Preek

Genade in overvloed: van Kana naar de tempel

Waar gaat deze preek over?

Waarom zet Johannes de bruiloft in Kana en de tempelreiniging naast elkaar? Jezus verandert reinigingswater in wijn in overvloed en maakt de tempel weer vrij als huis van gebed. Genade en waarheid gaan hand in hand, en wijzen vooruit naar het kruis en de avondmaalstafel.

In deze preek
  1. Twee verhalen naast elkaar
  2. Op de derde dag
  3. De wijn is op
  4. Gevuld tot aan de rand
  5. Een huis van gebed voor de volken
  6. De tempel van Zijn lichaam
  7. Aan tafel

Twee verhalen naast elkaar

Vorige week begonnen we in Johannes 1, en ik heb het op mijn hart om de komende maanden regelmatig een stuk uit dit evangelie te nemen. Alle vier de evangeliën zijn mooi, maar Johannes heeft een speciaal plekje in mijn hart veroverd. Johannes schrijft anders, en daar gaan we vandaag weer naar kijken.

Eerst wil ik nog even teruggrijpen naar één zin uit vorige week:

Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen. — Johannes 1:17 (HSV © Stichting HSV)

Er is een verschil tussen die twee. De wet is gegeven: die kun je vastpakken, twee stenen tafelen, iets fysieks. Maar genade en waarheid zijn gekomen. Die kun je ontmoeten, en je ontmoet ze in Jezus. Het is niet alleen genade en het is niet alleen waarheid; in Jezus gaan die twee hand in hand. Niet tegenover elkaar, en ook niet eerst het ene en dan pas het andere als beloning. Ze komen samen. Dat is een rode draad die ik door heel het evangelie van Johannes terug zie komen, en vandaag zien we hem weer.

Toen ik gisteravond Johannes 2 opensloeg, kreeg ik eerlijk gezegd een beetje paniek. Het leken echt twee compleet verschillende verhalen. Aan de ene kant de bruiloft in Kana: feest, feest, feest. Aan de andere kant de tempelreiniging: herrie, kabaal, dingen die omver worden gegooid, een zweep. Hoe dan? Waarom staan die twee bij elkaar?

Johannes schrijft terugkijkend. Hij heeft al heel wat jaren achter zich als hij zijn evangelie schrijft, en hij heeft veel gereflecteerd. Wat me opviel: de andere drie evangeliën vertellen de tempelreiniging allemaal aan het eind, in de laatste week in Jeruzalem, vlak voordat het avondmaal gevierd wordt (Mattheüs 21, Marcus 11, Lukas 19). Johannes plaatst hem helemaal vooraan, in hoofdstuk 2. Mijn eerste vraag was dan ook: zijn er dan twee tempelreinigingen geweest? Het is iets zo groots, zo'n spektakel, dat ik denk dat de andere evangeliën het dan ook wel hadden genoemd als het er twee waren geweest.

Johannes zegt zelf aan het eind van zijn evangelie, in hoofdstuk 20, dat hij deze dingen heeft opgeschreven zodat u gelooft. Ik geloof daarom dat Johannes niet chronologisch schrijft, maar dat hij fragmenten uit Jezus' leven pakt en die bij elkaar zet om iets duidelijk te maken. Hier in hoofdstuk 2 staan de bruiloft in Kana en de tempelreiniging naast elkaar. Dan denk ik: daar zit een link in. Maar laten we eerst beginnen met de bruiloft.

