Preek
Olie en wijn
Waar gaat deze preek over?
Wie is mijn naaste? Jezus vertelt over een Samaritaan, en misschien vooral over Zichzelf. Hij daalt af in de greppel waar wij liggen, betaalt alles en giet olie en wijn in onze wonden: vergeving van schuld en genezing door de Heilige Geest.
In deze preek
Vanmorgen lezen we uit Lukas 10, vanaf vers 25: de barmhartige Samaritaan. Een verhaal dat de meesten van ons waarschijnlijk al heel vaak gehoord hebben.
En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Wet geschreven? Wat leest u daar? Hij antwoordde en zei: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf. Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven. Maar hij wilde zichzelf rechtvaardigen en zei tegen Jezus: Wie is mijn naaste? Jezus antwoordde en zei: Een man ging van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem de kleren uittrokken, hem daarbij slagen toedienden en hem bij hun vertrek halfdood lieten liggen. Toevallig kwam er een priester langs diezelfde weg, en toen hij hem zag, ging hij aan de overkant voorbij. Evenzo ging ook een Leviet, toen hij op die plek kwam en hem zag, aan de overkant voorbij. Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En toen hij de volgende dag wegging, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en hij gaf ze aan de waard en zei tegen hem: Zorg voor hem, en wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom. Wie van deze drie denkt u dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers gevallen was? En hij zei: Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft. Jezus zei tegen hem: Ga heen en doet u evenzo. — Lukas 10:25-37 (HSV © Stichting HSV)
Over deze tekst is al heel vaak gepreekt, meestal over hoe wij moeten zijn in deze wereld. Dat is ook terecht. Maar ik wil er vanmorgen nog een paar andere lagen in laten zien.
Wie mag ik overslaan?
Het eerste wat mij opviel, is de vraag van de wetgeleerde: wie is dan mijn naaste? Op zich een goede vraag. Maar er zit een vraag achter die vraag. Eigenlijk vraagt hij niet: wie moet ik allemaal liefhebben? Eigenlijk vraagt hij, verkapt: wie mag ik overslaan? Want deze wereld zit toch wel vol gekke mensen af en toe. Moet ik dan echt iedereen liefhebben, of mag ik een lijstje bijhouden van mensen die ik niet hoef lief te hebben?
Jezus geeft niet zomaar een antwoord. Hij vertelt een verhaal. Drie mannen en een weg. Een priester, een Leviet en een Samaritaan lopen op een weg; het lijkt wel een beetje het begin van een goede mop. Maar die drie hadden voor de Joden van die tijd een veel zwaardere betekenis dan voor ons.
Wat was een priester? Een priester kwam uit de stam van Levi, uit de familie van Aäron, en was uitgekozen om God te dienen in de tempel. Het was zo ongeveer de hoogste positie die je kon krijgen, en die was ook nog beperkt tot een selectief clubje mensen. Je zou kunnen zeggen dat de priester in die tijd de kerkleider was, de voorganger, degene die aan het hoofd stond. En hij ziet de gewonde man liggen en loopt voorbij.
Daarna komt een Leviet. Die was niet uitgekozen om als priester te dienen, maar hij mocht wel dienen in de tempel. Hij deed eigenlijk al het werk eromheen. Ik denk dat je hem een beetje kunt zien als de trouwe kerkgangers van nu: de mensen die trouw dienen en bezig zijn in de kerk. Maar ook hij ziet de man liggen en loopt er met een boog omheen.
En dan komt er een Samaritaan. We weten dat Samaritanen in de ogen van de Joden minder waren. Ze werden gezien als mensen die zich met andere volken hadden vermengd en eigenlijk niet waardig waren om Jood genoemd te worden. De Joden keken op de Samaritanen neer. Als we dat naar vandaag zouden moeten vertalen, zou het best wel eens kunnen zijn dat Jezus in Israël niet een Samaritaan zou kiezen, maar bijvoorbeeld een Palestijn. Ik zeg dat niet om een politiek punt te maken, maar om te laten voelen hoe het toen gestoken moet hebben. De Samaritaan was de ander over wie je had geleerd: daar wil je niet mee omgaan, daar moet je ver weg van blijven.
