Wat betekent ‘genade op genade’ in Johannes 1:16?
Kort antwoord
'Genade op genade' (Johannes 1:16) staat in het Grieks als charin anti charitos: letterlijk 'genade in plaats van genade'. Het beschrijft een genade die steeds opnieuw komt, zoals de ene golf op de andere volgt, uit de volheid (plērōma) van Christus. Johannes verbindt dit met Mozes: de wet werd gegeven, maar genade en waarheid zijn in Jezus mens geworden.
In dit artikel
Wat vind jij?
Herken je dit, heb je een vraag of zie je het anders? Je reactie is welkom.
Plaats een reactieIn de proloog van het Johannesevangelie staat een korte uitdrukking die veel mensen mooi vinden, maar waarvan weinigen precies kunnen zeggen wat ze betekent:
En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen. — Johannes 1:16-17 (HSV © Stichting HSV)
Genade op genade. Het klinkt als een stapeling, als iets wat zich opbouwt. Maar wat staat er eigenlijk, en wat wil Johannes ermee zeggen?
Wat staat er in het Grieks?
In het Grieks staat er charin anti charitos. Charis is genade: de onverdiende gunst en goedheid van God. Het opvallende woord is anti. Dat betekent meestal "in plaats van" of "tegenover". Letterlijk staat er dus: genade in plaats van genade.
Dat is een ongewone uitdrukking, en uitleggers lezen haar niet allemaal op dezelfde manier. Ik noem de twee belangrijkste lezingen, omdat ze allebei iets waars laten zien.
De eerste lezing ziet een voortdurende opeenvolging. De ene genade maakt plaats voor de volgende, die weer plaatsmaakt voor de volgende. Genade wordt niet één keer gegeven en raakt dan op, maar wordt telkens opnieuw aangevuld. Zo komen veel vertalingen, ook de HSV, op "genade op genade".
De tweede lezing kijkt naar het vers dat erop volgt. Daar zet Johannes de wet die door Mozes gegeven is naast de genade en waarheid die door Jezus gekomen zijn. Volgens deze lezing bedoelt Johannes: de genade die God gaf in de wet, wordt nu overtroffen door de genade die in Jezus gekomen is. Niet omdat de wet slecht was, maar omdat er nu iets voller is gekomen.
Die twee lezingen sluiten elkaar niet uit. In beide gevallen is de boodschap dat Gods genade niet stilstaat en niet opraakt.
Genade als golven van de zee
Zelf denk ik bij "genade op genade" altijd aan de golven van de zee. Een golf rolt het strand op. Nog voordat hij helemaal is teruggetrokken, komt de volgende al, en daarna weer een, en weer een. Het houdt nooit op. Je kunt op het strand gaan zitten en wachten tot de zee leeg is, maar dat moment komt niet.
Zo beschrijft Johannes de genade van God. Niet als een klein restje dat je zuinig moet bewaren, niet als een voorraad die op een dag op is. Genade op genade op genade, als een eindeloze golf die blijft rollen.
Wat betekent volheid?
Johannes zegt dat we die genade ontvangen "uit Zijn volheid". Het Griekse woord is plērōma. Het beschrijft iets wat helemaal vol is, tot aan de rand. Denk aan een vat dat zo vol is dat er geen druppel meer bij kan. Eén druppel extra en het stroomt over.
Paulus gebruikt hetzelfde woord als hij over Jezus schrijft:
Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. — Kolossenzen 2:9 (HSV © Stichting HSV)
Genade op genade betekent dat Gods genade in Jezus zo overvloedig is dat ze nooit opraakt: wie uit Zijn volheid ontvangt, krijgt telkens opnieuw, en de bron wordt er niet minder van. Het is niet een beetje genade, niet een halve portie, maar genade uit een volheid die altijd overstroomt.
Wat heeft genade op genade met Mozes te maken?
Johannes schrijft niet in het luchtledige. Hij was een Jood, opgegroeid met de Thora, en hij kende de verhalen over Mozes door en door. Als hij in één adem "genade en waarheid" en "Mozes" noemt, hoorde een Joodse lezer een bekend verhaal meeklinken.