En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was daar. En Jezus was ook voor de bruiloft uitgenodigd, en Zijn discipelen. En toen er een tekort aan wijn ontstond, zei de moeder van Jezus tegen Hem: Zij hebben geen wijn meer. Jezus zei tegen haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen. Zijn moeder zei tegen de dienaars: Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het. En daar waren zes stenen watervaten neergezet, volgens het reinigingsgebruik van de Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Jezus zei tegen hen: Vul de watervaten met water. En zij vulden ze tot aan de rand. En Hij zei tegen hen: Schep er nu iets uit en breng het naar de ceremoniemeester; en zij brachten het. Toen nu de ceremoniemeester het water geproefd had, dat wijn geworden was – hij wist niet waar de wijn vandaan kwam, maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het – riep de ceremoniemeester de bruidegom. En hij zei tegen hem: Iedereen zet eerst de goede wijn voor, en wanneer men er goed van gedronken heeft, daarna de mindere; u hebt de goede wijn tot nu bewaard. Dit heeft Jezus gedaan als begin van de tekenen, te Kana in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem. — Johannes 2:1-11 (HSV © Stichting HSV)

Op de derde dag

Kijk naar die eerste zin: "En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea." Vanochtend, toen ik het nog een keer doorlas, bleef ik daaraan haken. Waarom staat daar "op de derde dag"? Was het de derde dag van de bruiloft? Ik ben het laatste deel van hoofdstuk 1 nog eens gaan lezen, en toen dacht ik: hé, er is iets bijzonders.

In Johannes 1:19 begint Johannes te vertellen over Johannes de Doper, bij wie de Joodse leiders komen vragen wie hij is. Dat is dag één. In vers 29 staat: "De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God." Dag twee. Op de volgende dag, dag drie, komen Andreas en een andere discipel (vers 35). En weer de volgende dag, dag vier, roept Jezus Filippus, en ziet Hij Nathanaël onder de vijgenboom (vers 43). Hoofdstuk 1 eindigt dus met vier dagen. En dan begint hoofdstuk 2 met "op de derde dag". Ik ging rekenen: vier plus drie is zeven.

Johannes noemt die dagen heel specifiek; ze staan er echt. En ik denk dat hij dat met een reden doet, want anders zet je dat niet neer. Hij begint zijn evangelie met "In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God." Hij gaat in hoofdstuk 1 vers 1 helemaal terug naar Genesis. Wat was de zevende dag in Genesis? De sabbat, de rustdag van de oude schepping. Maar Johannes vertelt over een nieuwe schepping. En wat is er dan op de zevende dag? Een bruiloft.

Ik dacht eerst: oké, dat is misschien los zand. Maar Johannes heeft nog een boek geschreven, Openbaring, en dat spreekt over het bruiloftsfeest van het Lam. Het is niet zo dat ik dit honderd procent zo kan neerleggen. Maar ik vind het wel heel opmerkelijk dat Johannes zo'n nadruk legt op die dagen, en dat het dan een bruiloftsfeest is in Kana. Ik vond het mooi om mee te nemen.

De wijn is op

Ik ben ooit ceremoniemeester geweest op de bruiloft van een van mijn beste vrienden. Je bent vereerd dat je gevraagd wordt, ik was in elk geval vereerd, en samen met de broer van de bruid ging ik alles voorbereiden. Stukjes regelen, mensen benaderen, zorgen dat die dag helemaal mooi gaat lopen. Op de dag zelf kwam ik erachter dat de broer van de bruid het veel leuker vond om bij de familie te gaan zitten en mee feest te vieren. Geen oordeel naar die man, ik snap het: als je zus trouwt, wil je daarbij zijn. Maar wat heb ik me die dag af en toe opgelaten gevoeld. Er moest van alles geregeld worden, elke keer leek het bijna mis te gaan, en het was de belangrijkste dag van mijn vriend en zijn vrouw. Dat mocht niet in de soep lopen. Uiteindelijk is alles goed gekomen en was het een prachtig feest, maar ik heb wel wat stress gehad.

In Kana was het denk ik nog iets erger. Daar was niet de andere ceremoniemeester weg, daar was de wijn op.