En juist die Samaritaan kiest Jezus uit als degene die de greppel in stapt, de gewonde man oppakt, hem verzorgt, naar een herberg brengt en zegt: zorg voor hem; ik kom terug en dan betaal ik wat er nog openstaat. Voor die wetgeleerde moet het best spannend, geïrriteerd en pijnlijk geweest zijn dat Jezus uitgerekend een Samaritaan kiest. Iemand van wie je zegt: die staat het verst bij mij vandaan. En hij moet Jezus nog antwoord geven ook. Hij krijgt het woord Samaritaan niet eens over zijn lippen: "Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft."
Jezus kiest eigenlijk de verkeerde persoon als held van het verhaal. En Hij doet dat met een reden. Je kunt dit verhaal lezen als een oproep aan ons als kerk: dat we niet om de man heen lopen zoals de priester en de Leviet, maar dat we als christenen, als mensen in deze wereld, de nood om ons heen zien en de greppel in gaan om te redden. Dat is waar, en dat blijft waar.
Jezus als de Samaritaan
Maar er was nog een ander stukje in de Bijbel dat mij triggerde. In Johannes 8 zeggen de Joden tegen Jezus:
De Joden dan antwoordden en zeiden tegen Hem: Zeggen wij niet terecht dat U een Samaritaan bent en door een demon bezeten bent? Jezus antwoordde: Ik ben niet door een demon bezeten, maar Ik eer Mijn Vader, en u onteert Mij. — Johannes 8:48-49 (HSV © Stichting HSV)
Jezus antwoordt: Ik ben niet bezeten. Wat Hij niet zegt, is: Ik ben geen Samaritaan. Daar gaat Hij niet op in. Jezus kwam uit de stam van Juda, dus Hij was geen Samaritaan. Maar we weten wel dat Jezus Zich voortdurend verbindt en vereenzelvigt met de mensen die laag staan in de wereld. Hij gaat om met tollenaars, prostituees, verschoppelingen, de outcasts. Dus ook hier, met de Samaritaan.
Toen dacht ik: hé, dat is interessant. Wat nou als Jezus deze gelijkenis aan een schriftgeleerde vertelt, en eigenlijk ook een verhaal over Zichzelf vertelt? Wat gebeurt er als we het verhaal lezen en Jezus projecteren op de Samaritaan?
Dan zien we Jezus die de weg afgaat en de greppel in gaat, naar iemand die verloren is, gewond, eigenlijk al ten dode opgeschreven. Berooid, helemaal ontkleed, hij heeft niets meer. En Jezus gaat daarnaartoe, pakt hem op, verbindt zijn wonden, neemt hem mee, brengt hem onder en zegt: hier heb je geld. En als Ik terugkom, en Ik kom een keer terug, en er is in de tussentijd nog meer schuld bij gekomen: Ik betaal het. Je hoeft niets tekort te komen.
Twee penningen: overvloedige genade
Dat vond ik bijzonder als we het over genade hebben. Ik betaal het, en mocht er nog meer schuld bij komen, Ik heb genoeg.
In de grondtekst staat dat hij twee denarie geeft. Eén denarie was ongeveer een dagloon, dus twee denarie zijn twee daglonen. Ik heb geprobeerd uit te zoeken wat een overnachting in een herberg in die tijd kostte. Naar wat ik kon vinden, lag dat ergens tussen een zesde en een achtste deel van een denarie. Als dat klopt, geeft hij de waard al geld mee voor ruim twee weken. Vooruitbetaald, zonder te weten of het goed zou gaan. Het maakt me niet uit: hier heb je al genoeg voor de komende twee weken, en als ik terugkom en het heeft nog veel meer gekost, maakt niet uit. Wat het ook kost, ik betaal.
Hij zegt niet: als dit verprutst wordt, als die twee denarie op zijn en alles verkwanseld is, gooi hem dan maar naar buiten, trek het verband er maar af, neem alles af wat ik gegeven heb en zet hem weer op straat. Nee. Dat is de genade van Jezus. Als het nog meer is, als er nog meer fouten worden gemaakt, als die man nog meer dingen doet: Ik betaal het. Genade. Overvloedige genade.
Olie en wijn
Maar er zit nog iets in het verhaal waar ik vandaag dieper bij wil stilstaan. Symbolen midden in het verhaal. Heeft iemand het al gezien? Hij giet olie en wijn in de wonden van de man. Een klein zinnetje waar je zo overheen leest, maar voor ons christenen, en ook voor de mensen in die tijd, zeggen olie en wijn iets.
