Wat is het Loofhuttenfeest en wat heeft het met Jezus te maken?
Kort antwoord
Het Loofhuttenfeest (Soekot) is een Joods feest waarbij Israël zeven dagen in hutten van takken woont, ter herinnering aan de woestijntocht (Leviticus 23). Het was een oogstfeest vol vreugde, met in Jezus' tijd een waterceremonie en grote lampen in de tempel. Juist op dit feest riep Jezus dat Hij het levende water geeft. Johannes laat zien dat alles waar het feest naar verwees, in Jezus vervuld wordt.
In dit artikel
Wat vind jij?
Herken je dit, heb je een vraag of zie je het anders? Je reactie is welkom.
Plaats een reactieWie in het najaar door een Joodse wijk loopt, ziet op balkons en binnenplaatsen soms kleine hutjes staan, met een dak van takken waar je de lucht doorheen kunt zien. Het is Loofhutten, in het Hebreeuws Soekot. Voor veel christenen is het een onbekend feest. Toch speelt een van de belangrijkste momenten uit het Johannesevangelie zich precies op dit feest af.
Wat het Loofhuttenfeest is
Het Loofhuttenfeest is een van de drie grote pelgrimsfeesten van Israël, naast Pesach en het Wekenfeest. Het begint op de vijftiende dag van de zevende maand van de Joodse kalender, wat in onze jaartelling in september of oktober valt, en het duurt zeven dagen, gevolgd door een achtste slotdag. God geeft er in Leviticus 23 een bijzondere opdracht bij:
Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb.
Het feest heeft daardoor verschillende lagen. Het is een herinnering: een week lang woon je zoals je voorouders in de woestijn, kwetsbaar en afhankelijk, en toch door God beschermd en gevoed. Het is een oogstfeest: de oogst van het jaar is binnen, en er is reden voor dankbaarheid. En het werd steeds meer een feest van verwachting. De profeet Zacharia ziet een toekomst waarin niet alleen Israël, maar alle volken naar Jeruzalem komen "om het Loofhuttenfeest te vieren" (Zacharia 14:16).
Water en licht in de tempel
In de tijd van Jezus waren er rond het feest twee opvallende gebruiken, die we kennen uit de Misjna, de Joodse overlevering die rond 200 na Christus op schrift werd gesteld. Omdat dat anderhalve eeuw na Jezus is, kunnen we niet met zekerheid zeggen dat alles in Zijn tijd precies zo ging, maar de hoofdlijnen zijn waarschijnlijk ouder.
Het eerste gebruik was de waterceremonie. Elke ochtend van het feest droeg een priester een gouden kruik water van de vijver van Siloam naar de tempel en goot het bij het altaar uit. Dat had alles te maken met de tijd van het jaar: het feest viel net voor het regenseizoen, en zonder regen was er volgend jaar geen oogst. Latere Joodse uitleg verbond de ceremonie met Jesaja 12:3: "U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil."
Het tweede gebruik was het licht. In de voorhof van de tempel werden enorme lampen ontstoken, zo fel dat volgens de Misjna elke binnenplaats van Jeruzalem erdoor verlicht werd. Er werd 's nachts gedanst met fakkels en de Levieten speelden muziek. De Misjna zegt dat wie die vreugde nooit had gezien, nog nooit echte vreugde had gezien.
Jezus op het Loofhuttenfeest
Johannes 7 en 8 spelen zich af rond dit feest. Jezus gaat er eerst niet heen als Zijn broers dat van Hem verwachten, maar halverwege het feest verschijnt Hij in de tempel en geeft Hij onderwijs. Op de laatste, grote dag gebeurt dan iets wat je pas goed begrijpt tegen de achtergrond van de waterceremonie:
En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken.
Op het feest waarop heel Jeruzalem vierde dat God water geeft, zegt Jezus: Ik ben de bron. Johannes legt uit dat Jezus daarmee doelde op de Heilige Geest, die wie in Hem gelooft zou ontvangen
Kort daarna, in de tempel, zegt Jezus:
Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben
Johannes vertelt dat Hij dit zei bij de schatkist (8:20), en die stond waarschijnlijk in dezelfde voorhof als de grote feestlampen. Of Jezus deze woorden nog tijdens het feest sprak, is niet helemaal zeker, maar veel uitleggers zien hier een bewuste verbinding: na het water ook het licht.
Het Woord dat onder ons kwam wonen
Er is nog een verbinding, helemaal aan het begin van het Johannesevangelie. Johannes schrijft:
En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond
Het Griekse werkwoord dat daar staat, skēnoō, betekent letterlijk: een tent opslaan, in een tent wonen. Het is verwant aan het woord voor de tabernakel, de tent waarin God in de woestijn te midden van Zijn volk woonde.
Wie het Loofhuttenfeest kent, hoort dat meteen. Een week lang woonde Israël in tijdelijke hutten, ter herinnering aan de tijd dat God met hen meetrok door de woestijn. In Jezus slaat God zelf Zijn tent op tussen de mensen. Niet als herinnering, maar als werkelijkheid.
Wat dit betekent voor het lezen van de Bijbel
Het Loofhuttenfeest laat zien hoe belangrijk de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament is. Wie Johannes 7 leest zonder iets van het feest te weten, leest een mooie uitnodiging. Wie weet wat er die dag in de tempel gebeurde, hoort een kreet die midden in een feest valt en dat feest openbreekt.
Jezus schaft het feest niet af. Hij laat zien waar het al die eeuwen naar wees: een God die met Zijn volk meetrekt, die water geeft in de woestijn, die licht brengt in de nacht. En Zacharia's beeld van alle volken die het feest komen vieren, krijgt in Hem een nieuwe diepte. De uitnodiging om te komen en te drinken geldt niet alleen voor de mensen die die dag in Jeruzalem stonden. Ze geldt voor iedereen die dorst heeft.

Reacties
Nog geen reacties. Wat raakte jou in dit artikel?
Dank je wel! Je reactie is ontvangen en verschijnt na goedkeuring.
Je reactie kon niet worden verstuurd. Vul je naam en reactie in en vink de toestemming aan.