Wat betekent oog om oog, tand om tand?
Kort antwoord
‘Oog voor oog, tand voor tand’ (Exodus 21:24) was in de wet van Mozes geen aanmoediging tot wraak, maar een grens: nooit meer terugdoen dan er is aangedaan. Sinds Kaïn en Lamech escaleerde het geweld, en God damde het in. Dezelfde wet verbood persoonlijke wraak (Leviticus 19:18). Jezus gaat nog verder: keer ook de andere wang toe. Hij begrenst de vergelding niet, Hij doorbreekt haar.
In dit artikel
Wat vind jij?
Herken je dit, heb je een vraag of zie je het anders? Je reactie is welkom.
Plaats een reactieOog om oog, tand om tand. We gebruiken het als we bedoelen: wat jij mij aandoet, doe ik jou terug. Het klinkt hard, misschien zelfs wraakzuchtig. En het komt uit de Bijbel. Betekent dat dat God wraak goedkeurt?
Wie de tekst in zijn context leest, ontdekt iets wat precies de andere kant op wijst.
Waar het vandaan komt
In de Herziene Statenvertaling staat het iets anders dan in ons spreekwoord: oog vóór oog.
Maar als er wel dodelijk letsel is, moet u geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, brandwond voor brandwond, wond voor wond, striem voor striem.
Het staat in een reeks rechtsregels die God aan Israël gaf. Om te begrijpen waarom, moeten we nog verder terug.
Hoe het geweld begon
Al in Genesis 4 slaat Kaïn zijn broer Abel dood. God straft hem, maar beschermt hem ook:
Daarom zal al wie Kaïn doodt zevenvoudig gewroken worden!
God probeert te voorkomen dat het geweld uit de hand loopt. Toch staat vijf generaties later Lamech op, een nazaat van Kaïn:
En Lamech zei tegen zijn vrouwen: Ada en Zilla, luister naar mijn stem, vrouwen van Lamech, hoor mijn woorden aan: Voorzeker! Ik doodde een man om mijn wond en een jongen om mijn striem! Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zeventig maal zevenmaal.
Een man om een wond. Een jongen om een striem. Zeventig maal zevenmaal. Zo werkt wraak: je doet altijd net iets meer terug.
Ik zie het bij mijn eigen twee zoons als ze aan het stoeien zijn. De een geeft de ander een stomp. De ander vindt dat niet oké en stompt terug, net een tikje harder, want jij deed mij pijn. Binnen een paar minuten liggen ze echt te vechten. Zo zit het in ons. Jij doet mij kwaad, ik doe het terug, en altijd een beetje meer.
Een plafond, geen opdracht
In dat licht is oog voor oog geen aanmoediging om terug te slaan, maar een plafond. Niet twee ogen voor één oog. Niet een been voor een tand. Nooit meer dan er is aangedaan. Het is een rem op de escalatie die sinds Kaïn en Lamech in de mens zit.
God legde meer van zulke remmen aan. Hij stelde vrijsteden in, waar iemand die per ongeluk een ander had gedood naartoe kon vluchten. Daar was hij veilig voor de bloedwreker, zodat de woede kon afkoelen en er geen onschuldig bloed werd vergoten (Deuteronomium 19).
En dezelfde wet van Mozes gaat nog een stap verder, door persoonlijke wraak helemaal te verbieden:
U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt. U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.
Oog voor oog was dus nooit bedoeld om zelf verhaal te halen. Het was een grens voor de rechtspraak, in een wereld waarin het geweld anders eindeloos doorging.
Wat Jezus ermee doet
Dan komt Jezus, en Hij haalt precies deze regel aan:
U hebt gehoord dat er gezegd is: Oog voor oog en tand voor tand. Ik zeg u echter dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.
En wie je onderkleding wil afpakken, geef hem ook je bovenkleed (Mattheüs 5:40). Jezus schaft de wet niet af. Hij is God, en God gaf die wet. Het is alsof Hij zegt: jullie hebben gehoord wat Ik toen zei om het kwaad in te dammen, maar dit is wat Ik eigenlijk bedoel. Niet oog voor oog. Oog om niets. Tand om niets.
Waar de wet de vergelding begrensde, doorbreekt Jezus haar.
Hij deed het zelf
Jezus vroeg niets wat Hij zelf niet deed. Petrus schrijft over Hem:
Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde
Hij liet het oordeel over aan God, de rechtvaardige Rechter. En aan het kruis bad Hij voor de mensen die Hem daar hadden gebracht:
Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen
Dat betekent niet dat onrecht er niet toe doet. God neemt kwaad serieus, en recht blijft nodig. Maar de spiraal van terugslaan stopt bij Jezus. Daar kwam aan het kruis alle vergelding samen, en Hij sloeg niet terug.
Kan ik dat wel?
Eerlijk gezegd: van nature niet. Als iemand ons pijn doet, zit het terugslaan diep. Daarom is de andere wang toekeren geen kwestie van harder je best doen. Het vraagt een ander hart. Precies dat beloofde God al door de profeten, en precies dat werd mogelijk door het kruis. Daarover lees je meer in Waarom moest Jezus aan het kruis sterven?.
God is een God van herstel. Hij wil niet dat we kwaad met kwaad vergelden, maar dat we de wereld terugbrengen naar hoe het bedoeld is. Zonder geweld. Niet omdat het moet, maar omdat Zijn liefde in ons gaat werken.

Reacties
Nog geen reacties. Wat raakte jou in dit artikel?
Dank je wel! Je reactie is ontvangen en verschijnt na goedkeuring.
Je reactie kon niet worden verstuurd. Vul je naam en reactie in en vink de toestemming aan.