof waar Jezus gevangengenomen wordt, komen soldaten met fakkels en wapens om Hem te arresteren. Hij vraagt wie ze zoeken.

Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazarener. Jezus zei tegen hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verraadde, stond ook bij hen. Toen Hij dan tegen hen zei: Ik ben het, deinsden zij terug en vielen op de grond. — Johannes 18:5-6 (HSV © Stichting HSV)

Een groep gewapende mannen valt achterover bij twee woorden. Johannes herhaalt het "Ik ben" bovendien, alsof hij wil dat je het niet mist. En toch laat Jezus Zich daarna meenemen. Degene die de naam van God draagt, geeft Zichzelf vrijwillig over.

Wat betekent dit voor wie Jezus is?

"Ik ben" in het evangelie van Johannes betekent dat Jezus de naam gebruikt waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte, en daarmee laat zien dat in Hem God Zelf aanwezig is. Johannes zegt dat al in zijn eerste zin: het Woord was God. De "Ik ben"-uitspraken laten zien hoe dat er in het leven van Jezus uitziet.

Dat is geen abstracte leer. Het wordt steeds uitgesproken op momenten van nood: tegen hongerige mensen, tegen bange discipelen in een storm, tegen mensen die vastzitten in hun zonden, tegen een rouwende zus bij een graf (11:25). De God die zei "IK BEN heeft mij naar u toe gezonden" toen Israël in slavernij zat, is dezelfde God die in Jezus zegt: Ik ben het, wees niet bevreesd.

En misschien is dat het mooiste eraan. De naam die boven alles staat, wordt niet gebruikt om mensen op afstand te houden, maar om dichtbij te komen. De IK BEN loopt over het water naar een boot vol bange mensen toe. Hij laat Zich arresteren door de mensen die voor Zijn naam op de grond vallen. Wie Jezus ontmoet, ontmoet niet een boodschapper over God, maar God Zelf, die naar beneden is gekomen om ons te zoeken.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wat raakte jou in dit artikel?

    Dank je wel! Je reactie is ontvangen en verschijnt na goedkeuring.

    Plaats een reactie

    Je reactie verschijnt na goedkeuring. Je e-mailadres wordt nooit getoond.