Wijn is voor ons nu heel makkelijk. Vorige week hebben we avondmaal gevierd, we hebben de wijn gedronken, en de wijn staat voor het bloed. Het bloed van Jezus dat ons heeft vrijgekocht. Het offer van Jezus waardoor wij zijn overgegaan in het nieuwe verbond: deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt. Dat is niet zo moeilijk; elke keer dat we avondmaal vieren, denken we eraan.
Maar dan de olie. Waarom zou je olie en wijn in een wond gieten? In die tijd goot men vaker wijn in wonden, want in wijn zit alcohol, en alcohol desinfecteert. Maar waarom dan de olie? Olie verzorgt, olie verzacht de pijn, maar het brengt ook een beschermlaagje aan, zodat er geen nieuwe infecties bij kunnen komen. Olie verzacht en beschermt.
Wat zegt de Bijbel dan over olie? Daarvoor gaan we helemaal terug naar het begin, naar Genesis 28. Het gaat over Jakob, die op de vlucht is. Op een gegeven moment gaat hij 's nachts slapen, pakt een steen, legt zijn hoofd erop en valt in slaap. Midden in de nacht heeft hij een droom: hij ziet een ladder, en engelen die over die ladder naar boven en naar beneden gaan.
Toen Jakob uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: De HEERE is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten. Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel. Daarna stond Jakob 's morgens vroeg op. Hij nam de steen waar hij zijn hoofdkussen van gemaakt had, zette die overeind als een gedenkteken en goot er olie op. Hij gaf die plaats de naam Bethel, hoewel de naam van de stad eerst Luz was. — Genesis 28:16-19 (HSV © Stichting HSV)
Bethel: beth betekent in het Hebreeuws huis, en El betekent God. Jakob zegt dus: dit is het huis van God, en hij giet er olie over. Hij zalft de steen met olie. Waarom? God woont hier.
In Exodus 30 krijgt Mozes van God de opdracht om zalfolie te maken. De tabernakel wordt gebouwd, en voordat die in gebruik wordt genomen, worden de tabernakel en alles wat erin staat met olie gezalfd. Waarom? God woont daar. Later bouwt Israël de tempel, en de heerlijkheid van God vult het huis. Opnieuw de plek waar God woont.
Het is een patroon dat zich door de hele Bijbel herhaalt: elke keer als er olie komt, is er iets bijzonders aan de hand. Ook als een koning of een priester met olie werd gezalfd. Deze persoon is door God apart gezet, God is met hem. Daarom wilde David Saul niet aanraken, terwijl Saul echt aan alle kanten fout bezig was. David zei: ik raak hem niet aan, want hij is de gezalfde van de HEERE. Het is een plek waar God woont, iets wat door God geheiligd is. Daar ga ik niet aankomen.
De Gezalfde in de synagoge
En dan staat Jezus ineens in een synagoge, rolt een boekrol open en leest uit Jesaja 61:
De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. — Lukas 4:18-19 (HSV © Stichting HSV)
Jezus zegt: de Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Christus komt van het Griekse woord Christos, en dat betekent gezalfde. De naam Jezus, Jeshua, betekent: de HEERE redt. Jezus Christus is dus de gezalfde Redder, en Hij leest uit Jesaja 61. Laten we dat hele stuk eens lezen:
De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen. Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis; om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE en de dag van de wraak van onze God; om alle treurenden te troosten; om aangaande de treurenden van Sion te beschikken dat hun gegeven zal worden sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest, opdat zij genoemd worden eiken van de gerechtigheid, een planting door de HEERE, om Hem te verheerlijken. — Jesaja 61:1-3 (HSV © Stichting HSV)
Dat laatste stukje, "de dag van de wraak van onze God", zegt Jezus niet als Hij in de synagoge staat. Hij stopt halverwege de zin. Hij zegt: vandaag is dit vervuld, het uitroepen van het jaar van het welbehagen van de Heere. En dan de dag van de wraak van onze God, om alle treurenden te troosten. Dat is iets wat nog gaat komen, maar wat ook al gebeurd is. Het herhaalt zich. Want de wraak van God over alle zonde: Jezus heeft de zonde van de hele wereld op Zich genomen. Gods toorn over de zonde is op Jezus neergekomen; Hij heeft het allemaal voor ons gedragen. Alleen, toen Jezus Jesaja 61 voorlas, was Hij nog niet aan het kruis gegaan. Dus moest Hij daar ook stoppen.
