Waarom herkenden de Emmaüsgangers Jezus pas bij het breken van het brood?

Kort antwoord

De Emmaüsgangers liepen urenlang naast Jezus zonder Hem te herkennen, omdat hun ogen gesloten werden gehouden (Lukas 24:16). Onderweg opende Hij de Schriften en ging hun hart branden, maar pas toen Hij aan tafel het brood nam, zegende, brak en gaf, gingen hun ogen open. In dat gebaar zagen ze Wie Hij was: de Heer die Zichzelf geeft. Daarom is het breken van het brood een herkenningsmoment.

In dit artikel
  1. Wat gebeurde er op weg naar Emmaüs?
  2. Waarom zagen ze Hem niet?
  3. Wat deed Jezus onderweg?
  4. Wat gebeurde er aan tafel?
  5. Waarom zegt Lukas dat hun ogen 'geopend' werden?
  6. Waarom verdween Hij meteen?
  7. Wat betekent dit voor ons?

Wat vind jij?

Herken je dit, heb je een vraag of zie je het anders? Je reactie is welkom.

Plaats een reactie

Twee mensen lopen op de avond van de opstanding van Jeruzalem naar Emmaüs, een wandeling van een paar uur. Ze hebben de hoop opgegeven. Onderweg sluit er een vreemdeling bij hen aan, die het hele stuk met hen meeloopt en hun de Schriften uitlegt. Pas aan het eind van de dag, aan tafel, zien ze dat het Jezus is. Waarom zo laat? En waarom juist op dat moment?

Wat gebeurde er op weg naar Emmaüs?

Lukas vertelt dat de vrouwen het graf leeg hadden gevonden en dat engelen hun hadden gezegd dat Jezus leeft. De discipelen geloofden het niet. Petrus ging kijken, vond het graf leeg, maar zag Jezus niet. In die verwarring gaan twee volgelingen, van wie er één Kleopas heet, op weg naar huis.

En het gebeurde, terwijl zij met elkaar spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus Zelf bij hen kwam en met hen meeliep. Maar hun ogen werden gesloten gehouden, zodat zij Hem niet herkenden. — Lukas 24:15-16 (HSV © Stichting HSV)

Ze vertellen de onbekende wat er gebeurd is, en in één zin hoor je hun hele teleurstelling: "wij hoopten dat Hij het was Die Israël zou verlossen." Verleden tijd. Ze hebben de verhalen van de vrouwen gehoord, maar het blijven verhalen.

Waarom zagen ze Hem niet?

Er zijn mensen die denken dat Jezus er na Zijn opstanding zo anders uitzag dat Hij onherkenbaar was. Lukas zegt iets anders. Hij schrijft niet dat Jezus' gezicht veranderd was, maar dat hun ogen gesloten werden gehouden. Het werkwoord staat in de lijdende vorm. Er gebeurde iets met hun ogen, en de tekst suggereert dat het niet alleen aan hun verdriet lag. Het niet-herkennen hoort bij het verhaal dat God aan het vertellen is.

Dat valt nog meer op als je het naast andere opstandingsverhalen legt. Tegen Thomas zegt Jezus: kijk naar Mijn handen, leg je hand in Mijn zijde. Daar gaan de ogen open door te zien en aan te raken. Bij de Emmaüsgangers doet Jezus juist het omgekeerde. Hij laat Zijn handen niet zien. Hij laat ze lopen in een soort schemer, waarin ze Hem wel horen, maar niet zien.

Ik denk dat dit verhaal daarmee een voorbeeld is voor iedereen die na hen komt. Jezus zei tegen Thomas: zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven. De Emmaüsgangers zijn de eersten die het zo moeten doen: zonder Hem te zien met Hem wandelen. Precies zoals wij.

Wat deed Jezus onderweg?

Wat Jezus níet doet, is Zijn littekens laten zien. Hij begint bij de Schriften.

En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was. — Lukas 24:27 (HSV © Stichting HSV)

Een Nieuw Testament was er nog niet. Jezus vertelt de verhalen die ze al kenden, over de grote dingen die God met Israël had gedaan, en laat zien dat Hijzelf daar steeds in staat. Hij plakt Zichzelf niet achteraf in die verhalen. Hij onthult wat er altijd al stond.

Dat doet iets met de twee. Achteraf zeggen ze tegen elkaar: "Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en voor ons de Schriften opende?" Dat branden is geen opgepepte emotie. Het is een vlam die van binnenuit begint te gloeien, omdat Gods Geest er zuurstof bij blaast. Toch is het opvallend: met een brandend hart herkenden ze Hem nog steeds niet. De uitleg bereidde hun hart voor, maar opende hun ogen nog niet.

Wat gebeurde er aan tafel?

Bij Emmaüs doet Jezus alsof Hij verder wil gaan. De twee dringen aan: "Blijf bij ons, want het is tegen de avond." Hij gaat mee naar binnen. En dan gebeurt het.

