Preek
Sta op, neem je matje op en ga lopen
Waar gaat deze preek over?
Bij het badwater van Bethesda vraagt Jezus een man die al 38 jaar ligt: wilt u gezond worden? Een preek over genade die voorgaat en waarheid die volgt, over de matjes waarop wij blijven liggen, en waarom genade geen hangmat is.
In deze preek
Op de foto van mijn kas kunt u ze misschien al zien hangen: de eerste paprika's. Maar rood zijn ze nog niet. En ik kan van alles doen. Ik geef elke week trouw speciale voeding voor paprika's en tomaten, voor meer vruchtvorming en rijping. Ik doe alles wat binnen mijn macht ligt om het te versnellen, en het gebeurt niet. Het enige wat ik kan doen, is vertrouwen op het proces.
Want het leven zit van binnen. De plant trekt voeding en vocht uit de bodem, dat gaat door de plant heen, en dat gebeurt allemaal binnenin. Ik kan aan de buitenkant die paprika's nat blijven houden, maar daardoor gaan ze niet groeien en worden ze ook niet roder. Ik moet vertrouwen op het proces.
Tijdens het zingen zat ik daarover na te denken, en toen dacht ik: misschien is dit ook waar we als gemeente nu doorheen gaan, in deze fase. We hebben gepland, we geven voeding, we stoppen al onze tijd, aandacht en energie erin. Het lijkt even alsof de plant vol hangt, en dan moeten we weer wachten. Ergens in mijn preek kom ik Psalm 127 tegen:
Als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan; als de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. — Psalm 127:1 (HSV © Stichting HSV)
Het is de Heere die ervoor zorgt dat deze paprikaplant groeit. Hij geeft leven, ook aan het systeem van de schepping zoals Hij die gemaakt heeft. En ik mag erop vertrouwen dat het proces dat God in die plant begonnen is, ook gaat lopen. Hoe goed ik ook mijn best doe om het te versnellen, ik ben nog steeds overgeleverd aan de genade van de tijd die het nodig heeft. Laat dit maar een bemoediging zijn uit de tuin van John. Daar komen wel vaker bemoedigingen uit voort, want er is leven. En dat geloof ik ook nog steeds hier.
Een les van een bittere komkommer
Ik had ook een paar komkommers. We namen er een hap van en het was bitter, die konden we meteen weggooien. Wat was er gebeurd? Er was stress geweest in de plant, te weinig of te veel water in de hittegolf, en die stress trok in de komkommer.
Nog een wijsheid uit onze tuin, maar het is wel zo, en we zien het ook in ons leven. Als we teleurstelling, boosheid, angst of verdriet vasthouden en koesteren, dan kan dat een wortel van bitterheid worden in ons hart. Door stress kunnen we van binnen bitter worden, net als die komkommer. Ik denk dat we ons daarvan bewust mogen zijn, en dat we alles weer bij God mogen brengen: Heere, U doet het werk in mij.
Johannes rijgt verhalen van leven aaneen
Vandaag wil ik het hebben over Johannes 5. De afgelopen vier keer zijn we het evangelie van Johannes doorgelopen. In hoofdstuk 1 begint Johannes met het Woord: in het begin was het Woord, het Woord was bij God, het Woord was God, en door het Woord zijn alle dingen ontstaan. En het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond. Letterlijk staat er: Hij heeft Zijn tent onder ons opgeslagen.
En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. — Johannes 1:14 (HSV © Stichting HSV)
Dat vind ik een prachtige terugblik naar de tabernakel. De tent van God, de aanwezigheid van God, stond in het midden van het volk, want alle stammen moesten eromheen hun tenten opslaan. God wilde in het midden wonen. En Johannes zegt: Hij heeft onder ons Zijn tent opgeslagen, en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien. Niemand heeft God ooit gezien, zegt Johannes even later, ook de profeten niet zoals wij Hem nu mogen zien; maar Jezus heeft Hem ons laten zien. Het Woord was levend, en het leven was onder ons.
Daarop is Johannes gaan borduren. In Johannes 2 is er een bruiloft. Het lijkt een groot feest met veel wijn, maar er staan zes stenen kruiken met reinigingswater. Water voor een ritueel dat de Joden deden om zich te wassen voordat ze gingen eten. En juist dat reinigingswater wordt veranderd in wijn, en wijn wordt vaak verbonden met het bloed van Jezus. Vernieuwing van binnenuit, ook van religieuze systemen.