Ik hou van culturen, dus denk even mee in de cultuur van die tijd. Een bruiloft was niet zoals wij dat hier in Nederland doen: 's ochtends aankleden, foto's maken, naar het stadhuis, een taartje, naar de kerk om ingezegend te worden, een groot feest en aan het eind van de avond naar het hotel. Dan heb je een topbruiloft gehad. In Israël duurde een bruiloft dagen, het was een feest van dagen. En dan is de wijn op. Het was niet zo dat je kon zeggen: oké, we stappen over op water. Nee, het was een groot schandaal. Als de wijn opraakte was dat niet alleen jammer, het was iets waar ze jarenlang over zouden praten. Het hele dorp was uitgenodigd. Als het feest voortijdig moest worden afgebroken omdat er geen wijn meer was, stond de reputatie van dat jonge stel op het spel. Het huwelijk was nog maar net begonnen en al besmet met schaamte.

Wie ziet het probleem als eerste volgens Johannes? Niet de ceremoniemeester, niet de bruidegom, niet de gasten. Het is Maria, de moeder van Jezus. Ze ziet het, ze voelt de schaamte aankomen, en ze gaat meteen naar Jezus toe. En dan antwoordt Hij: "Vrouw, wat heb Ik met u te doen?"

Als ik zo tegen mijn moeder had gepraat, ging de pantoffel uit en kwam ze me achterna, want zo praat je niet tegen je moeder. Dat woordje "vrouw" klinkt in onze oren kil. Maar Johannes gebruikt het later in zijn evangelie nog een keer. Als Jezus aan het kruis hangt en Maria en Johannes onder het kruis ziet staan, zegt Hij tegen Zijn moeder: "Vrouw, zie, uw zoon" (Johannes 19:26). Dat woord is niet neerbuigend, het is juist verhogend, een respectvolle aanspreekvorm. Ik denk dat Johannes het hier bewust gebruikt. Zoals we vorige keer zagen: de Jezus die Johannes beschrijft is in zijn ogen al de verheven, opgestane Heer, die is opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God de Vader. Hij spreekt haar aan met een formele, eervolle titel, vanuit wie Hij is.

Dan "wat heb Ik met u te doen?" Daar zit wel iets van afstand in. Die uitdrukking komt ook in het Oude Testament voor, bijvoorbeeld bij David in 2 Samuël 16:10 en 19:22. Het betekent zoiets als: ik moet mijn ding doen, jij moet jouw ding doen, en dat moet je accepteren. Beide zijn waar. Hij eert haar met het woord "vrouw", maar tegelijk zegt Hij: Ik moet doen wat Ik moet doen, en daar mag je je niet mee bemoeien. Op dat zinnetje "Mijn uur is nog niet gekomen" kom ik straks terug.

Kijk wat Maria doet. Ze pakt niet haar pantoffel of haar slipper, zoals mijn moeder gedaan zou hebben, en ze rent Hem niet achterna met "je moet luisteren naar je moeder". Ze gaat naar de dienaars en zegt: "Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het." Wat een statement is dat. Eigenlijk zou ik de preek daarmee al kunnen afsluiten: alles wat Jezus zegt, doe dat. In heel Johannes horen we Maria alleen hier spreken; de rest van het evangelie is ze stil. En het laatste wat we haar horen zeggen is dit: wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het. Ik denk dat als we dat alleen al gaan doen, ons leven er anders uit zal zien.

Wat ik nog zo mooi vind aan dit verhaal: er is een dreigend probleem, maar er is niemand die voor de knieën van Jezus valt en smeekt om een wonder. Niemand die naar Hem toe komt met "Heer, help ons". Het wordt gezien door Maria, Jezus wordt erop attent gemaakt, en Hij gaat ermee aan de slag. Nog voordat het probleem er is, is Hij al aan het werk.

Gevuld tot aan de rand

Maar Hij doet iets vreemds. Bij de wonderbaarlijke spijziging zou je denken: pak een paar manden met druiven, hef ze omhoog, bid, en je hebt manden vol druiven. Daar kun je dan sap van maken. Het is ook niet zo dat Hij de bestaande bekers wijn omhooghoudt. Nee, Hij vraagt om water, en Johannes vertelt er precies bij waar dat water in moet: zes stenen watervaten, "volgens het reinigingsgebruik van de Joden".

