Preek
Kijk, leef, blijf kijken
Waar gaat deze preek over?
Aan een dode boom groeien geen levende vruchten. In Johannes 4 zoekt Jezus een Samaritaanse vrouw op, die haar kruik laat staan en de stad in rent: kom en zie. Over vrucht die van binnenuit groeit, geduld, en genade die geen hangmat is.
In deze preek
Deze week staat Johannes 4 op het lijstje. Maar als we even terugkijken naar de afgelopen weken, dan zie je één centraal thema, telkens vanuit een andere hoek: wat gebeurt er wanneer Jezus werkelijk het fundament van je leven wordt?
We keken naar de Bergrede, en naar een leven dat niet alleen aan de buitenkant christelijk lijkt, maar waarin van binnen echt iets verandert. Een liefde die verder gaat dan de mensen van wie je toch al houdt. Niet leven voor de goedkeuring van anderen, en de woorden van Jezus niet alleen horen, maar ze onderdeel laten worden van wie je werkelijk bent. Meer dan het gewone. Daarna keken we naar het huis dat God bouwt. Jezus is de hoeksteen, en wij zijn levende stenen. Niet één steen die alles draagt: geen gemeenteleider, geen voorganger, geen persoon die in zijn eentje de gemeente overeind moet houden. Christus is de hoeksteen, en door Hem mogen we ons aan elkaar laten verbinden. Het werd zo mooi gezegd: de liefde is het cement dat de stenen bij elkaar houdt.
Een levende steen, een levende boom
Vorige week hebben we vanuit Johannes 3 gekeken wat dat dan is, een levende steen. Want hoe wordt een steen levend? Je kunt een steen vastpakken en er van alles mee doen, maar levend wordt hij nooit. Daar is iets voor nodig van bovenaf. En als we spreken over bouwen, of vandaag over vrucht dragen, dan moeten de woorden van Jezus zichtbaar worden. Een levende steen kun je alleen maar zijn als je van binnen leven ontvangen hebt.
Dat was eigenlijk ook de vraag van Nicodemus. Hij kwam met allerlei vragen naar Jezus, en Jezus kaatste ze terug: je moet opnieuw geboren worden, anders kun je het Koninkrijk van God niet zien. Nicodemus was een gerespecteerd Farizeeër. Hij was er niet op uit om Jezus onderuit te halen; hij was oprecht bezig met de wet, met de Schriften, met een leven dat God wilde dienen. En toch zegt Jezus: je mist iets. Je moet opnieuw geboren worden.
Ik had vorige week een zin opgeschreven: aan een dode boom groeien geen levende vruchten. Ik ben zelf ook in de tuin bezig en heb een aantal struiken geplant. Eén daarvan is gewoon dood. Als je een takje knakt, hoor je dat knapperige geluid. Er zit geen sap meer in.
Stel je nu voor dat je een appelboom hebt, en die appelboom is dood. Geen sap, geen blad, geen groei, helemaal niks. Iemand komt langs en zegt: zo'n appelboom moet toch eigenlijk wel appels dragen. Dus de volgende dag ga je naar de supermarkt, je haalt een paar zakken appels en een stuk touw, en je gaat aan de slag. Je hangt appels op aan de appelboom. Misschien koop je er nog wat blaadjes bij en plak je die er met lijm aan vast. Van een afstand kan het er best imposant uitzien. Wauw, daar staat een appelboom vol blad en vol appels. Maar als je dichterbij komt, zie je wat er aan de hand is. De appels zijn niet gegroeid, ze zijn opgehangen. Van buiten lijkt er leven, maar van binnen is de boom nog altijd dood.
Ons leven en ons geloof kunnen daar soms een klein beetje op lijken. We doen allerlei dingen: Bijbel lezen, bidden, geven, dienen, ons gedrag aanpassen, regeltjes volgen. Begrijp me niet verkeerd, al die dingen zijn goed. Bijbellezen is echt goed. Liefhebben en geven is allemaal goed. Maar de dingen zelf geven ons niet het leven. Aan een dode boom groeien geen levende vruchten; daarvoor moet er eerst iets van binnen gebeuren. De boom moet levend worden.
