Preek

Het wonder van het kruis

Waar gaat deze preek over?

Van de hof van Eden tot Golgotha zoekt God de mens. Eeuwenlang damt Hij het kwaad van buitenaf in, maar een hart verandert alleen van binnenuit. Over zeven wonderen aan het kruis, bloed en water uit Jezus' zij en een voorhangsel dat van boven naar beneden scheurt.

Everything (Lifehouse) - Voorstelling

De uitgeschreven tekst is bewerkt en kan op punten afwijken van de gesproken preek.

In deze preek
  1. Een toneelstuk van vijf minuten
  2. Aan de voet van het kruis, en een paar stappen terug
  3. Adam, waar ben je?
  4. God damt het kwaad in
  5. Van buiten naar binnen werkt niet
  6. Het kruis was geen plan B
  7. Niemand neemt het Mij af
  8. Zeven wonderen aan het kruis
  9. Bloed en water uit Zijn zij
  10. De weg is weer open
  11. Oog om niets
  12. God in ons
  13. Schep mij een rein hart

Een toneelstuk van vijf minuten

Misschien ken je het toneelstuk op het nummer Everything van Lifehouse (link staat hierboven). Zonder woorden, alleen beweging en muziek. Het begint bij de schepping: God en de mens samen, in verbinding. Dan komt er iets tussen. Verleiding, duisternis, dingen die de mens meetrekken. Langzaam raakt ze los van God.

Wat mij elke keer weer raakt: je ziet Jezus aan de zijlijn staan. Hij probeert haar terug te trekken, keer op keer. En het lukt niet. Tot het moment dat Hij er letterlijk in springt. Hij stapt midden in de duisternis, midden in Zijn eigen schepping, en overwint haar van binnenuit. Hij staat daar met Zijn armen wijd, als een kruis.

Dat beeld wil ik vasthouden, want voor mij is dat in een paar minuten waar het kruis om draait.

Aan de voet van het kruis, en een paar stappen terug

Je kunt op twee manieren naar het kruis kijken. Je kunt aan de voet ervan gaan staan en omhoog kijken: wat is daar precies gebeurd? Vergeving, genezing, verzoening. Daar kom ik straks op.

Maar je kunt ook een paar stappen naar achteren zetten en naar het grote verhaal kijken. Dan zie je een God die terug wil naar het begin. Naar de hof, waar God en mens samen waren, zoals het bedoeld was.

Adam, waar ben je?

Als ik het Oude Testament lees, zie ik een God die keer op keer op zoek gaat naar de mens. Het begint al in de hof, direct nadat het misgaat:

En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?

Genesis 3:9 (HSV © Stichting HSV)

Ik denk niet dat de tuin zo overwoekerd was dat God Adam gewoon niet kon vinden. Het was geen vraag naar een plek. Er was iets kapotgegaan in de verbinding. Ik hoor in die vraag eigenlijk: Adam, ik mis je.

En zo gaat het verder. Kaïn slaat Abel dood, en God gaat naar Kaïn toe. Israël gaat steeds weer de fout in, en God gaat naar Israël toe. De mens keert zich af, en God komt zoeken.

Je kent misschien het plaatje van God aan de ene kant, de mens aan de andere kant, een diepe kloof ertussen en het kruis als brug. Een mooi plaatje. Maar wat ik God in de Bijbel zie doen, is telkens met één grote stap over die kloof heen stappen. Wij hebben een probleem om bij God te komen. God heeft geen probleem om bij ons te komen. Tot het moment dat Hij in de persoon van Jezus de schepping binnenstapt om haar van binnenuit te veranderen.

God damt het kwaad in

Nog iets wat me opvalt in het Oude Testament: God is voortdurend bezig het kwaad in te dammen.

Kaïn wordt gestraft en weggestuurd, en hij is bang dat iemand hem zal doden. God beschermt hem: "Daarom zal al wie Kaïn doodt zevenvoudig gewroken worden!" En "de HEERE merkte Kaïn met een teken, zodat niemand die hem tegenkwam, hem zou doden" (Genesis 4:15). God probeert te voorkomen dat het geweld escaleert.