Ook dat is weer een detail. Ik heb echt onderzoek gedaan, en nergens in de geschiedenis of in de boeken staat dat de Joden zes kruiken moesten hebben. Ze hadden wel kruiken met water om zich te reinigen voordat ze aan de maaltijd konden deelnemen. Het reinigingsgebruik was een ritueel: je schoonwassen om aan het feest te mogen deelnemen, water om handen te wassen en vaten schoon te maken. Religieus zuiver. Het is dus geen decoratie, het is niet zo dat er toevallig handig zes vaten staan. Die vaten hebben een doel.

En Jezus verandert niet zomaar water in wijn. Hij zegt niet: schep maar gewoon water en iedereen krijgt wijn. Hij wijst specifiek naar die vaten en zegt: vul ze. En ze worden gevuld tot aan de rand. Ik denk dat Johannes hier in de theologie die hij neerzet ook een verwijzing maakt. Het waren reinigingsvaten. Water om je te reinigen, water van de religie, water waarmee je jezelf schoon probeert te maken voor God. En Jezus verandert dat in wijn, de wijn van het feest. Hij vervangt niet alleen een vloeistof door een andere; ik denk dat Hij hier een eerste teken geeft. Johannes noemt het ook een teken, niet een wonder. Een teken waarin Hij het oude ritueel vervangt door wijn. En vandaag vieren we avondmaal, en dan denken we aan wijn, en wijn staat symbool voor het verbond. Ik weet niet zeker of ik dit er allemaal zo in mag zien, maar ik vind het wel heel mooi hoe Johannes het neerlegt, en ik geloof dat hij er echt een bedoeling mee heeft.

Er is nog iets. In de Hebreeuwse getallensymboliek is zes een getal dat net niet compleet is. Zeven is volheid; zes is het getal van de mens, net niet. En Johannes noemt zes vaten. Hij zegt niet: er stonden een paar vaten, pak ze. Nee, er staat zes. Doe ermee wat je wil, maar ik vind het net iets te specifiek voor Johannes om het toeval te noemen.

En ze worden gevuld tot aan de rand. Tot aan de rand betekent: nog één druppeltje erbij en het stroomt over. Het is vol, voller kan niet. Genade is niet maar net genoeg. Genade is in overvloed. Elk vat had een inhoud van twee tot drie metreten, en een metreet is ruim 39 liter. We praten hier dus over zo'n vijfhonderd tot zevenhonderd liter wijn. Voor een feestje. Ik denk niet dat Jezus hier zegt: drink jezelf maar lekker ladderzat. Maar als we de wijn mogen zien als symbool voor genade, als symbool voor een ritueel dat vervangen wordt door een nieuw ritueel, het avondmaal, dan is het een nieuwe betekenis van wijn, van het verbond, van de genade. In overvloed, meer dan genoeg. Paulus zegt het ook:

De wet echter kwam er nog bij opdat de overtreding zou toenemen, maar waar de zonde is toegenomen, daar is de genade meer dan overvloedig geweest. — Romeinen 5:20 (HSV © Stichting HSV)

Er staat niet: waar de zonde toenam, bleef de genade gelijk. Vol is vol, dat is genoeg? Nee, de genade nam in overvloed toe. De genade moest er een tandje bij zetten om de zonde te overwinnen.

Ik merk dat ik in mijn handel en wandel soms nog teruggrijp naar die vaten met water. Dan denk ik: ik moet mijn handen wassen, ik moet mezelf schoonmaken, ik moet me heiligen, ik moet me reinigen, anders mag ik niet bij God komen. Ik denk dat dit een les is voor ons allemaal. In Hem zijn we schoongewassen, en Hij neemt wat nog niet af is, het aardse, het religieuze ritueel, en verandert dat in een feest als we met Hem gaan wandelen. Een feest met Hem.