Dat is wat Jezus aan Nicodemus vertelt. Er moet leven komen van binnenuit. Je moet opnieuw geboren worden, van bovenaf, uit water en Geest. Jezus moet in je komen wonen, en dan ga je echt vrucht dragen. Niet uit rituelen en dingen die je doet, maar omdat je van binnenuit leeft. Misschien keken mensen naar Nicodemus zoals naar die appelboom van een afstand: heel mooi. Ik denk zelfs dat je zijn leven van dichtbij ook best mooi zou mogen noemen. Maar hij miste één cruciaal onderdeel, en dat was het leven van binnenuit.
Toen gebruikte Jezus het beeld van de slang in de woestijn. De Israëlieten die door slangen gebeten waren, hoefden alleen maar te kijken naar de koperen slang, en ze zouden leven. Daar begint het. Maar daar eindigt het niet. Johannes 3 is ook niet het einde van het evangelie. Je zou de preek van vorige week kunnen nemen en zeggen: oké, ik hoef alleen maar te kijken, achterover te leunen en te genieten, Jezus doet het wel. Maar er is ook nog hoofdstuk 4. Want wanneer je naar Jezus kijkt, gebeurt er iets. Je gaat dingen zien. En hoe meer je naar Hem kijkt, hoe meer je van Hem gaat zien, en hoe meer dat ook iets met jou gaat doen.
Johannes 3:16 krijgt handen en voeten
In Johannes 3 staat een zin die we denk ik allemaal kennen:
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. — Johannes 3:16 (HSV © Stichting HSV)
Zo lief heeft God de wereld gehad. Ik blijf het evangelie van Johannes steeds mooier vinden. Want wat doet Johannes? Meteen na Johannes 3:16 neemt hij ons mee met Jezus naar Samaria. Ik denk dat hij dat heel bewust heeft gedaan. Geen toeval, geen aardrijkskunde, maar Johannes zegt: laten we Johannes 3:16 eens handen en voeten geven. Misschien zelfs een gezicht.
Want Samaria is niet zomaar een plek. In die tijd waren de Samaritanen verschoppelingen. Ze waren voortgekomen uit een vermenging van Israëlieten met andere volken die in het land waren komen wonen, en in de ogen van veel Joden mocht dat niet. De Joden keken neer op Samaria; daar wilde je niet naartoe. En Jezus gaat er wel naartoe.
Als we de woorden uit de Bergrede serieus nemen, een liefde die verder reikt dan je eigen veilige kring, dan gaat het niet alleen om je familie, je vrienden, je kennissen en je buren, maar ook om iemand van wie je niet zo makkelijk houdt. Iemand aan wie je misschien zelfs een hekel hebt. Hoe gaan we daarmee om? Hier laat Jezus zien hoe Hij dat deed. Ik lees niet het hele hoofdstuk, maar in ieder geval het begin.
Toen nu de Heere merkte dat de Farizeeën gehoord hadden dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes – hoewel Jezus Zelf niet doopte, maar Zijn discipelen – verliet Hij Judea en vertrok Hij weer naar Galilea. En Hij moest door Samaria gaan. Hij kwam dan bij een stad in Samaria, Sichar genoemd, dicht bij het stuk grond dat Jakob zijn zoon Jozef gegeven had. En daar was de bron van Jakob. Jezus nu ging, vermoeid van de reis, bij de bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zei tegen haar: Geef Mij te drinken. Want Zijn discipelen waren weggegaan naar de stad om voedsel te kopen. De Samaritaanse vrouw dan zei tegen Hem: Hoe vraagt U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen. Jezus antwoordde en zei tegen haar: Als u de gave van God kende, en wist Wie Hij is Die tegen u zegt: Geef Mij te drinken, u zou het Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water gegeven hebben. De vrouw zei tegen Hem: Heere, U hebt geen emmer en de put is diep; waar hebt U dan het levende water vandaan? Bent U soms meer dan onze vader Jakob, die ons de put gegeven heeft en zelf daaruit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden? Jezus antwoordde en zei tegen haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven. De vrouw zei tegen Hem: Heere, geef mij dat water, opdat ik geen dorst meer zal hebben en niet hier hoef te komen om te putten. Jezus zei tegen haar: Ga heen, roep uw man en kom hier. De vrouw antwoordde en zei tegen Hem: Ik heb geen man. Jezus zei tegen haar: U hebt terecht gezegd: Ik heb geen man, want vijf mannen hebt u gehad en die u nu hebt, is uw man niet; dat hebt u naar waarheid gezegd. De vrouw zei tegen Hem: Heere, ik zie dat U een profeet bent. Onze vaderen hebben op deze berg aanbeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden. Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. De vrouw zei tegen Hem: Ik weet dat de Messias komt (Die Christus genoemd wordt); wanneer Die gekomen zal zijn, zal Hij ons alles verkondigen. Jezus zei tegen haar: Ik ben het, Die met u spreekt. En op dat moment kwamen Zijn discipelen en zij verwonderden zich dat Hij met een vrouw sprak. Toch zei niemand: Wat zoekt U? of: Wat spreekt U met haar? De vrouw nu liet haar waterkruik staan en ging weg naar de stad en zei tegen de mensen: Kom, zie Iemand Die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb; zou Híj niet de Christus zijn? Zij dan gingen de stad uit en kwamen naar Hem toe. — Johannes 4:1-30 (HSV © Stichting HSV)
Toen ik dit verhaal las, vond ik het heel bijzonder. Daar staat die vrouw, oog in oog met Jezus, en ze weet niet wie Hij is. In de eerste plaats is Hij een Jood, en ze is verbaasd.
Er zijn al heel veel preken gehouden over de Samaritaanse vrouw. Ze had waarschijnlijk geen beste reputatie in het dorp. Het was het zesde uur, volgens de Joodse telling ongeveer twaalf uur 's middags, midden op de dag, als het echt heet is. Op dat uur ging je normaal gesproken niet naar de bron om water te putten; dat deed je in de koelte van de ochtend of de avond. Zij ging wel. Mogelijk omdat ze alle blikken wilde ontwijken, alle praatjes, alle tantes van het dorp. Dat weten we niet zeker, maar het zou goed passen bij wat we verder over haar leven lezen. Ze ging op een moment van de dag waarop er toch niemand zou zijn, en ineens zit daar een man.
Jezus doorbreekt hier een aantal grenzen. Hij spreekt als Jood met een Samaritaanse. Hij is een man, en zij is een vrouw die daar alleen aankomt. De Joden zagen zichzelf als religieus zuiver, en de Samaritanen waren in hun ogen toch wel een vreemd volk. En zij had ook nog eens een verleden waar allerlei vragen bij hoorden. En Jezus gaat gewoon zitten en begint met haar een gesprek. De liefde van Johannes 3:16 krijgt hier voor mij handen en voeten, en zelfs een gezicht.
Ook hier zit weer een bijzondere volgorde in. De vrouw komt niet naar Jezus toe. Ze komt naar de bron om water te halen, en Jezus zoekt haar. Hij is al vooruitgegaan. Jezus begint het gesprek, zij niet, en het was helemaal niet gebruikelijk dat Hij dat zou doen. Hij vraagt haar zelfs om water. Daarna spreekt Hij over levend water en maakt Hij Zichzelf steeds een stapje verder bekend.
Ook hier begint de genade bij God, en dat vind ik belangrijk. We kunnen allemaal verhalen zoeken over mensen die van alles doen en waarop God dan antwoordt. Maar ik zie hier een God die uitstapt. Die naar het verlorene gaat, naar mensen in de wereld die Hem misschien eigenlijk niet willen kennen. Hij zoekt ze op en Hij begint een gesprek.
Ze blijft kijken
En elke keer komt zij een stapje dichter bij wie Hij werkelijk is. Eerst is Hij gewoon een Jood. Ze begrijpt nog niet eens waarom Hij überhaupt met haar praat, Hij als Jood en als man. Maar Jezus gaat met haar in gesprek, en er groeit een vorm van respect: ineens noemt ze Hem "Heere". Jezus lijkt dingen over haar leven te weten die niemand zomaar zou kunnen weten, en ineens noemt ze Hem een profeet. Dus van een Jood naar een respectabele Jood naar een profeet, en uiteindelijk komt zelfs de Messias ter sprake. Dan openbaart Jezus Zich: "Ik ben het, Die met u spreekt." Ik ben de Messias.