Maar vijf generaties later staat Lamech op, een nazaat van Kaïn:

En Lamech zei tegen zijn vrouwen: Ada en Zilla, luister naar mijn stem, vrouwen van Lamech, hoor mijn woorden aan: Voorzeker! Ik doodde een man om mijn wond en een jongen om mijn striem! Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zeventig maal zevenmaal.

Genesis 4:23-24 (HSV © Stichting HSV)

Het kwaad escaleert. Ik zie dat bij mijn eigen twee zoons als ze aan het stoeien zijn. Aan het begin zeg ik nog: pas op! De een geeft de ander een stomp, de ander vindt dat niet oké en stompt terug. Net een tikje harder, want jij deed mij pijn. Binnen een paar minuten liggen ze echt te vechten. Zo zit het in de mens: jij doet mij kwaad, dus ik doe het terug. En altijd net een beetje meer.

Daarom legt God grenzen aan. Hij stelt vrijsteden in, waar iemand die per ongeluk een ander heeft gedood naartoe kan vluchten, zodat de wraak kan afkoelen en er geen onschuldig bloed wordt vergoten (Deuteronomium 19). En Hij geeft een regel die we vaak verkeerd begrijpen:

Maar als er wel dodelijk letsel is, moet u geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, brandwond voor brandwond, wond voor wond, striem voor striem.

Exodus 21:23-25 (HSV © Stichting HSV)

Dat is geen opdracht tot wraak, maar een plafond. Niet twee ogen voor één oog, niet een been voor een tand. Nooit meer dan wat er is aangedaan. Want God ziet wat er in het hart van de mens zit:

En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer vervloeken vanwege de mens; de gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb.

Genesis 8:21 (HSV © Stichting HSV)

Van buiten naar binnen werkt niet

God gaf Zijn volk wetten die verder gingen dan grenzen. Al in Leviticus staat wat Jezus later het grootste gebod noemt:

U mag in uw hart uw broeder niet haten. U moet uw naaste zeker terechtwijzen, zodat u geen zonde op hem laadt. U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.

Leviticus 19:17-18 (HSV © Stichting HSV)

Israël mocht een voorbeeld zijn voor de wereld van hoe het bedoeld is. Alleen: het hart werkt niet mee.

Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?

Jeremia 17:9 (HSV © Stichting HSV)

Het hele Oude Testament laat eigenlijk zien dat God van buiten naar binnen probeert het hart van de mens te veranderen: door wetten, regels, geboden en leefregels. En dat dat niet lukt. Het gedrag verandert soms, een tijdje. Het hart niet. Er zijn goede mensen, zeker. Maar het hart blijft geneigd tot kwaad.

Daarom zit er in het Oude Testament al een belofte dat God Zelf iets gaat doen, omdat de mens het niet kan:

De HEERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nageslacht besnijden, om de HEERE, uw God, lief te hebben met heel uw hart en met heel uw ziel, zodat u leven zult.

Deuteronomium 30:6 (HSV © Stichting HSV)

De profeten zeggen hetzelfde. Een mens heeft een nieuw hart nodig:

Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.

Ezechiël 36:26 (HSV © Stichting HSV)

Het kruis was geen plan B

Het kruis was geen ongeluk. Het was ook geen plan B. Al in Genesis 3, direct na de val, zegt God tegen de slang:

En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

Genesis 3:15 (HSV © Stichting HSV)

Dat wordt weleens het evangelie in een notendop genoemd, al in het derde hoofdstuk van de Bijbel.

En dan Abraham en Izak. God vraagt Abraham: "Neem toch uw zoon, uw enige, die u liefhebt, Izak, ga naar het land Moria" (Genesis 22:2). Dagenlang reizen ze.

Daarop nam Abraham het hout voor het brandoffer en legde dat op zijn zoon Izak. Hijzelf nam het vuur en het mes in zijn hand. Zo gingen zij beiden samen. Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer? Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

Genesis 22:6-8 (HSV © Stichting HSV)

Een vader die zijn zoon offert. Een zoon die het hout op zijn rug de berg op draagt. Op het laatste moment houdt God Abraham tegen, en Abraham noemt die plek: de HEERE zal erin voorzien. Eeuwen later bouwt Salomo de tempel "in Jeruzalem, op de berg Moria" (2 Kronieken 3:1), op de plek waar zijn vader David al een altaar had gebouwd. Het beeld van het kruis ligt dus al in Genesis klaar.