In hoofdstuk 3 komt Nicodemus, een religieus man, een religieus systeem zou je kunnen zeggen. En Jezus zegt: je kunt dat allemaal wel doen, maar je moet opnieuw geboren worden. Er moet iets van binnen ontstaan, iets nieuws. Een stenen kruik met water moet van binnenuit veranderd worden. Er moet leven komen van binnenuit, door God gegeven.
In Johannes 4 gaat Jezus naar Samaria en treft Hij daar een vrouw. Het tegenovergestelde van een religieus mens, want haar leven was aan alle kanten niet helemaal lekker, laten we het zo zeggen. Hij confronteert haar ermee, en het leven komt haar leven binnen. Ze gaat steeds meer herkennen dat Jezus de Messias is, en op het laatst rent ze roepend door de straten: de Messias, ik denk dat ik Hem gevonden heb, zou Hij het kunnen zijn? Want Hij wist dingen die Hij niet kon weten.
Zo zie je dat Johannes steeds verhalen achter elkaar oplijnt waarin het leven, Jezus, in een situatie binnenkomt. En vanaf hoofdstuk 1 is er dat thema van genade en waarheid. Genade gaat voor en waarheid komt daarna. Dat zie je elke keer weer terugkomen. Ook vandaag, want in Johannes 5 gaan we naar een man die daar al 38 jaar ligt.
Hierna was er een feest van de Joden en Jezus ging naar Jeruzalem. En er is in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badwater, dat in het Hebreeuws Bethesda wordt genoemd, met vijf zuilengangen. Daarin lag een grote menigte van zieken, blinden, kreupelen en verlamden, die wachtten op de beroering van het water. Want een engel daalde van tijd tot tijd neer in het badwater en bracht het water in beweging; wie dan het eerst daarin kwam, na de beweging van het water, werd gezond, aan welke ziekte hij ook leed. En daar was een man die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist dat hij al lange tijd ziek was, zei Hij tegen hem: Wilt u gezond worden? De zieke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens om mij in het badwater te werpen wanneer het water in beroering gebracht wordt; en terwijl ik kom, daalt een ander vóór mij af. Jezus zei tegen hem: Sta op, neem uw ligmat op en ga lopen. En meteen werd de man gezond, nam zijn ligmat op en ging lopen. En het was sabbat op die dag. De Joden dan zeiden tegen hem die genezen was: Het is sabbat, het is u niet geoorloofd de ligmat te dragen. Hij antwoordde hun: Hij Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft tegen mij gezegd: Neem uw ligmat op en ga lopen. Zij vroegen hem dan: Wie is de Mens Die u gezegd heeft: Neem uw ligmat op en ga lopen? En hij die genezen was, wist niet Wie het was, want Jezus had Zich ongemerkt verwijderd omdat er een menigte was op die plaats. Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tegen hem: Zie, u bent gezond geworden, zondig niet meer opdat u niet iets ergers overkomt. De man ging weg en berichtte de Joden dat het Jezus was Die hem gezond gemaakt had. En daarom vervolgden de Joden Jezus en probeerden zij Hem te doden, omdat Hij deze dingen op de sabbat deed. Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. Daarom dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen het gebod van de sabbat brak, maar ook zei dat God Zijn eigen Vader was, en daarmee Zichzelf aan God gelijkmaakte. — Johannes 5:1-18 (HSV © Stichting HSV)
Daarna geeft Jezus een antwoord om nog eens duidelijk te maken dat Hij en de Vader één zijn. Ze zijn samen, maar ze zijn één. Jezus doet niets uit Zichzelf; Hij doet wat Hij de Vader ziet doen. Er is een eenheid. Jezus heeft ons de Vader laten zien, en dat is precies het thema waarmee Johannes begon.
Wilt u gezond worden?
Er was dus een feest in Jeruzalem, en bij de Schaapspoort lag dat badwater dat Bethesda genoemd werd. Van tijd tot tijd kwam er, zo dachten ze, daar waren ze van overtuigd, een engel naar beneden die het water aanraakte. Het water begon te bewegen, en de eerste die erin kwam, werd genezen. Het lag er dan ook vol: een grote menigte van zieken, blinden, kreupelen en verlamden. Iedereen die iets mankeerde en daar geloof in had, wachtte op dat ene moment. En dan was het eigenlijk: wie het eerst komt, het eerst maalt.