Dan dat zinnetje dat ik liet liggen: "Mijn uur is nog niet gekomen." Johannes gebruikt het woord "uur" niet losjes. In heel zijn evangelie wijst het, elke keer als het gaat over "Mijn uur" of "Zijn uur", naar één ding: het kruis. Het uur waarop Hij zal sterven en waarop Hij verheerlijkt zal worden, en die twee vallen bij Johannes samen. Dus hier, op een vrolijke bruiloft waar feest is, plezier en dans en heel veel wijn, kijkt Jezus al verder, naar het kruis, naar Golgotha. Ik krijg er rillingen van dat Jezus op zo'n feest in Zijn hoofd al bezig was met waarvoor Hij gekomen was. Er is geen vreugdevol moment in de Bijbel dat los staat van het kruis. Het kruis staat ook hier centraal.

Ik denk dat Hij hier een voorproefje geeft van wat er gaat komen, van een andere beker die Hij later zal optillen als Hij zegt: dit is Mijn bloed, dat voor jullie vergoten wordt. Ik ga niet beweren dat alles in Kana theologisch heel strak naar het kruis wijst. Maar het staat er wel. Jezus legt zelf de link, en Johannes legt die link door het op te schrijven: Mijn uur is nog niet gekomen.

Een huis van gebed voor de volken

Dan gaan we naar het tweede deel van het hoofdstuk. Een paar dagen later is Jezus in Jeruzalem, in de tempel. En daar is geen vreugde, daar is woede.

En het Pascha van de Joden was nabij en Jezus ging naar Jeruzalem. En Hij trof in de tempel mensen aan die runderen, schapen en duiven verkochten, en de geldwisselaars die daar zaten. En nadat Hij een gesel van touwen gemaakt had, dreef Hij ze allen de tempel uit, ook de schapen en de runderen. En het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en de tafels keerde Hij om. En Hij zei tegen hen die de duiven verkochten: Neem deze dingen vanhier weg, maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel. En Zijn discipelen herinnerden zich dat er geschreven is: De ijver voor Uw huis heeft mij verslonden. Toen antwoordden de Joden en zeiden tegen Hem: Welk teken laat U ons zien dat U het recht hebt deze dingen te doen? Jezus antwoordde en zei tegen hen: Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem laten herrijzen. De Joden zeiden dan: Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd, en Ú zult hem in drie dagen laten herrijzen? Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam. Toen Hij dan uit de doden was opgewekt, herinnerden Zijn discipelen zich dat Hij dit tegen hen gezegd had, en geloofden zij de Schrift en het woord dat Jezus gesproken had. — Johannes 2:13-22 (HSV © Stichting HSV)

We zien Jezus hier in een heel ander licht. De zachte Jezus die zondaars tegemoet treedt, ze omarmt, met ze aan tafel gaat, Zijn genade schenkt, vergeeft en oproept tot een beter leven, komt op het tempelplein en lijkt te veranderen in iemand die echt boos is. En ik denk ook dat Hij boos is. Ik ben een beetje een beelddenker, en als ik Jezus daar zie lopen, is dat niet "oeps, oeps". Tafels omkeren, een zweep van touwen: dat hele stuk ademt iets uit van een Jezus die bijna agressief lijkt, die echt woest wordt over wat er gebeurt.

Wat raakt Hem dan zo? Het zijn niet de offerdieren die verkocht worden; dat was tempelgebruik en het stond ook in de wet. Maar het huis van ontmoeting is een huis van handel geworden: "Maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel."

Er is nog iets wat deze scène in mijn optiek zwaarder maakt. Het was niet alleen oneerlijke handel op een heilige plek, en het was niet zomaar een plein. Waarschijnlijk vond deze handel plaats in de voorhof van de heidenen, het enige deel van de tempel waar mensen uit de volken mochten komen om God te zoeken en te aanbidden. Juist daar was een markt van gemaakt. Elke koe, elk schaap, elke duif, elk marktkraampje nam een gebedsplek in die bedoeld was voor de wereld om God te ontmoeten, op de enige plek waar ze op dat moment mochten komen. Zo werd hun de toegang feitelijk ontzegd. Geen plek meer van gebed voor de volken, voor de niet-Joden.