En het gebeurde, toen Hij met hen aan tafel aanlag, dat Hij het brood nam en het zegende. En toen Hij het gebroken had, gaf Hij het aan hen. En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. — Lukas 24:30-31 (HSV © Stichting HSV)

Let op wie hier de gastheer is. Jezus is de gast, maar Hij neemt het brood en spreekt de zegen uit, zoals het hoofd van de tafel doet. Hij nam, zegende, brak en gaf. Dat patroon had Lukas al eerder beschreven. Bij de wonderbare spijziging nam Jezus de broden, zegende ze, brak ze en gaf ze aan de discipelen om uit te delen (Lukas 9:16). En op de avond voor Zijn dood:

En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. — Lukas 22:19 (HSV © Stichting HSV)

Of de twee Emmaüsgangers bij die laatste maaltijd waren, vertelt Lukas niet; daar zaten de twaalf. Maar ze kenden dit gebaar. Zo deed Hij het altijd. In de manier waarop Hij het brood breekt en weggeeft, zien ze opeens Wie er tegenover hen zit.

Het breken van het brood betekent in Lukas meer dan de maaltijd beginnen: het is het gebaar waarin Jezus laat zien dat Hij Zichzelf geeft.

Ik ben een beelddenker, en ik stel me dat moment graag voor als een film. Een onbekende man met twee stukken brood in Zijn handen. Hij reikt je een stuk aan, en op het moment dat je het uit Zijn hand pakt, zie je die hand heel even van dichtbij. En je ziet het litteken. Dat staat niet in de tekst, het is mijn eigen voorstelling. Maar het vat samen wat Lukas laat zien: onder het brood dat Jezus geeft, ligt Zijn leven, getekend in Zijn handen.

Waarom zegt Lukas dat hun ogen 'geopend' werden?

Veel uitleggers wijzen op een echo die de eerste lezers mogelijk hoorden. In Genesis 3 eten de eerste mensen van de verboden vrucht, en dan staat er: "Toen werden de ogen van beiden geopend." In de Griekse vertaling van het Oude Testament die in Lukas' tijd veel gelezen werd, staat daar hetzelfde werkwoord als in Lukas 24:31. In Eden ging met het eten iets kapot, en gingen de ogen open voor schaamte. In Emmaüs wordt er opnieuw gegeten, maar nu uit de hand van de opgestane Heer, en gaan de ogen open voor Hem. Of Lukas die verbinding bewust legde, weten we niet zeker. Maar het past bij alles wat het Evangelie wil zeggen: wat in het begin verloren ging, wordt in Jezus hersteld.

Waarom verdween Hij meteen?

Je zou denken dat Jezus nu zou blijven. Hij verdwijnt juist op het moment dat ze Hem herkennen. Ik denk dat dat geen toeval is. Ze hoeven Hem niet meer met hun ogen vast te houden, want ze weten nu dat Hij er is, ook als ze Hem niet zien. Ze hebben Hem leren herkennen in de Schriften en in het gebroken brood, en dat zijn precies de plekken waar Zijn volgelingen Hem daarna steeds zouden vinden. Lukas vertelt in Handelingen dat de eerste gemeente volhardde in de leer van de apostelen en in het breken van het brood.

En de twee? Ze staan direct op, in het donker, en lopen de hele weg terug naar Jeruzalem. Jeruzalem, de plek van hun pijn en teleurstelling, wordt de plek waar ze het goede nieuws vertellen: Hij is opgestaan, en wij herkenden Hem bij het breken van het brood.

Wat betekent dit voor ons?

We zijn allemaal onderweg, en niemand van ons ziet alles. Vaak loopt Jezus naast ons zonder dat we het doorhebben. Hoe vaak kijk je achteraf terug en denk je: Hij was er gewoon bij, terwijl ik op het moment zelf dacht: waar is God?

Het verhaal van Emmaüs laat zien hoe Jezus met zulke mensen omgaat. Hij loopt niet vooruit en wacht niet tot ze zijn omgedraaid. Hij past Zich aan hun tempo aan en loopt mee, de hele weg. Hij opent de Schriften tot hun hart gaat branden. En Hij laat Zich herkennen in het brood dat Hij geeft.

Daarom is het avondmaal meer dan een ritueel. Het is een herkenningsmoment. Wie het brood aanneemt, mag verwachten wat de Emmaüsgangers overkwam: dat de ogen opengaan voor de Heer die al die tijd al meeliep.

Bronnen

Reacties

Nog geen reacties. Wat raakte jou in dit artikel?

    Dank je wel! Je reactie is ontvangen en verschijnt na goedkeuring.

    Plaats een reactie

    Je reactie verschijnt na goedkeuring. Je e-mailadres wordt nooit getoond.