Deze man ligt op een mat, al 38 jaar. Daaruit maak ik op dat hij kreupel is en dus niet op tijd in dat water kan komen. Als je slim bent, ga je misschien op het randje liggen, zodat je er zodra het beweegt meteen in kunt. Maar dat zijn allemaal eigen invullingen. Die man ligt daar al 38 jaar, en dan komt Jezus voorbij.
Jezus loopt door die hele grote menigte heen en staat stil bij deze ene man. En Hij stelt hem een vraag: wilt u gezond worden? Dat vind ik eigenlijk een merkwaardige vraag. Daar ligt een grote menigte mensen die ziek zijn, en iedereen kijkt continu naar dat water, in de hoop dat het beweegt en ze als eerste erin kunnen. Waar is die vraag dan voor? Het is toch niet zo dat die man zegt: nee hoor, ik vind het gewoon leuk om te kijken hoe iedereen zich uit de naad werkt om in het water te springen.
Hij zegt ook niet simpelweg ja. Nee, hij begint een heel relaas. En let op: Jezus vraagt niet waarom hij niet genezen is. Hij vraagt niet of hij wel genoeg geloof heeft. Hij vraagt niet wat hij allemaal fout heeft gedaan. Gewoon een simpele vraag: wil je gezond worden?
En die man begint. Er is altijd iemand sneller in het water dan ik. Ik heb niemand om mij te helpen. Het lukt niet. Het systeem werkt niet voor mij. Ik kijk naar het water en hoop dat er iets in mijn situatie verandert, dat ik er misschien een keer bij ben, maar tot nu toe niet.
Ik denk dat er bij iemand die daar zo lang ligt, iets in zijn denken verandert, in zijn overtuiging. Hij is meer naar zijn situatie gaan kijken. Ik red het niet, ik kan het niet en er is niemand die me helpt. Het is niet meer: ik ben ziek, maar ik kan genezen. Op die simpele vraag dacht die man na 38 jaar misschien: ja, maar dit ben ik. Dit is mijn situatie, die verandert niet, en ik heb niets wat mijn situatie verandert. Het systeem werkt niet voor mij.
De beweging begint bij Jezus
En Jezus zegt dan niet: oké, ik pak je op, ik ga bij de rand van het water staan en zodra het beweegt, gooi ik je er als eerste in. Hij doet iets totaal anders, iets wat we van Jezus gewend zijn. Hij voert het systeem niet uit. Hij geeft hem leven.
Want die man zoekt genezing in het water, terwijl het levende water, fris en vrij, voor hem staat. Tegen de Samaritaanse vrouw zei Jezus:
maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven. — Johannes 4:14 (HSV © Stichting HSV)
Later spreekt Hij over stromen van levend water die uit iemands binnenste zullen vloeien. Dat zijn allemaal woorden die Jezus sprak. Hij ís het levende water. En die man kijkt naar, laten we zeggen, het dode water, dat af en toe in beweging wordt gebracht, en hij ziet het levende water niet dat voor hem staat. Dan denk ik aan Nicodemus, die ook oog in oog stond met het levende water en geholpen moest worden om het te gaan zien. En aan de Samaritaanse vrouw, die het ook moest leren zien. En nu deze man.
Dan zegt Jezus: sta op, neem uw ligmat op en ga lopen. Tegen iemand die niet kan lopen: sta op! Geen gebed, geen ritueel, niet met spuug en modder zijn benen insmeren, zoals Hij bij de blinde man deed. Jezus doet het elke keer anders. Hier zegt Hij simpelweg: sta op, neem uw mat op en ga lopen. En meteen werd de man gezond, nam zijn ligmat op en ging lopen. Het woord van Jezus heeft de kracht om dat te doen.
Ik denk dat die volgorde belangrijk is. Er staat niet: geloof eerst, probeer dan op te staan, en als je het probeert, zal Ik je genezen. Jezus zegt: sta op. En dat is voldoende. De beweging begint bij Jezus. Het leven begint bij Jezus. De kracht begint bij Jezus. Alles begint bij Jezus.