Ik heb wel een vraag die ik God ooit wil stellen. Waarom is Jezus niet meteen gekomen, als zoon van Adam en Eva? Dan hadden we al die ellende niet hoeven te hebben. Ik ben heel praktisch, en dan denk ik: doe het zo snel mogelijk, dan kunnen we zo snel mogelijk terug naar hoe het was. Ik heb daar tot vandaag geen antwoord op. Ik denk dat God er Zijn redenen voor had. En misschien is het maar goed dat ik er met mijn menselijke brein niet uitkom. Wij zijn God niet.

Niemand neemt het Mij af

Jezus is niet toevallig aan het kruis beland. Hij zegt het zelf:

Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven geef om het opnieuw te nemen.

Johannes 10:17 (HSV © Stichting HSV)

En direct daarna: "Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf" (Johannes 10:18). In het Johannesevangelie zie je dat telkens terug. De farizeeën en schriftgeleerden worden woedend, ze willen Hem stenigen, en Jezus loopt gewoon tussen hen door weg (Johannes 8:59; 10:39). Ze kunnen het niet. Tot Hij zelf zegt: nu is het de tijd. Op elk moment had Hij eruit kunnen stappen. Hij heeft Zijn leven vrijwillig gegeven.

Zeven wonderen aan het kruis

Wilkin van de Kamp schreef een boek over het wonder van het kruis. Als ik aan de voet van het kruis sta en omhoog kijk, zie ik in navolging van hem zeven wonderen.

Vergeving

"In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen" (Efeze 1:7). Jezus droeg aan het kruis onze overtredingen, zodat wij ze niet meer hoeven te dragen. Hoe vaak moest Jezus aan het kruis? Eén keer (Hebreeën 10:10). Al onze overtredingen, ook die we over tien jaar nog gaan doen, zijn daar al aan genageld. Hij hoeft niet nog een keer. Het kruis is klaar.

De aanklacht is van tafel

Er is ook een aanklager. Maar Paulus schrijft dat God "het handschrift dat tegen ons getuigde" heeft uitgewist en aan het kruis genageld (Kolossenzen 2:14). Noem het maar het lijstje van alles wat tegen ons pleitte.

In 1 Korinthe 13:5 staat dat de liefde "geen kwaad" denkt. Het Griekse werkwoord daar, logizomai, betekent rekenen, iets in rekening brengen. De liefde houdt geen lijstje bij. Paulus gebruikt hetzelfde woord in 2 Korinthe 5:19: God rekende de wereld haar overtredingen niet toe. En God is liefde (1 Johannes 4:8). Niet alleen heeft Hij liefde; Hij is het.

Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt.

Romeinen 8:33 (HSV © Stichting HSV)

Een gereinigd geweten

Omdat de schuld weg is, mag ook ons geweten schoon worden. Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, "Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken" (Hebreeën 9:14). We hoeven niet te blijven hangen in wat we ooit fout hebben gedaan. Dingen van vroeger waar we ons misschien nog voor schamen, mogen we bij Jezus brengen. Ook daarvoor is Hij aan het kruis gegaan.

Genezing

Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wij hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

Jesaja 53:4-5 (HSV © Stichting HSV)

Ik geloof dat die genezing in de eerste plaats voor binnen is: voor de pijn en de striemen in ons hart. Maar ik geloof ook in lichamelijke genezing. Het is bij Hem begonnen.

Bevrijd van de vloek

"Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden" (Galaten 3:13), want wie aan het hout hangt, is vervloekt. Jezus stierf aan het hout. Zo werd de vloek van de wet, die wij niet konden houden, voor ons verbroken, en ging de weg open voor de Geest.

Verzoend met de Vader

God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd.