Maar wat komt er na de dag van de wraak van onze God? Treurenden troosten. Sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest.
Koren, wijn en olie
Om dat goed te begrijpen, wil ik ook even stilstaan bij de profeet Joël. Op de Pinksterdag, als de Heilige Geest wordt uitgestort, zegt Petrus: dit is waar de profeet Joël over heeft geprofeteerd. Maar een paar regels daarvoor staat er in Joël 2 iets wat je makkelijk mist:
Toen nam de HEERE het op voor Zijn land, en Hij spaarde Zijn volk. De HEERE antwoordde en zei tegen Zijn volk: Zie, Ik zend u het koren, de nieuwe wijn en de olie, zodat u ermee verzadigd wordt. Ik zal u niet meer overgeven als voorwerp van smaad onder de heidenvolken. — Joël 2:18-19 (HSV © Stichting HSV)
Daarna gaat Joël een tijd door over wat God allemaal zal doen. En dan, verderop in hetzelfde hoofdstuk:
Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. — Joël 2:28-29 (HSV © Stichting HSV)
Pinksteren. Joël zegt: zie, Ik zend u het koren, de nieuwe wijn en de olie. Ik zie daarin het lichaam, het bloed en, vanaf nu noem ik olie ook zo, de Heilige Geest.
Jezus is gekomen in die laatste dagen. Zoals de profeet Joël al had gezegd: Ik zend u koren, wijn en olie. En Jezus zegt: dit is Mijn lichaam. Jezus komt uit Bethlehem: beth, huis, lechem, brood. Huis van brood. Jezus zegt: Ik ben het brood des levens. Aan de avond voor Zijn dood zegt Hij: neem, dit is Mijn lichaam, en dit is de beker. En dan de belofte van Pinksteren, dagen na de opstanding van Jezus: de uitstorting van de Heilige Geest, waarbij Petrus zegt: deze mensen zijn niet dronken, zoals jullie denken; dit is waar de profeet Joël over had geprofeteerd.
Joël was eigenlijk al een belofte van Jezus. Het graan, de wijn en daarna ook de olie. En dat doet de Samaritaan: de barmhartige Samaritaan giet olie en wijn. Daarom ga ik op die symboliek in. Hij giet olie en wijn in de wond. De belofte die al gedaan was: vergeving van zonde, vrijkoping van schuld door het bloed van Jezus, maar ook de Heilige Geest, als olie, om te verzachten en te genezen. Twee waarheden die bij elkaar horen. Vergeving van schuld, maar ook genezing.
Als we zo doorgaan naar het hele verhaal: die man ging van Jeruzalem naar Jericho, een weg die bekendstond om de rovers. Het was een gevaarlijke weg. Wie gaat die weg nou in zijn eentje? Wie doet dat nou? Het is een gelijkenis, maar die man doet het. En nergens in het verhaal wordt hij veroordeeld. Niemand zegt: waarom doe je dat dan? Waarom ben je zo dom geweest?
Eigenlijk zijn we allemaal als die arme man. We hebben allemaal keuzes gemaakt in ons leven, dingen gedaan die misschien niet zo goed waren. We derven allemaal de heerlijkheid van God. We zijn mensen, we maken fouten. Godzijdank is daar het bloed van Jezus, dat ons vrijkoopt van die schuld als we Hem aannemen. Vergeving van zonde. Maar ook die olie, de olie van de Heilige Geest.
Olie werkt langzaam. Als we hoofdpijn hebben, nemen we een paracetamol of twee, en als je geluk hebt is de hoofdpijn tien minuten of een kwartiertje later weg en kun je weer verder met je dag. Maar soms heb je spierpijn of een schaafwond, en dan ga je naar de dokter en krijg je een zalfje. Dat smeer je op, het is vettig, het beschermt, maar het duurt een tijdje. Sommige wonden hebben we opgelopen in ons leven: dingen die ons zijn overkomen door anderen, dingen die we zelf hebben gedaan, door over die weg te lopen. De Heilige Geest is ons gegeven om ons juist daarin te beschermen, te verzachten en te helen. Soms merk je dat pas later, als het zalfje lang genoeg heeft gezeten en je denkt: hé, mijn wond is nu eindelijk geheeld.
