Wie in een oude Bijbelvertaling het woord "hel" tegenkomt, denkt al snel dat het overal over hetzelfde gaat. Maar achter dat ene Nederlandse woord gaan in de grondtekst verschillende woorden schuil, met verschillende betekenissen. De Statenvertaling laat David bijvoorbeeld zeggen dat God zijn ziel "in de hel" niet zal verlaten (Psalm 16:10). Daar staat in het Hebreeuws sheol, en David bedoelt niet de plaats van straf, maar het graf. Nieuwere vertalingen kiezen op zulke plekken daarom vaak voor "graf" of "dodenrijk". Wie het verschil kent, leest veel teksten ineens anders.

Sheol: het rijk van de doden

Sheol is het Hebreeuwse woord dat in het Oude Testament het vaakst voor de plaats van de doden wordt gebruikt. Het is geen plek van straf, maar de plek waar iedereen na de dood terechtkomt, rechtvaardigen en goddelozen. Toen Jakob dacht dat zijn zoon Jozef dood was, zei hij dat hij rouwend naar zijn zoon zou afdalen in het dodenrijk (Genesis 37:35). Jakob verwachtte niet gestraft te worden; hij bedoelde gewoon dat hij zou sterven.

Het Oude Testament beschrijft Sheol meestal als donker en stil, een plek waar mensen God niet meer loven (Psalm 6:6). Tegelijk klinkt er hoop door. De dichter van Psalm 139 zegt dat God er zelfs daar is (Psalm 139:8), en Psalm 16 en Psalm 49 spreken de verwachting uit dat God Zijn mensen niet aan het dodenrijk zal overlaten.

Hades: hetzelfde woord in het Grieks

Toen de Hebreeuwse Bijbel vóór de tijd van Jezus in het Grieks werd vertaald (de Septuagint), werd sheol meestal vertaald met hades. In het Nieuwe Testament betekent Hades dus in de regel hetzelfde: het dodenrijk. Petrus citeert op de Pinksterdag Psalm 16 en zegt dat God Jezus niet in de Hades heeft achtergelaten, maar uit de doden heeft opgewekt (Handelingen 2:27-31).

Het bekendste Hades-verhaal is de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16:19-31). Daar lijdt de rijke man in de Hades, terwijl Lazarus getroost wordt. Het is goed om te bedenken dat Jezus hier een gelijkenis vertelt die vooral gaat over hoe we met armen omgaan. Of Hij daarmee ook een plattegrond van het hiernamaals wilde geven, is onder uitleggers omstreden.

Belangrijk is wat Openbaring over de Hades zegt. Jezus heeft de sleutels van de dood en van de Hades (Openbaring 1:18). En aan het eind wordt de Hades zelf, samen met de dood, in de poel van vuur geworpen (Openbaring 20:14). De Hades is dus tijdelijk. Hij is niet de eindbestemming.

Gehenna: het dal van Hinnom

Het woord dat het dichtst bij onze gedachte aan "de hel" komt, is Gehenna. Het komt van het Hebreeuwse Ge Hinnom, het dal van Hinnom, een echt dal aan de zuidkant van Jeruzalem. In de tijd van de koningen werden daar kinderen geofferd aan de afgod Molech. Koning Josia maakte er een eind aan (2 Koningen 23:10), en de profeet Jeremia zei dat het dal later "Moorddal" zou heten, als plek van oordeel (Jeremia 7:31-32).

Gehenna komt in het Nieuwe Testament twaalf keer voor, en op één keer na (Jakobus 3:6) altijd in de mond van Jezus. Hij gebruikt het als scherpe waarschuwing. Zo zegt Hij dat we niet bang moeten zijn voor wie het lichaam kan doden, maar voor Hem die ziel en lichaam kan verderven in de Gehenna (Mattheüs 10:28).

Je leest vaak dat het dal van Hinnom in Jezus' tijd een vuilnisbelt was waar altijd vuur brandde. Dat klinkt beeldend, maar het bewijs is dun. De oudste bekende bron voor die uitleg is een Joodse geleerde, David Kimchi, rond het jaar 1200, meer dan duizend jaar na Jezus. Archeologisch is het niet aangetoond. Wat wél vaststaat, is de geschiedenis van kinderoffers en Jeremia's oordeelsprofetie. Dat is de achtergrond die de toehoorders van Jezus kenden.

Tartarus en de poel van vuur

In 2 Petrus 2:4 staat nog een ander woord, afgeleid van Tartarus. Het komt maar één keer voor en gaat over engelen die gezondigd hebben, niet over mensen.

De poel van vuur komt alleen in het boek Openbaring voor (Openbaring 19:20; 20:10, 14-15; 21:8). Het is de plek waar uiteindelijk het kwaad wordt vernietigd: het beest, de valse profeet, de duivel, en ook de dood en de Hades zelf. Openbaring noemt de poel van vuur "de tweede dood". Openbaring is een boek vol beelden, en hoe letterlijk die beelden bedoeld zijn, is al eeuwen onderwerp van gesprek.

Waarom het verschil ertoe doet

Als je al deze woorden op één hoop gooit, ontstaan er misverstanden. Dan lijkt het alsof Jakob verwachtte gestraft te worden, of alsof David bang was voor eeuwige pijn. Het helpt om drie vragen uit elkaar te houden. Ten eerste: welk beeld gebruikt de tekst, zoals vuur, duisternis of een dal? Ten tweede: wat zegt de tekst over de aard van het oordeel? En ten derde: wat zegt de tekst over waar mensen uiteindelijk terechtkomen?

Wie dat onderscheid maakt, ziet dat de Bijbel oordeel heel serieus neemt. Jezus waarschuwt indringend, en teksten als Mattheüs 25:46 zijn voor de klassieke visie op de hel terecht zwaarwegend. Tegelijk zie je dat de Bijbel geen gedetailleerde plattegrond van het hiernamaals geeft. Hoe christenen de duur en de aard van het oordeel verschillend lezen, bespreken we in Hoe zit het met de hel?

Tot slot

Sheol en Hades zijn het dodenrijk, de plek van alle doden. Gehenna is het beeld dat Jezus gebruikte voor Gods oordeel, ontleend aan een dal met een duistere geschiedenis. De poel van vuur is het beeld uit Openbaring voor de definitieve vernietiging van het kwaad. En in al die teksten klinkt één ding door: de dood heeft niet het laatste woord. Jezus heeft de sleutels van de dood en de Hades, en Paulus noemt de dood de laatste vijand die zal worden tenietgedaan (1 Korinthe 15:26).