Ik denk dat dat de kern is van wat Jezus zo hard raakt. Want in het hele Oude Testament roept God al op om te zorgen voor de arme, de weduwe, de wees en de vreemdeling. En de vreemdeling, dat zijn de buitenlanders, de mensen die niet Israëlitisch waren. Denk aan Ruth de Moabitische. Het raakt Hem. Hij is aan het opruimen, Hij maakt ruimte voor de wereld. Ik denk ook als symbool voor wat er gaat komen: ruimte maken voor de wereld om God te ontmoeten.

De tempel van Zijn lichaam

Dan komen de religieuze leiders: met welk recht doet U dit? En Hij zegt: "Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem laten herrijzen." Zij denken dat Hij het over het gebouw heeft: zesenveertig jaar is hieraan gebouwd en U zult het in drie dagen herbouwen? Maar Johannes legt het ons meteen uit in de zinnen daarna: Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam.

Ik heb ook even gekeken naar het woordje tempel, want in het Grieks zijn er twee woorden voor. Het ene is hieron: dat is het tempelcomplex in zijn geheel, met alle pleinen en voorhoven. Dat woord staat in vers 14 en 15, waar Jezus de handelaars de tempel uit drijft. Het andere woord, dat hier in vers 19 tot 21 wordt gebruikt, is naos. Naos doelt op het heiligdom zelf, het binnenste huis met het heilige der heiligen: de plek waar God woont. Jezus zegt: breek deze tempel af, en Hij heeft het over Zijn eigen lichaam, Zijn naos, de plek waar God woont. Breek het af en Ik zal hem in drie dagen laten herrijzen. Daarmee doelde Hij al op Zijn opstanding.

Jezus zegt dus niet: sloop het hele tempelcomplex maar. Hij zegt: breek het heilige der heiligen af, Mijn lichaam, de plek waar God woont, en binnen drie dagen zal het herbouwd worden. Niet het gebouw, maar de binnenkant, de plek waar God woont, en het zal anders worden.

Zie je hoe die twee verhalen samenkomen? In Kana: een voorbeeld van genade, onverdiend, Jezus die een ramp voorkomt nog voordat iemand erom vraagt. In de tempel: waarheid, Jezus die opruimt wat de toegang tot God blokkeert. Genade en waarheid gaan ook in hoofdstuk 2 hand in hand.

Geen enkel religieus systeem, geen handen wassen, geen offerdieren, geen tempel kan de plek van Jezus vervangen. Jezus is anders, next level. Niet de wet, niet de tempel, niet onze eigen inspanningen om het geestelijk voor elkaar te krijgen, zelfs niet ons geloof als prestatie. We kunnen soms ook een soort markt maken van onze handel en wandel. Maar niets kan Jezus vervangen.

Ik wil God uitnodigen in ons leven. Als we een marktkraampje hebben gemaakt in ons hart, waarin we denken dat we met bepaald religieus handelen God meer eer en glorie kunnen geven, dan zeg ik: Jezus, kom maar binnen en gooi het maar omver. Drijf alles naar buiten wat niet van U is, maar laat het de plek zijn van aanbidding. Mijn hart mag een plek zijn waar God mij ontmoet.

Aan tafel

Het uur van Jezus: daar gaan we zo naartoe, naar het avondmaal. Als je Kana en de tempel niet als twee losse verhalen leest, maar als een beweging, als iets wat Johannes bewust naast elkaar zet, niet in chronologische volgorde maar naast elkaar, dan zie je: Jezus is de nieuwe tempel, de plek waar God woont. Wat begint met religie, reinigingsvaten met water, verandert in wijn. Een tempel met een religieus systeem wordt schoongemaakt en wordt weer een plek van aanbidding, van God zoeken en bidden.