Ze begint met de vaststelling "U bent een Jood", en ze rent weg met de vraag: zou Hij niet de Christus zijn? Wat is er gebeurd? Ze blijft kijken. Ze is in gesprek met Jezus. Ze luistert naar Hem, ze kijkt naar Hem, en hoe langer ze naar Hem kijkt en naar Hem luistert, hoe meer ze gaat zien wie Hij werkelijk is.
Ik geloof dat dat een van de belangrijke onderdelen is van discipelschap: kijken naar Jezus. Niet het juiste vakje aanvinken, "ik heb Jezus gezien, check, ik kan weer door met mijn leven". Nee, je inhoudelijk in Hem verdiepen. Aanhoudend blijven kijken naar Hem. Blijven kijken, blijven leren kennen. Zo ontdekken we steeds meer van Zijn karakter: Zijn liefde, Zijn genade, Zijn waarheid, Zijn heiligheid, Zijn geduld, Zijn kracht. En naarmate we langer kijken, krijgen we steeds meer openbaring, en doet het iets in ons.
Ik denk dat dat de kern is van wat we vorige week over de slang zeiden. We kijken naar Jezus, en dat doet iets. Het doet iets diep van binnen, er gaat iets borrelen. Jezus noemt dat hier zelf levend water, dat opwelt in het binnenste. Vorige week hadden we het over de champagnefles: als je die flink schudt, wil het eruit. Ik denk dat het met dat levende water net zo is. Het wil eruit. Het moet eruit. Het moet de wereld in.
Paulus beschrijft later in een van zijn brieven hetzelfde:
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt. — 2 Korinthe 3:18 (HSV © Stichting HSV)
Paulus heeft dat dus ook ontdekt. Naarmate ik meer en meer naar de heerlijkheid van de Heere blijf kijken, blijf focussen op Jezus, op Zijn genade en Zijn liefde, verander ik zelf ook naar dat beeld. Dat vind ik fascinerend: we worden zoals degene naar wie we kijken.
Ik herken dat ook wel een beetje uit mijn eigen omgeving. Als ik naar mijn kinderen kijk, zie ik op een gegeven moment toch mezelf een beetje terug. Ze kopiëren dat. En met goede vrienden met wie ik al jaren omga, heb ik een bepaalde humor die op elkaar is afgestemd. Af en toe hoef je niet eens iets te zeggen, je hoeft alleen maar op een bepaalde manier te kijken en het grapje is al gemaakt. Als je met elkaar omgaat, neem je dingen van elkaar over.
Dus waar voeden we ons leven mee in het alledaagse? Waar kijken we naar? Naar wie kijken we, en wat voor invloed heeft dat? Ik probeer mijn kinderen dat ook een beetje bij te brengen: je kunt de hele dag op YouTube of Instagram hangen, je ziet van alles en op een gegeven moment ga je jezelf meten. Als ik naar mezelf blijf kijken, word ik trots, of misschien juist moedeloos, omdat het allemaal net niet lukt. Als ik naar anderen om me heen kijk, ga ik vergelijken: doe ik het net zo goed als die ander, beter of slechter? En als ik naar regels ga kijken, ga ik misschien alleen maar harder presteren en nog meer mijn best doen. Maar door naar Jezus te kijken, zie ik wie God werkelijk is. En dat verandert iets in mij.
Dat gaat niet vanzelf. We moeten er elke dag weer voor kiezen om naar Jezus te kijken, want de wereld schreeuwt om onze aandacht. De televisie, de sociale media, alles om ons heen. Ik werk zelf voor een deel in de marketing, dus ik weet er iets van: het gaat erom hoe hard je kunt schreeuwen om de meeste aandacht te krijgen, want als je de aandacht krijgt, verdien je geld. De hele wereld om ons heen is zo ingericht. Het is dus niet altijd makkelijk om je ogen gericht te houden op Jezus en je te vullen met Hem.
Vrucht groeit van binnen naar buiten
Dan kom ik weer even terug bij die boom. Een levende boom is niet bezig met vergaderingen of planningen. Die staat daar en zuigt het leven op uit de bodem. Er zijn wortels, er is water, er is licht, en er groeit iets van binnenuit.