Dat is misschien wel de belangrijkste boodschap van vandaag. We wandelen niet om levend te worden. We wandelen omdat Hij ons levend heeft gemaakt. Het verschil lijkt klein, maar het is eigenlijk best groot. Want religie zegt vaak: doe het goede, wees gehoorzaam, leef netjes, doe al die dingen, en dan zal God misschien wel tevreden over je zijn. Maar hier in Johannes zie ik elke keer het tegenovergestelde. Eerst komt het leven, en dan de oproep tot bekering, de oproep tot een beter leven. Genade en waarheid, hand in hand, maar het begint bij Jezus. Het begint bij genade. Niet: doe je best, dan zal God tevreden zijn en dingen voor je gaan doen. Nee, Jezus doet dingen, en vervolgens roept Hij op tot een heilig leven.
Genade is geen hangmat
Ik was voor mijn boek bezig met Israël en de uittocht uit Egypte, en terwijl ik al met deze preek in mijn hoofd bezig was, viel er een kwartje. God hoorde het gekerm en de pijn van Israël onder de verdrukking van de Egyptenaren.
De HEERE zei: Ik heb duidelijk de onderdrukking van Mijn volk, dat in Egypte is, gezien en heb hun geschreeuw om hulp vanwege hun slavendrijvers gehoord. Voorzeker, Ik ken hun leed. Daarom ben Ik neergekomen om het volk te redden uit de hand van de Egyptenaren — Exodus 3:7-8 (HSV © Stichting HSV)
Hij kwam naar beneden, Hij zag het en Hij bevrijdde ze. Hij haalde ze eerst uit de situatie. En pas daarna, op de berg, kwam de wet. Genade en waarheid ook toen al hand in hand, maar eerst genade.
God komt naar de mens. Bij Adam en Eva kwam God de hof in.
En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u? — Genesis 3:9 (HSV © Stichting HSV)
Niet: wat heb je gedaan, Ik ben boos. Nee: waar ben je? Als ik dat lees, klinkt er voor mij een soort wanhoop, een soort verdriet in de stem van God. Pas later komen de consequenties. Hij geeft eerst het leven en helpt dan verder. Genade en waarheid: je kunt ze niet loskoppelen.
Genade is geen hangmat. We hebben het de vorige keer ook gezegd: het is niet zo dat God het allemaal gedaan heeft en jij achterover kunt leunen. Nee, de waarheid komt, en de waarheid is belangrijk. Goede vruchten zijn belangrijk. Want een geloof zonder goede werken is een dood geloof:
Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood. — Jakobus 2:17 (HSV © Stichting HSV)
Maar goede werken zonder geloof zijn nog steeds goede werken. Geloof en goede werken horen bij elkaar; ze kunnen niet zonder elkaar. Het leven dat in ons leeft moet er, net als bij die paprikaplant, uiteindelijk voor zorgen dat er vrucht komt en dat die vrucht rijpt, zodat hij geplukt en gegeten kan worden. Sommige dingen hebben tijd nodig, maar het kan niet los van elkaar. Ik heb de plant nodig voor de vrucht, anders moet ik naar de supermarkt. En het geloof is geen supermarkt. We kunnen genade niet kopen. We kunnen onze genezing nergens kopen, en ook geen volle kerkzaal. Het moet van binnenuit komen. God moet het leven geven.
Dat is het cirkeltje dat ik steeds weer in de Bijbel tegenkom: een God die zoekt, die naar de mensen toekomt, die redt, die bevrijdt, die levend maakt, en die van daaruit verder bouwt. Net als bij mijn paprikaplant. Ik kan er van alles aan doen, er van alles over zeggen, water geven, noem maar op, maar het proces gaat zoals het proces gaat.
Jezus is ook de boom van het leven. Wie van Hem neemt en van Hem eet, zal leven. En in Psalm 127 zie je weer een samenwerking: als de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwers eraan. Een God die bouwt samen met bouwers. Als God niet bouwt, kunnen wij bouwen wat we willen, maar heeft het eigenlijk geen zin. Maar de Heere bouwt, en Hij doet dat samen met ons. Eerst Hij, dan wij. God als eerste.
Ik denk dat dat ook zo is in ons leven als christenen. Als wij tot God komen, worden we levend gemaakt en zijn we levende stenen in het huis van de Heere, allemaal verbonden met de Hoeksteen, met Jezus. Dat is de kracht van binnen. Dat is het leven dat God ons gegeven heeft, waardoor wij van binnenuit gaan veranderen. We waren dode bomen, en we zijn levend gemaakt door Jezus.