2 Korinthe 5:19 (HSV © Stichting HSV)

God zette de eerste stap. Wij renden weg, net als Adam en Eva, en God kwam ons zoeken. Er staat niet dat Hij Zich alleen verzoende met de mensen die al in Hem geloven. Er staat: de wereld. Zo lees ik het: als zonde een gevangenis is, dan staat de deur wagenwijd open. Ieder mens is vrij om op te staan, naar buiten te lopen, Gods armen in. Maar niet iedereen doet het. Dat is mijn uitleg, en die mag je toetsen. Vanuit God is aan het kruis alles verzoend. Het is aan ons wat we daarmee doen.

Wedergeboren tot een levende hoop

Als Jezus aan het kruis was gestorven en in het graf was gebleven, was er geen hoop. Maar Petrus schrijft: "Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid," opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden (1 Petrus 1:3). En Paulus zegt: "En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw zonden" (1 Korinthe 15:17).

Daarom is het verhaal van Lazarus zo bijzonder. Er bestond een Joodse opvatting dat de ziel drie dagen bij het lichaam bleef; daarna was het echt voorbij. Toen Jezus in Bethanië aankwam, "bleek dat hij al vier dagen in het graf lag" (Johannes 11:17). "Heere, hij ruikt al," zegt Martha. Te laat, zou iedereen zeggen. Jezus zei: nee.

En dan sterft Jezus zelf, en lijkt alle hoop te vervliegen. Tot Hij na drie dagen opstaat. Paulus schrijft dat meer dan vijfhonderd mensen Hem tegelijk gezien hebben (1 Korinthe 15:6). Ook de Romeinse geschiedschrijver Tacitus, geen christen, schrijft rond het jaar 116 dat Christus onder Pontius Pilatus is terechtgesteld (Annalen 15.44). Een leuk feit, het doet niets af aan wat er gebeurd is.

En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf.

Openbaring 1:18 (HSV © Stichting HSV)

Dood, waar is je prikkel? Alles ligt in de handen van Jezus.

Bloed en water uit Zijn zij

Er gebeurt nog iets aan het kruis dat ik niet wil overslaan.

Maar een van de soldaten stak met een speer in Zijn zij en meteen kwam er bloed en water uit.

Johannes 19:34 (HSV © Stichting HSV)

Bloed is het teken van een verbond. Water staat voor reiniging, voor nieuw leven, voor de Geest. Niet voor niets dopen we met water. En beide komen uit de zij van Jezus.

Ga dan even terug naar de hof:

Toen liet de HEERE God een diepe slaap op Adam vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees. En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam.

Genesis 2:21-22 (HSV © Stichting HSV)

Het Hebreeuwse woord dat hier met rib is vertaald, tsela, wordt elders in de Bijbel gebruikt voor de zijde van de tabernakel en van de ark. Adam wordt in een diepe slaap gebracht en uit zijn zij wordt Eva gebouwd.

Jezus wordt in het Nieuwe Testament de laatste Adam genoemd (1 Korinthe 15:45). En de dood noemt Hij een slaap. Bij het dochtertje van Jaïrus zegt Hij: "Het kind is niet gestorven, maar het slaapt" (Markus 5:39). Hij pakt haar hand, zegt: "Talitha, koemi!" en ze staat op.

Zie je de lijn die ik zie? De laatste Adam slaapt aan het kruis, Zijn zij wordt geopend, en daar komen bloed en water uit: een nieuw verbond en een nieuwe bruid. Paulus noemt de gemeente later de bruid van Christus (Efeze 5). Het is mijn eigen lezing, maar ik word er stil van. Aan het kruis ontstaat iets nieuws:

Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.

2 Korinthe 5:17 (HSV © Stichting HSV)

De weg is weer open

Adam en Eva moesten weg uit de hof. En wat stond daar?

Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.

Genesis 3:24 (HSV © Stichting HSV)

In de tabernakel, en later in de tempel, hing een groot en zwaar gordijn: het voorhangsel. Daarachter lag het heilige der heiligen, de plek van Gods aanwezigheid. Alleen de hogepriester mocht er één keer per jaar binnengaan. En kijk wat God voor dat gordijn opdroeg:

U moet ook een voorhangsel maken, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en dubbeldraads fijn linnen; men moet het maken met cherubs erop, werk van een kunstenaar.

Exodus 26:31 (HSV © Stichting HSV)

Cherubs. Net als bij de ingang van de hof. Dan sterft Jezus:

Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.