In mijn moestuin is het nu de tijd van de tomaten. De komkommers zijn een beetje passé, maar de tomaten en de paprika's beginnen nu te komen. En wat moet ik doen? Ik moet niet aan de plant gaan zitten trekken. Ik moet voeding geven aan de bodem. Dus ik verzadig de bodem met extra voeding voor vruchtdragende planten. Dat wordt opgezogen, het gaat door de stam heen, door de takken heen naar de vruchten, en daardoor groeien de vruchten. De vrucht groeit van binnen naar buiten, en het begint in de grond.
Groei kost soms ook tijd, en snoei. Als ik niets met een tomatenplant doe, heb ik op een gegeven moment een megaboom, maar er groeien bijna geen vruchten aan. Alle energie gaat naar nieuwe takken en nieuwe bladeren. Dus ik moet snoeien, om juist de vruchten naar boven te halen. Een levende boom vraagt oefening, werk en verzorging. Een dode boom kun je ook bijsnoeien, maar dan gebeurt er niks. Er komen geen vruchten aan. Er moet dus wel leven zijn, en dat is een wezenlijk verschil. We proberen niet vanuit de dood leven te produceren, maar we ontvangen eerst leven van Hem en leren vervolgens in dat leven te wandelen. En we moeten Hem ook de tijd en de ruimte geven om te snoeien. Snoeien is het minst leuke onderdeel van ons leven, want het doet soms een beetje pijn. Maar de winst van snoeien is meer vrucht, betere vrucht. Vrucht vol sap en zoetigheid. Hoe langer je de tomaten hebt en hoe beter je ze verzorgt, hoe zoeter ze worden.
Deze week hadden we komkommers die een tijdje te weinig voeding hadden gehad. We zijn een week op vakantie geweest, en de buurvrouw heeft haar best gedaan, maar waarschijnlijk net niet genoeg water gegeven. We namen een hap en dachten: wat bitter! Een komkommer die in de stress heeft gestaan, wordt ineens bitter, en die vrucht is gewoon niet lekker meer. Die konden we weggooien. Inmiddels zitten we weer in het goede ritme en is er weer goede verzorging.
Zo mooi laat de natuur het zien. We moeten erin leren wandelen, en we mogen ook genade hebben voor onszelf. Soms is een vrucht wat bitterder, maar het is nooit te laat. We kunnen altijd weer bijgesnoeid worden, er komt nieuwe voeding bij, en dan groeien er weer nieuwe vruchten die goed zijn.
Ze laat haar kruik staan
Er gebeurt nog iets heel moois in Johannes 4 dat mij opviel. De vrouw kwam bij de put om water te halen, en ze rent weg zonder kruik. Dat staat er gewoon. Jezus zegt niet tegen haar: laat alles achter. Soms zegt Hij dat wel tegen Zijn discipelen: laat alles achter en volg Mij. Maar tegen haar zegt Hij niets van: laat je kruik staan, ga evangeliseren, ga mensen halen. Hij laat alleen zien wie Hij is. En zij laat haar kruik staan, rent weg en begint overal te roepen dat Hij misschien wel de Christus kan zijn. Ze weet het nog niet eens zeker. "Zou Híj niet de Christus zijn? Hij weet zoveel van mij."
Ik denk dat dat leven is. Ze heeft Jezus ontmoet, er is diep van binnen iets veranderd, en dat moet naar buiten. Zo erg dat ze zelfs haar kruik vergeet. Ze heeft iets gezien, en dat kan ze niet meer voor zichzelf houden. Ze zegt: kom en zie. Kom kijken. Weer die woorden. Ze zegt niet: luister naar mij, ik heb nu alle antwoorden, ik heb Jezus ontmoet en ik ben nu helemaal geleerd. Nee, haar getuigenis bevat zelf nog een vraag: zou Hij niet de Christus zijn? Ze is er nog niet eens honderd procent zeker van. Maar er is iets in haar dat zegt: ik moet dit doorgeven, ik moet iedereen roepen. Kom kijken.
Je hoeft dus niet alles over Jezus te weten om over Hem te vertellen. Soms kun je dat wel denken. Mijn vrouw zegt het ook weleens: evangeliseren vindt ze lastig. Je krijgt allemaal moeilijke vragen, je kent de Bijbel niet helemaal uit je hoofd, en dan moet je zeggen dat je het niet weet, of misschien sla je een flater. Maar deze vrouw wist eigenlijk bijna niks, en ze ging toch de stad in om te zeggen: kom kijken, ik heb Iemand ontmoet die wel eens de Christus zou kunnen zijn. Ik heb genoeg vragen, maar ik weet genoeg om te zeggen dat je Hem moet ontmoeten.