Maar de ene boom is de andere niet. De ene boom heeft wat meer tijd nodig voor vruchten. Van mijn cherrytomaten heb ik al bakken vol gehad en de plant hangt nog steeds vol. Dat is een andere plant, met een ander tempo, een ander ritme. Mijn komkommers zijn al voorbij, op de paprika's zit ik nog te wachten, en de tomaten zitten ergens halverwege. Elke plant is anders, en ieder mens is anders. De een draagt wat meer vrucht dan de ander, en dat maakt de een niet belangrijker of waardevoller dan de ander. Ze zijn allemaal stuk voor stuk waardevol, maar ze doen het op hun eigen tempo en in hun eigen ritme.
Dit stond eerlijk gezegd niet op mijn papier. Ik had niet gedacht over mijn kas en mijn paprikaplant te gaan praten, maar ik vond het wel toepasselijk.
Rol je matje op
Terug naar die man. We hebben het over genade en waarheid, over horen en doen. Sta op, neem je ligmat op en ga lopen: drie opdrachten die Jezus hem geeft.
Sta op. Jezus geeft het leven, de man wordt ter plekke genezen en kan staan. En dan: neem uw ligmat op. Ik zat erover na te denken en ik vind dat een prachtig detail. Ik weet niet hoe oud die ligmat was, misschien wel 38 jaar. Het ding dat die man al zo lang gedragen heeft, moet hij op dat moment zelf oppakken. Jezus zegt niet: laat hem maar liggen, misschien kan een ander hem gebruiken. In deze tijd zou ik denken: breng hem naar de kringloop, misschien is hij na 38 jaar nog goed genoeg en kan er iemand anders op liggen. Maar nee, Jezus zegt: neem hem op.
Laten we er voor het gemak even van uitgaan dat het een matje van 38 jaar is. Israël ging veertig jaar door de woestijn zonder dat hun schoenen versleten, dus het zou kunnen. Het staat niet in de Bijbel, maar laten we ervan uitgaan dat die ligmat het ding is dat hem 38 jaar gedragen heeft. De situatie die hem gedragen heeft. En Jezus zegt: neem je situatie op, rol hem op onder je arm en ga lopen. In plaats van dat de mat hem droeg, draagt hij nu de mat. Zijn situatie is veranderd. Hij hoeft er niet meer te blijven liggen.
Misschien is dat voor ons vandaag een woord van bemoediging. En misschien ook een woord van vermaning, maar dan op een liefdevolle manier. Je situatie is veranderd. Jezus heeft iets nieuws in ons gedaan. Waar blijven we liggen op de mat? Op wat ons al jaren vasthoudt? Of rollen we die op? Onze oude identiteit, ons oude verhaal, schaamte, een oude manier van denken. Jezus zegt: sta op en neem die mat maar mee, ga wandelen, je hoeft niet meer te blijven liggen.
Als de mat een beeld is voor een situatie in je leven, iets wat je hebt meegemaakt, wat je al jaren met je meedraagt en waarvan je misschien denkt: ja, maar dit is wie ik ben. Dit draag ik al zo lang met me mee. Net zoals die man nog niet eens antwoord geeft op de vraag of hij gezond wil worden. Dit kan niet, dit lukt me niet, ik heb geen hulp. Hij keek naar zijn situatie en naar de onmogelijkheden, terwijl Jezus die simpele vraag stelde: wilt u gezond worden? Soms zijn dingen in ons leven onderdeel geworden van onze identiteit, en houden we ze daarom vast.
Gisteren zat ik met mijn vrouw in de auto. Een familielid ligt in het ziekenhuis, op sterven. Heel verdrietig. We praatten over de situatie, over mijn verleden en mijn familie, en mijn vrouw zei: ja, maar hier moet je wel mee dealen. Er kwamen bij mij dingen naar boven van vroeger. Dan heb ik het echt over dertig, vijfendertig jaar geleden, dingen die in mijn jeugd tegen mij gezegd zijn. Wat mij blijkbaar nog steeds raakt, wat mij nog steeds weerhoudt. En toen dacht ik: dat is mijn matje.
Het is iets diep van binnen waarvan ik zeg: dit is wie ik ben, zo ben ik geworden, en het komt wel een keer goed. En eigenlijk hoor ik Jezus ook tegen mij zeggen: wordt het misschien tijd dat je hem gaat oprollen? En hoe dan? Ik weet het niet. Ik neem het mee in gebed, ik ga bij God zitten en leg het bij Hem neer: Heere, ik heb een matje gevonden. Iets waar ik al meer dan dertig jaar mee rondloop, of eigenlijk op lig, en wat ik op moet rollen, onder mijn arm moet nemen, om uit die situatie weg te lopen.