Ik denk dat dat ook is waar het Heilig Avondmaal om draait: de vervanging van een oud systeem door een nieuw. Als Jezus de beker opneemt en zegt dat dit het nieuwe verbond is dat Hij met ons sluit, dan is het oude voorbijgegaan en het nieuwe gekomen.

En nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. — 1 Korinthe 11:24-25 (HSV © Stichting HSV)

Wijn in overvloed, waar niemand om had gevraagd. Dat is de beker die we straks gaan drinken.

Misschien voel je je vandaag alsof je huis nog vol staat met stenen vaten, met reinigingswater, met allerlei rituelen waarmee je denkt dichter bij God te kunnen komen. Wat zo mooi is aan Jezus: Hij vraagt niet om eerst die vaten leeg te gooien, zodat Hij ze daarna met wijn kan vullen. Nee: vul ze maar tot aan de rand met water, en Ik pak het oude en verander het in het nieuwe. Laat Mij maar doen wat Ik doe. Het avondmaal is geen huishoudtaak die eerst afgemaakt moet worden, maar een uitnodiging aan de tafel van de Heer.

Misschien zit je hier vandaag met: mijn wijn is op. In je huwelijk, in je geloof, in je energie om nog door te gaan, in je werk. Dan is dit moment misschien extra voor jou. Want Jezus greep in nog voordat iemand erom hoefde te vragen. Dat heeft Hij in Kana gedaan, dat doet Hij nog steeds, en ook vandaag wil Hij dat doen.

En misschien denk je: ik heb van mijn geloof een systeem gemaakt, een lijst, rituelen, een markt waar ik punten probeer te verdienen bij God. Dan is de tempelreiniging ook voor ons. Niet om te veroordelen, maar om ons uit te nodigen naar de enige plek waar God werkelijk wordt geëerd en waar Hij werkelijk woont. Niet in een gebouw, niet in prestaties, maar in Jezus zelf. En dat gaan we zo vieren.

Laten we bidden.

Vader, dank U wel voor Uw woord. Dank U dat Uw genade nooit wacht tot wij die verdienen. Dank U dat Uw waarheid ons niet verplettert, maar juist bevrijdt. Heer, dank U voor het voorbeeld in Kana, waar U geeft in overvloed, genade, nog voordat wij erom vragen.

Dank U dat U ook het voorbeeld gaf van de tempelreiniging, hoe moeilijk het misschien ook is om ons dat voor te stellen. Dat het ook symbool mag staan voor dingen die in ons hart leven: systemen en plekken die we hebben gegeven aan gebruiken of rituelen, terwijl het een plek van gebed had moeten zijn. Dank U dat U de tempel hebt afgebroken, Uw lichaam dat gebroken werd, wat we straks gaan vieren, maar dat U die tempel ook hebt herbouwd in drie dagen. Zoals U dat hebt beloofd, zo hebt U het ook gedaan.

Vader, leer ons daarin zien dat U niet meer woont in een tent, in een tabernakel, en niet meer in een tempel van steen, maar dat U nu woont in onze harten. Een tempel van vlees en bloed, want in Jezus Christus zijn wij allemaal een tempel van de Heilige Geest. Straks gaan we avondmaal vieren: een moment om U weer te ontmoeten en te gedenken aan het prachtige wonder aan het kruis, waarmee U ons hebt vrijgekocht, en aan het nieuwe verbond dat U met ons hebt gesloten.

Heer, als we aan tafel komen, komen we niet met schone handen of een rein geweten, maar we nemen alles mee wat we bij ons dragen en leggen het aan Uw voeten neer. Vul ons, reinig ons. U bent genadig. Breng ons dichter bij U, zodat we van binnen en van buiten een plek mogen zijn van ware aanbidding in U. In Jezus' naam, amen.

Meer inspiratie