Jezus stopte in de synagoge net voor de dag van de Heere. Er komt een dag waarop alles nog wordt hersteld. En er is al een dag geweest waarop het een en ander is hersteld, door de dood en opstanding van Jezus, ook als voorbode van wat nog gaat komen. En in de tussentijd hebben we de Heilige Geest gekregen, om ons elke dag weer, als een soort zalfje op onze wonden, te beschermen, te verzachten en te helen.
En wat zei Jesaja dan? Als we de Heilige Geest hebben gekregen: vreugdeolie in plaats van rouw. Een lofgewaad in plaats van een benauwde geest. Sieraad in plaats van as. Iets wat in volle glorie nog gaat komen, op de dag dat Hij terugkomt. Maar in de tussentijd, in het hier en nu, wil Hij met de Heilige Geest die we hebben gekregen ook nu al vreugdeolie geven in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest. In de kracht van de Heilige Geest mogen we nu al gaan ervaren en voelen wat het is om een kind van God te zijn.
God zegt eigenlijk: mag Ik olie en wijn in jouw wonden gieten? In de pijn en het verdriet in je leven, de plekken waar het misschien nog brandt als je eraan zit. Als iemand iets zegt of iets doet en je denkt: dat doet zeer. God wil heel graag ook op die plekken wijn en olie gieten.
Jezus vraagt niet om schone kamers, dat we eerst alles helemaal in orde brengen. Hij zegt ook niet tegen de man: sta op, verbind jezelf en loop met Me mee. Nee, Jezus wil instappen. Instappen in ons leven, in de greppel, ons optillen, ons genezen en ons meenemen. Er is genoeg genade bij God, er is genoeg genezing bij God. Het houdt niet op.
Wijn en olie. Niet alleen wijn, niet alleen olie: allebei even belangrijk. We hebben ze allebei nodig. We hebben verlossing nodig van de dingen die we fout doen, we hebben vergeving nodig. Maar we hebben ook herstel nodig van de gevolgen van de keuzes die we hebben gemaakt, en van de gevolgen van de keuzes die anderen hebben gemaakt, waardoor wij pijn hebben opgelopen.
Ik had opgeschreven: misschien zit je hier vandaag met wonden. Maar ik denk dat ik wel kan zeggen dat we allemaal gewond zijn. We hebben allemaal dingen meegemaakt in ons leven die we misschien diep hebben weggestopt, maar die er nog zitten, en God wil ook vandaag genezen. Dingen die we zelf hebben veroorzaakt, of die anderen bij ons hebben veroorzaakt. Iets wat we meeslepen. En Jezus daalt af, Hij wil afdalen naar die plekken. Niet om een lijstje te maken van dingen die beter moeten en anders moeten. Nee, Hij wil ons oppakken, verbinden en veilig thuisbrengen.
De wijn zegt: je schuld is vergeven. De olie zegt: je wonden worden geheeld. Soms snel, soms wat langzamer, maar het werkt wel. Wil je vandaag de olie en de wijn ook aanvaarden in jouw leven?
Gebed
Lieve Vader, Heere Jezus, Heilige Geest, dank U wel voor dit prachtige, machtige beeld, waarin U afdaalt naar de plek, de greppel, waar wij liggen. Dank U dat U die stap hebt gezet nog voordat wij om hulp hebben gevraagd. U zag onze nood en U daalde af.
Heer, we zijn schuldig en we zijn gewond, en U weet het allebei. Maar U ziet het en U daalt af. Dank U wel dat U onze schulden vergeeft door het bloed van Uw Zoon Jezus, en dat U onze wonden wilt genezen door de olie van de Heilige Geest. Zoals U het al beloofde met het graan, de wijn en de olie: het beeld van Jezus en de uitstorting van de Heilige Geest. Dat is alles wat wij nodig hebben om in deze wereld te kunnen staan, te kunnen leven en overleven.
Heer, laat de Heilige Geest, de olie, onze pijn verzachten en onze wonden helen, zodat we sterk en krachtig mogen opstaan als een licht voor de volken om ons heen. Werk in ons, Heer, op Uw tempo. Misschien soms snel, misschien soms wat langzamer, maar we willen U vertrouwen dat wat U begint, U ook afmaakt.
Vader, zo bid ik dit alles in de machtige naam van Uw Zoon, Jezus Christus, de gezalfde Redder. Amen.