Misschien hebben we allemaal wel ergens zoiets. Dat is denk ik de uitnodiging van God voor vandaag. Kijk naar je leven, want God wil drie dingen tegen je zeggen: sta op, neem je matje op en ga lopen. Kom in beweging. Want genade is geen matje. Geen hangmat, maar ook geen mat waarop je mag blijven liggen met de gedachte: God is mij genadig, God heeft me vergeven, amen. Nee, sta op, neem je situatie op en draag je situatie, in plaats van dat je situatie jou draagt. Je hoeft het niet zelf te doen; het is het woord van Jezus. Sta op, en terstond werd de man genezen. Laten we Jezus uitnodigen in de matjes van ons leven. Wij zijn allemaal Zijn geliefde kinderen.
Hoe bizar: een genezen man en een verbod
God is een liefdevolle Vader die naar beneden kijkt. Jezus zegt: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. En Jezus loopt elke situatie binnen, ook die van deze man. De man weet niet eens wie Hem genezen heeft. Op de vraag wie het was, zegt hij: ik weet het niet.
En dan die religieuze leiders. Als die man daar 38 jaar ligt, hebben zij hem vast ook wel zien liggen. Hij zal voor hen geen onbekende zijn geweest. En er gebeurt iets bizars. Die man die al 38 jaar op zijn matje ligt, loopt ineens door de straten van Jeruzalem met zijn matje onder zijn arm. En het eerste wat de Joodse leiders zeggen is niet: halleluja, wat heeft de Heere gedaan? Je loopt, wat is er gebeurd? Nee: het is sabbat en je loopt met je matje onder je arm, dat mag niet.
Hoe bizar. Iemand die 38 jaar daar heeft gelegen, loopt door de straten van Jeruzalem. Ik denk toch dat je enigszins blij en dankbaar bent, misschien wel jubelend en dansend en springend. Als je 38 jaar niet hebt kunnen lopen en je kunt ineens alles, dan maak je best nog wel een vreugdesprongetje, zo'n slagershupje. En het eerste wat je te horen krijgt van de religieuze leiders, ik chargeer heel even: dat mag niet. Wie heeft dat gedaan? Jij bent in overtreding, en degene die jou dit heeft aangedaan ook. En hij weet het niet.
Later is hij in de tempel. Ik denk dat die man wel doorheeft dat God hem genezen heeft, en ik vermoed dat hij naar de tempel gaat om God de eer te geven en te danken. Daar komt Jezus hem tegen. En wat zegt Jezus? Eigenlijk: Ik zie dat je gezond bent, wat mooi. Maar ga heen en zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkomt. Eerst genade, en later komt Jezus terug met de waarheid. Het is mooi dat je nu loopt en dat je je matje onder je arm hebt genomen, maar zorg ervoor dat je nu ook vanuit de vruchten gaat leven. Dat het leven dat je van Mij gekregen hebt, en dit zijn even mijn eigen woorden, door je heen gaat stromen en zichtbaar wordt in hoe je je gedraagt.
Je zou dat heel makkelijk kunnen lezen als een regel, een wet. Maar ik denk dat Jezus het anders bedoelt. Als God zegt dat Hij Zijn wetten in hun harten zal leggen, op tafels van vlees en niet op tafels van steen, dan zegt dat iets over het innerlijk van de mens. Ik geloof dat de mens uit zichzelf geneigd is tot het kwaad; dat lezen we door de hele Bijbel heen. We zijn heel snel geneigd tot boosheid en geweld, en als we ons niet lieten begrenzen door de normen en waarden die we gekregen hebben, zouden we elkaar naar het leven staan. Dat lees je in Genesis 6; de zondvloed is niet voor niets gekomen. En je leest het eigenlijk door heel de Bijbel heen: een leven zonder God loopt keer op keer uit op geweld en afschuwelijke dingen. Het leven van God doet iets van binnenuit.
Israël is voor ons een toonbeeld van hoe God het bedoeld heeft. In Jezus brengt Hij de belofte aan Abraham bij elkaar, en alle volken worden door Jezus nu tot Hem geroepen. En van binnenuit zorgt het leven van Jezus, dat ons verandert en opnieuw geboren laat worden, ervoor dat het er ook uit moet komen. Dat we de vrucht van God mogen gaan dragen.