Na het gouden kalf brak Mozes de stenen tafelen. Het volk had God al ontrouw verlaten voordat de wet zelfs maar beneden was. Mozes ging opnieuw de berg op, en God schreef de woorden opnieuw. En toen gebeurde er iets wat je niet zou verwachten. God verscheen niet in toorn, maar riep Zijn eigen Naam uit:
Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht. — Exodus 34:6-7 (HSV © Stichting HSV)
"Rijk aan goedertierenheid en trouw." In het Hebreeuws staat daar chesed we'emet. Chesed is Gods trouwe, genadige liefde; emet is Zijn waarheid en betrouwbaarheid. Het is niet letterlijk dezelfde uitdrukking als "vol van genade en waarheid" in Johannes 1:14, maar het is hetzelfde woordpaar. Veel uitleggers zien hier de achtergrond van Johannes' woorden.
Dat maakt de zin "de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen" nog rijker. Al bij de tweede keer dat de wet gegeven werd, stelde God Zich voor als genadig en waarachtig. Wat Mozes alleen van achteren mocht zien, is in Jezus volledig zichtbaar geworden.
Is God in het Oude Testament dan anders dan in het Nieuwe?
Soms wordt het zo voorgesteld: een strenge God in het Oude Testament met wetten en regels, en een liefdevolle Vader in het Nieuwe Testament. Alsof God tussendoor van karakter veranderd is.
Exodus 34 laat zien dat dat niet klopt. God was al die tijd barmhartig, genadig en rijk aan trouwe liefde. Ook de wet begon met genade: God bevrijdde Israël eerst uit Egypte en gaf daarna de geboden. Eerst het omarmen, dan de uitnodiging om anders te leven.
Wat in Jezus nieuw is, is niet Gods karakter, maar de volheid waarmee het zichtbaar wordt. Johannes gebruikt voor de wet het woord "gegeven", maar voor de genade en de waarheid "gekomen" of "geworden", hetzelfde werkwoord als in "het Woord is vlees geworden". De wet kon je op stenen tafelen schrijven. Genade en waarheid kregen een gezicht, een lichaam en een naam. Wetten kun je lezen; genade moet je ontmoeten.
Genade gaat voorop, waarheid volgt
In Jezus zijn genade en waarheid niet tegen elkaar uitgespeeld. Hij is niet alleen genadig en ook niet alleen waarachtig. Maar wie het evangelie van Johannes leest, ziet steeds dezelfde volgorde: eerst de genade, dan de waarheid. Bij de vrouw die op overspel betrapt werd, zegt Jezus eerst: "Ook Ik veroordeel u niet." En daarna: "Ga heen en zondig niet meer."
Genade op genade is dus geen vrijbrief om te blijven zoals je bent. Het is de kracht waardoor verandering mogelijk wordt. Genade is geen hangmat. Wie telkens opnieuw genade ontvangt, wordt door die genade ook telkens verder geholpen.
Wat betekent dit voor jou?
Veel mensen leven met het gevoel dat hun stempelkaart nog niet vol is. Ze willen graag meer van God ervaren, maar denken dat ze eerst nog een paar stempels moeten halen. Ze rekenen erop dat ze, zolang hun leven niet op orde is, hooguit een klein laagje genade krijgen.
"Genade op genade" zegt iets anders. Gods genade wordt niet afgemeten aan jouw prestaties. Ze komt uit Zijn volheid, niet uit jouw verdienste. God wil niet een paar druppels over je uitgieten, maar de hele emmer, en die emmer raakt nooit leeg. Elke dag opnieuw rolt de volgende golf het strand op.
Dat is geen goedkope troost. Het is het hart van het evangelie: uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade.

Reacties
Nog geen reacties. Wat raakte jou in dit artikel?
Dank je wel! Je reactie is ontvangen en verschijnt na goedkeuring.
Je reactie kon niet worden verstuurd. Vul je naam en reactie in en vink de toestemming aan.