En Johannes 3:16 gebeurt dan hier in Samaria. Want wat gebeurt er? Mensen horen haar en gaan naar Jezus. Ze trekken de stad uit, naar Jezus toe, en Jezus begint te vertellen. Er gebeurt iets moois: eerst geloven ze vanwege haar verhaal, maar later zeggen ze: we geloven niet meer alleen omdat jij het verteld hebt, we hebben Hem zelf gehoord.
En velen van de Samaritanen uit die stad geloofden in Hem om het woord van de vrouw, die getuigde: Hij heeft alles tegen mij gezegd wat ik gedaan heb. Toen dan de Samaritanen bij Hem gekomen waren, vroegen zij Hem bij hen te blijven, en Hij bleef daar twee dagen. En er kwamen er nog veel meer tot geloof, vanwege Zijn woord, en zij zeiden tegen de vrouw: Wij geloven niet meer om wat u zegt, want wijzelf hebben Hem gehoord en weten dat Híj werkelijk de Zaligmaker van de wereld is, de Christus. — Johannes 4:39-42 (HSV © Stichting HSV)
Dat is eigenlijk het simpele verhaal. Op haar getuigenis, "Hij heeft iets gezegd wat Hij niet kon weten", trekken ze met z'n allen naar Hem toe en horen ze Jezus uit de eerste hand. En ze zeggen: wat jij ons vertelde was het begin, maar nu hebben we Hem zelf gehoord en geloven we in Hem. God had de wereld lief, zelfs de Samaritanen. En de wereld begint hier al de Redder te kennen. Niet in Jeruzalem, maar in Samaria. Bij de mensen van wie men dacht dat ze er niet bij hoorden. De reikwijdte van Gods liefde gaat zelfs over culturele grenzen heen.
Misschien begrijpen we nu ook iets beter hoe God Zijn huis bouwt.
Als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan. — Psalm 127:1 (HSV © Stichting HSV)
Dat betekent niet dat er geen bouwers zijn. Er wordt gebouwd, mensen werken, mensen dragen stenen. Maar God is degene die het werkelijk bouwt, en Hij doet dat met ons. Dit gaat over Zijn huis, Zijn gemeente. Maar als ik het persoonlijk maak, zit er ook een waarheid in. We kunnen ontzettend hard bouwen aan ons eigen leven: aan ons karakter, onze reputatie, ons geloof, onze kennis en ons gedrag. Maar we moeten dat leven van binnen ook echt hebben, anders zwoegen we voor niets. Dan hangen we uiteindelijk misschien toch weer appels aan een dode boom.
God begint dieper, en Hij maakt levend. Hij verandert het hart, en vanuit het nieuwe leven beginnen dingen te groeien. Vervolgens neemt Hij de mensen die Hij levend heeft gemaakt en maakt Hij ze onderdeel van een groter geheel: levende stenen in Gods huis. Elke steen is uniek. Anders van vorm of van kleur, maar onderdeel van hetzelfde huis. Niet elke steen heeft dezelfde achtergrond, hetzelfde verhaal of hetzelfde leven gehad. In de paar hoofdstukken die we nu gelezen hebben, zagen we een gerespecteerde Joodse leider, een Samaritaanse vrouw, en straks kijken we nog even naar een hoveling, iemand aan het hof van de koning. Totaal verschillende mensen, maar dezelfde Jezus, dezelfde hoeksteen die alles aan elkaar verbindt.
Zo bouwt God. En dat cement, de liefde, is geen cement dat wij zelf maken. We kopen het niet bij de bouwmarkt, mengen het met water en beginnen dan te metselen. Nee, het is de liefde van God. Die stroomt ook door deze vrouw heen. Ze schaamde zich en wilde eigenlijk niet gezien worden, niet onder de mensen komen. Maar de liefde van God raakt haar zo diep dat ze er helemaal niet meer bij stilstaat en de stad in gaat om te vertellen wie ze ontmoet heeft. Liefde van binnenuit, dat borrelen, dat levende water dat in ons opwelt en eruit moet. Jezus geeft het leven. Hij is het levenssap dat door de boom heen stroomt, en wij mogen de vruchten dragen.