Dat is een beetje de lijn die ik in Johannes zie. Het begint met het Woord, het Woord was leven, het leven heeft onder ons gewoond, en vervolgens gaan we van verhaal naar verhaal: verhalen van Jezus die leven geeft. De Zoon maakt levend. Hij is Degene in wie het echte leven gevonden wordt.
Wat betekent dit voor morgen?
Het is heel mooi als we zo meteen nog even napraten en naar huis gaan met de gedachte: mooi, wat een mooie preek, en de paprika wordt langzaam rood, dus het komt goed. En dan is het maandagochtend en gaan we ons gewone leventje weer in. Jezus maakt levend, amen, mooi. Maar dan? Jezus zegt: sta op, neem je mat op en ga lopen.
Misschien betekent dat heel concreet dat je, als je een matje tegenkomt, toch iemand nog moet vergeven. Of dat je iemand iets hebt voorgelogen en eerlijk moet zijn, dat je dingen recht moet gaan zetten. En dan niet om de liefde van God te verdienen. Niet: John heeft gezegd genade en waarheid, de waarheid komt, dus ik moet. Nee, we mogen steeds meer gaan beseffen dat het leven door ons heen stroomt en dat die vrucht naar buiten moet komen. Daar mogen we God mee helpen.
God bouwt. Als de Heere het huis niet bouwt... Dat huis kunnen we zien als de kerk, maar ook ons eigen leven als een huis, een tempel van de Heilige Geest, waar God aan bouwt. En God wil dat bouwen met de bouwers, en wij zijn de bouwers. Wij moeten Hem ook de gelegenheid geven om de vrucht naar buiten te laten komen. Sta op, neem je mat op en ga lopen. Het is het leven dat Jezus geeft, maar Hij vraagt ook van ons om op te staan, te gaan lopen en de dingen uit te dragen. Niet omdat het moet, maar omdat we leven hebben vanuit ons binnenste. Deel dat leven. Zo is het bedoeld; zo is de hele schepping bedoeld: dat het leven door ons heen stroomt naar de mensen om ons heen.
Dus wat betekent dat voor morgen? Misschien moet je iemand bellen, of als dat te eng is een e-mail sturen. Of misschien toch op de koffie gaan. Iets waarvan je denkt: dat moet ik eigenlijk al heel lang doen, maar ik schuif het steeds voor me uit, want ik vind het te spannend. We zijn geroepen om beelddragers van Jezus te zijn. Om de wereld te laten zien hoe goed en hoe lieflijk het is als broeders samenkomen, hinneh mah tov:
Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen. — Psalm 133:1 (HSV © Stichting HSV)
De wereld moet aan ons kunnen zien wie God is, wat de liefde van de Vader is. Waar genade voorop gaat en waarheid gezegd mag worden. We mogen mensen aanspreken op dingen die verkeerd zijn gegaan, maar nooit eerst waarheid en dan genade, denk ik. Als ik één ding geleerd heb uit het evangelie van Johannes tot nu toe, is het dat genade bij God voorafgaat, zelfs bij Israël. Hij redt ze eerst, en pas dan zegt Hij: we gaan afspraken maken over hoe jullie met elkaar omgaan. Genade vóór waarheid, maar nooit los van elkaar. Altijd samen.
God zoekt ons op
Als ik naar mijn eigen leven kijk, naar de momenten dat ik als christen erg moe ben geworden, dan was het als ik het omdraaide. Als ik eerst bezig was met doen, met regelen en rechtzetten, en pas als iemand eindelijk sorry zei, kon ik genade schenken. Daar word je zo moe van.
Ik zie dat ook in families, en ik ken het van dichtbij. Mensen die tegenover elkaar staan. Ik weet niet wat ik misdaan heb, maar als die ander komt, wil ik vergeven. En die ander zegt precies hetzelfde. En wat is het gevolg? Dertig jaar staan mensen tegenover elkaar, spreken geen woord en zoeken elkaar niet op.
Dan denk ik: wat doet God? God laat ons zien hoe Hij het doet. In onze relatie met God doet God niets verkeerd. God heeft alle recht om te zeggen: jullie moeten naar Mij komen, Ik heb niets misdaan. Maar wat doet God keer op keer? Hij zoekt ons op. Hij zoekt Adam op, Hij zoekt Kaïn op, Hij zoekt Abraham op, Hij zoekt Mozes op, Hij zoekt iedereen op. Zelfs David zegt:
Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten? Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar. — Psalm 139:7-8 (HSV © Stichting HSV)
U zoekt me overal op.