Mattheüs 27:50-51 (HSV © Stichting HSV)

De weg is open. Jezus zei over Zichzelf dat Hij het brood van het leven is en levend water geeft; wie van Hem eet en drinkt, zal leven. Ik zie in Hem de boom des levens, waar de mens sinds Genesis 3 niet meer bij kon. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt het zo:

Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees.

Hebreeën 10:19-20 (HSV © Stichting HSV)

Er is iets hersteld wat sinds Genesis 3 afgesloten was. De wereld vóór het kruis is niet meer dezelfde als de wereld na het kruis.

Oog om niets

Weet je nog: oog voor oog, tand voor tand. God gaf die wet om het kwaad in te dammen. En dan komt Jezus:

U hebt gehoord dat er gezegd is: Oog voor oog en tand voor tand. Ik zeg u echter dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.

Mattheüs 5:38-39 (HSV © Stichting HSV)

Jezus is God. Wie gaf de wet? God. Dus het is alsof Hij zegt: jullie hebben dat gehoord, maar eigenlijk bedoelde Ik iets anders. Niet oog voor oog. Oog om niets. Tand om niets.

En Hij leeft het zelf voor. "Toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde" (1 Petrus 2:23). Vanaf het kruis bidt Hij: "Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen" (Lukas 23:34). God is een God van herstel. Hij wil dat we niet langer kwaad met kwaad vergelden, maar de wereld terugbrengen naar hoe het bedoeld is. Zonder geweld.

God in ons

En dan komt voor mij het grootste wonder van het kruis. Jezus stapte eerst lichamelijk Zijn schepping binnen. Daarna stapt Hij, door de Heilige Geest, nog een laag dieper: in ons. Om van binnenuit te doen wat geen wet van buitenaf kon. Jeremia sprak er al over: "Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven" (Jeremia 31:33).

Niet meer een wet op twee stenen tafels die kapotgegooid konden worden en opnieuw geschreven moesten worden. Maar een wet in ons hart. Niet iets wat ons is opgelegd en waar we continu over moeten nadenken: doe ik het wel goed? Maar leven vanuit de relatie met God, en Hem het werk laten doen in ons hart.

Dat vraagt geduld met elkaar. De een is al wat langer met de Heer onderweg dan de ander, en bij de een gaat God misschien sneller aan het werk dan bij de ander. Wij zijn snel geneigd mensen van buitenaf te willen veranderen. Denk aan de man bij het badwater van Bethesda, die "al achtendertig jaar ziek was" (Johannes 5:5). Jezus geneest hem, hij rolt zijn matje op en loopt weg. En het eerste wat hij hoort: "Het is sabbat, het is u niet geoorloofd de ligmat te dragen" (Johannes 5:10). Achtendertig jaar ziek, en ze zien alleen het matje. Hoe vaak doen wij dat?

Het kan alleen van binnenuit. Daarom bidden we voor elkaar, vergeven we elkaar en helpen we elkaar, in plaats van met een vingertje te staan.

Schep mij een rein hart

Er is veel gebeurd aan het kruis. Vergeving, genezing, verzoening, een nieuw begin. Maar voor mij is dit het grootste wonder: dat ons hart van steen een hart van vlees mag worden. Dat God niet langer buiten ons staat, maar in ons wil wonen. Regels en gebruiken, hoe goed bedoeld ook, veranderen de mens niet. Gods aanwezigheid in ons wel.

David wist het al:

Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.

Psalm 51:12 (HSV © Stichting HSV)

Ik kan het niet zelf; ik heb hulp nodig. Die roep vanuit ons hart mag, en God zegt: het kan. Want daar aan het kruis is de deur opengegaan.

Denk nog even terug aan dat toneelstuk. De vrouw die steeds verder wegraakt, die nog probeert terug te komen maar helemaal opgaat in het geweld van de wereld, tot ze de wanhoop nabij is. En Jezus die aan het trekken blijft. Tot ze zegt: oké, ik wil. Dan springt God er middenin. Midden in haar leven, midden in de schepping. Midden in jouw leven, en in het mijne.

Ze is vrij.

Meer inspiratie