Dat maakt onze reactie niet onbelangrijk. Integendeel, het maakt haar echt. Dus goed doen: niet afgedwongen, niet gekocht, niet als ruilmiddel voor meer genade, maar als iets wat van binnenuit geboren wordt, vanuit onze relatie met Jezus. Dat is meer dan het gewone. Liefhebben wanneer liefde iets kost. Barmhartig zijn, vergeven. Dienen en goed doen zonder dat iemand daar applaus voor geeft. Bidden zonder toneel. Geven zonder gezien te worden en zonder erkenning te krijgen voor wat je geeft. Dat zijn geen losse prestaties; het zijn vruchten. Dingen die gaan groeien omdat het leven door ons heen stroomt. Het leven van Christus.
Geduld, en geloof op Zijn woord
Dan kijk ik weer even naar mijn kas, want ik vind daar zoveel mooie vergelijkingen. Ik heb puntpaprika's hangen, al een week of vier, vijf, van die lange paprika's, en ze zijn nog groen als gras. Je moet wachten tot het eerste rode puntje komt, en dan wordt hij binnen een paar dagen ineens rood. Elke dag hoop ik weer een stukje rood te zien, maar nee, ze blijven gewoon groen. Het zijn vruchten, maar ze zijn nog niet klaar. Eigenlijk hoor ik God dan ook, ook door deze preek heen, tegen mij zeggen: heb maar geduld, het komt.
Daarnaast heb ik chilipepers staan. Ik heb er al een handvol knalrode geplukt, maar er hangen er nog een stuk of twintig die ook nog groen zijn. De tomaten zijn al begonnen, de eerste zijn al rood. Maar die paprika's blijven maar groen. Tussen elke vrucht zit een verschil in geduld, en elke boom, elk mens, is anders. Bij de een komen vruchten misschien sneller. Bij deze vrouw kwam het, als je haar getuigenis een vrucht mag noemen, in één keer: het was er en het was meteen rijp. Soms moeten we met onszelf en met elkaar geduld hebben als bepaalde vruchten langer uitblijven dan we zelf graag zouden willen. Maar die vruchten komen. Waarom? Omdat we geënt zijn. Jezus is de ware Wijnstok; in Johannes 15 komen we daar over een paar hoofdstukken nog op terug. Hij is de kern, de stam waar de levenssappen doorheen gaan. Maar: geduld.
Dan hebben we als laatste nog de hoveling, een tweede verhaal aan het eind van Johannes 4. Een compleet ander slag mens: geen Samaritaan, maar een koninklijke hoveling komt naar Jezus. Zijn zoon is ernstig ziek. Hij zoekt Jezus op en zegt eigenlijk: U moet met mij meegaan, mijn zoon is ziek en U kunt hem genezen. Je voelt de spanning. Gaat Jezus mee of gaat Hij niet mee? Hij wil geen discussie en geen gesprek, hij wil één ding: Jezus, kom mee en doe iets. Red mijn zoon.
De koninklijke hoveling zei tegen Hem: Heere, kom voordat mijn kind sterft. Jezus zei tegen hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de man geloofde het woord dat Jezus tegen hem zei, en ging heen. — Johannes 4:49-50 (HSV © Stichting HSV)
Jezus gaat niet mee. Hij zegt: uw zoon leeft. Punt. En wat staat er? De man geloofde Jezus op Zijn woord en ging heen. Jezus spreekt, de man vertrouwt, en dan gaat hij. Het is niet zijn gaan dat het wonder verdient, maar in zijn gaan laat hij zijn vertrouwen zien. Hij geloofde Jezus op Zijn woord en ging, in gehoorzaamheid: Jezus heeft gesproken, en daarom durf ik te gaan. En het wonder gebeurt. Terwijl hij onderweg is naar huis, komen zijn dienaren hem tegemoet: uw kind leeft. Wanneer is dat gebeurd? Gisteren, op het zevende uur. Precies het moment waarop Jezus zei: uw zoon leeft.