Genade is geen hangmat, ik blijf het zeggen. Ik vind het echt een mooie zin; misschien ga ik er een tegeltje van maken. Genade vraagt ons iets. Genade zegt niet: Ik heb je genezen, blijf maar liggen. Nee, genade zegt: sta op, neem je matje op en ga lopen. Niet om geliefd te worden door God, maar omdat we geliefd zijn. Niet omdat we genade kunnen verdienen, maar omdat genade ons al heeft gevonden. En dan genade met een hoofdletter G, want genade heeft een naam, en Zijn naam is Jezus.
Dus lieve gemeente, broeders en zusters, en wie er later nog luistert: laten we God uitnodigen om onze ogen te openen voor onze matjes. Dingen die we misschien al heel lang niet met ons meedragen, want dan zouden we goed bezig zijn, maar waar we gewoon op blijven liggen. Misschien wordt het tijd dat we die samen gaan oprollen. Dat het jou niet meer draagt, maar dat jij het mag gaan dragen, samen met Hem. En dan mag je hem wat mij betreft bij de uitgang in de prullenbak gooien.
We weten niet wat die man met zijn matje heeft gedaan en hoe lang hij ermee heeft rondgelopen, maar in ieder geval lang genoeg voor de schriftgeleerden om het te zien en er een opmerking over te maken. Laten we dan ook niet ontmoedigd raken door mensen om ons heen die zeggen: dat klinkt niet zo goed, dat is niet goed, wie heeft dat gezegd? Laten we echt zoeken naar God, die van binnen ons het leven geeft en ons roept om met Hem te wandelen. Want Jezus zegt ook vandaag tegen ons: sta op. En die twee woorden hebben zoveel kracht in zich, dat ze ons kunnen genezen van pijn, angst, verdriet, schaamte en schuld. Genade vóór waarheid.
Gebed
Lieve Vader, dank U wel voor dit woord. Dit woord heeft in mijn leven al zoveel dingen veranderd, en ik bid dat het ook vandaag onze harten raakt, van wie hier in de zaal zit en van wie het misschien later thuis hoort.
Heere, we willen U echt uitnodigen om in de diepste plekken van ons hart te komen. Om het licht aan te steken en ons te laten zien waar onze verborgen matjes liggen. Dingen die ons al ons hele leven dragen, die misschien wel onderdeel geworden zijn van onze identiteit. Onze onechte identiteit, moet ik zeggen. Want onze echte identiteit is dat wij geliefde kinderen van U zijn, lieve Vader. Dat is wie we zijn. We zijn niet onze situaties. We zijn niet wat ons is aangedaan, wat er gebeurd is, onze trauma's. We zijn geliefde kinderen van U.
Heere, laat ons zien waar onze matjes liggen. Laat Uw stem in ons binnenste klinken: sta op, neem uw matje op en ga lopen, kom in beweging. Vader, geef ons de kracht om op te staan. Geef ons ook de kracht om recht te maken wat misschien krom of gebroken is. Om te herstellen, Heere, waar herstel nodig is. Om te vergeven, en misschien op plekken waar wij zelf vergeving willen ontvangen. Vader, laat ons dan net als U op zoek gaan naar de ander en genade geven. Genade vóór de waarheid. Heere, dat we niet in verbittering en boosheid zullen praten en reageren naar anderen, maar vanuit een liefdevol hart vol genade.
Heere, zoals elke boom, struik of plant in mijn tuin z'n eigen tijd heeft, en de ene plant meer tijd nodig heeft dan de andere, besef ik ook dat verdriet en pijn soms heel diepe wonden in ons leven hebben geslagen. Ik bid dat U ook daar genezing geeft en ons de kracht geeft om op te staan. Misschien niet morgen, maar over een week of over een maand. Maar Heere, maak ons wel bewust van de matjes die we op mogen rollen, en dat we dat samen met U mogen doen.
Zo verwachten we het van U, Heere: dat U ons de kracht geeft, dat U ons het leven geeft, dat U ons de vruchten geeft, zodat we dit ook kunnen doen. Omdat U van ons houdt, Heere. En we willen die liefde met U delen, en ook met de wereld om ons heen. Leer ons opstaan, Heere, en onze mat dragen in plaats van erop te blijven liggen. Dat we mogen wandelen in het leven dat U ons geeft, in de naam van Uw Zoon Jezus Christus. Amen.