Ook dat is geen transactie. Hij komt bij Jezus om hulp, Jezus zegt dat het gebeurd is, en op dat geloof gaat hij. Geloof krijgt handen en voeten. Zowel de Samaritaanse vrouw als de hoveling ontvangen een openbaring, een woord van de Heer, en ze gaan. En de Samaritanen horen een getuigenis en komen. Er zit beweging in.
Genade maakt niet passief. Je kunt denken: ik hoef alleen maar achterover te leunen. Maar genade is geen hangmat. Niet: ik ga lekker liggen, ik kijk naar de genade en Jezus doet het allemaal wel. Nee, er is toch actie nodig. De vrouw ging, de hoveling ging, en de Samaritanen moesten ook de stad uit om Jezus te ontmoeten. Jezus ging niet als een soort rijdende karavaan alle huizen langs op huisbezoek; ze kwamen naar Hem toe. Er is beweging en reactie. Maar het zijn niet de werken die de genade oproepen; het is de genade die de werken laat voortvloeien als vruchten.
Kijk, leef, blijf kijken
Misschien zit je hier vandaag en heb je, net als ik, groene paprika's in je leven hangen. Je denkt: ik zie die vruchten nog niet zo sterk. Je ziet wel dat ze beginnen te komen. Je krijgt wat meer geduld met je buurman of je collega, maar je mist nog die diepere liefde. Sommige dingen hebben tijd nodig. Maar laten we ons inhouden en niet kant-en-klare appels gaan kopen bij de supermarkt om ze netjes met haakjes in onze boom op te hangen, om te laten zien: kijk, we hebben wel vruchten.
We kijken naar Jezus. Zoek Hem op, lees de Bijbel, bid, spreek er met anderen over, en richt je ogen op Hem. Blijf kijken, ontvang het leven, en ga het ook uitleven. Vorige week was het "kijk en leef". Vandaag plak ik er nog twee woorden aan vast: kijk, leef, blijf kijken. Want hoe meer we Jezus blijven aanschouwen, hoe meer we naar Hem blijven kijken, hoe meer Zijn vrucht in ons gestalte krijgt.
En dan hoop ik dat we, net als die vrouw, zonder het zelf door te hebben onze kruik achterlaten en een wandelende getuige worden. Niet gedwongen, niet omdat het moet of omdat het hoort, maar als een natuurlijke reactie van het levende water dat in ons binnenste opwelt en eruit wil. Kom kijken naar Jezus, die mij genade gaf, die niet wegliep, die levend water geeft, de Redder van de wereld.
Daar staat een klein stukje tussen dat ik nog niet gelezen heb, en dat gaat over de oogst. De discipelen komen terug bij Jezus en zeggen eigenlijk: hebt U geen honger? Het is midden op de dag. Jezus antwoordt dat het doen van de wil van Zijn Vader Zijn voedsel is. En dan zegt Hij:
Zegt u niet: Nog vier maanden, en dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u: Sla uw ogen op en kijk naar de velden, want zij zijn al wit om te oogsten. — Johannes 4:35 (HSV © Stichting HSV)
Sla uw ogen op en kijk. Niet wachten tot de oogst vanzelf komt, maar nu je ogen opslaan. De discipelen dachten nog: over vier maanden is het oogsttijd. Maar het is nu tijd om te oogsten. Er is altijd tijd om te oogsten. Kijk, en dan maakt de genade ons niet passief, maar opent ze onze ogen voor een veld dat al wit staat om te oogsten. Genade is geen hangmat.
De volgende keer wil ik naar Johannes 5. Dat gaat over een man die niet in een hangmat lag, maar al achtendertig jaar op een matje lag te wachten. En Jezus zegt tegen hem: sta op. Daar gaan we de volgende keer verder mee.
Voor vandaag is er één uitnodiging: kijk naar Jezus, en blijf kijken. Want aan een dode boom groeien geen levende vruchten. Maar wanneer Christus je leven geeft, gaan de dingen groeien van binnenuit. Soms langzaam, soms verrassend snel, zoals bij de Samaritaanse vrouw, en soms op plekken waar je het niet had verwacht. Dat je ineens merkt: normaal zou ik zo reageren, maar nu doe ik iets anders. Kom en zie. Kijk naar Hem.
Amen.
