# Wat betekent 'velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren'?

Kort antwoord: Met 'velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren' (Mattheüs 22:14) bedoelt Jezus dat Gods uitnodiging naar velen uitgaat, maar dat niet iedereen er werkelijk op ingaat. Geroepen betekent hier uitgenodigd. De zin sluit de gelijkenis van de koninklijke bruiloft af en gaat niet over een vast aantal geredden.

De zin "velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren" is de laatste regel van de gelijkenis van de koninklijke bruiloft in Mattheüs 22. Jezus bedoelt ermee dat Gods uitnodiging wijd uitgaat, maar dat een uitnodiging ontvangen nog niet hetzelfde is als werkelijk aan het feest deelnemen. Wie de zin losmaakt uit dat verhaal, leest er al snel iets anders in: een God die vooraf een klein groepje uitkiest en de rest laat staan. Het verhaal zelf wijst een andere kant op.

## Waar de zin staat

Jezus vertelt deze gelijkenis in de laatste week voor Zijn kruisiging, in de tempel van Jeruzalem. Hij spreekt tegen de overpriesters en de Farizeeën, die kort daarvoor Zijn gezag hebben aangevochten. Het is de derde gelijkenis op rij over hetzelfde thema: wie geeft werkelijk antwoord aan God? Bij de vorige gelijkenis, over de pachters van de wijngaard, begrepen de leiders al dat Jezus over hen sprak (Mattheüs 21:45).

Het verhaal gaat zo. Een koning geeft een bruiloft voor zijn zoon. De genodigden willen niet komen. Sommigen hebben het te druk met hun akker of hun zaken, anderen mishandelen en doden de boodschappers. Daarna laat de koning iedereen uitnodigen die zijn dienaren op straat tegenkomen, "zowel slechte als goede mensen", en de zaal loopt vol. Dan komt de koning binnen en ziet een man zonder bruiloftskleding. Die man wordt eruit gezet. En dan volgt de slotzin:

> Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
>
> — Mattheüs 22:14 (HSV © Stichting HSV)

Het woordje "want" is belangrijk. De zin is geen losse spreuk, maar een samenvatting van wat er in het verhaal is gebeurd.

## Geroepen betekent uitgenodigd

Het Griekse woord voor "geroepen" is *klētoi*. Het is verwant aan het werkwoord *kaleō*, dat in deze gelijkenis steeds terugkomt: de koning stuurt zijn dienaren uit om de genodigden te roepen, en later om op de kruispunten van de wegen iedereen te roepen die ze vinden. "Geroepen" betekent in dit verhaal dus heel concreet: uitgenodigd voor het feest.

En die uitnodiging gaat ver. Eerst naar de mensen die er vanzelfsprekend bij hoorden, daarna naar de straat, naar mensen die niemand op de gastenlijst had verwacht. Eerder in dezelfde week zei Jezus tegen de religieuze leiders dat tollenaars en hoeren hen voorgaan in het Koninkrijk van God (Mattheüs 21:31). De "velen" zijn dus niet een beperkte groep. Het woord benadrukt juist hoe breed God uitnodigt.

## Wie zijn de uitverkorenen?

"Uitverkoren" is in het Grieks *eklektoi*: gekozen, uitgelezen. In deze gelijkenis zijn dat niet mensen die vooraf op een geheime lijst stonden. Het verhaal laat twee groepen zien die het feest missen: de eerste genodigden, die de uitnodiging afwezen, en de man die wel binnenkwam maar niet paste bij het feest. De "weinigen" zijn wie overblijft: de mensen die de uitnodiging aannamen en er ook werkelijk op ingingen.

Dat betekent niet dat Mattheüs nergens over Gods keuze spreekt. Gods initiatief gaat in de hele Bijbel voorop, en in deze gelijkenis is het de koning die het feest bereidt, de uitnodiging verstuurt en blijft uitnodigen nadat hij is afgewezen. Niemand nodigt zichzelf uit. Maar de gelijkenis legt de nadruk op wat mensen met die uitnodiging doen. Over een vooraf vastgesteld aantal geredden zegt zij niets.

Een praktisch detail: in de Herziene Statenvertaling staat dezelfde zin ook in Mattheüs 20:16, aan het eind van de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard. In de oudste Griekse handschriften ontbreekt hij daar. In Mattheüs 22:14 staat hij in alle handschriften.

## Twee manieren om de uitnodiging te missen

Het verhaal waarschuwt tegen twee heel verschillende fouten.

De eerste genodigden zijn mensen die meenden dat ze er vanzelf bij hoorden. Ze hadden de uitnodiging al lang, maar toen het feest klaar was, hadden ze andere dingen te doen. In de context van Mattheüs zijn dat de religieuze leiders die Jezus afwezen, de Zoon voor wie het feest bedoeld was. Hun probleem was niet dat Gods uitnodiging te klein was, maar dat zij de Koning die uitnodigde niet wilden erkennen.

De man zonder bruiloftskleed is een ander geval. Hij heeft de uitnodiging wel aangenomen en zit aan tafel. Toch past zijn aanwezigheid niet bij het feest. Wat dat kleed precies voorstelt, legt Jezus niet uit, en uitleggers verschillen daarover. Dat werk ik uit in een apart artikel over [wat het bruiloftskleed in Mattheüs 22 betekent](https://bijhetvuur.nl/geloofsvragen/bruiloftskleed-mattheus-22/). Duidelijk is in elk geval dat binnen zijn niet automatisch hetzelfde is als erbij horen. Het hele evangelie van Mattheüs zegt dat: niet ieder die "Heere, Heere" zegt, gaat het Koninkrijk binnen, maar wie de wil van de Vader doet (Mattheüs 7:21).

## Geen angstzin, maar een eerlijke zin

Sommige mensen lezen deze tekst met een knoop in hun maag. Hoor ik bij de weinigen? Wat als ik niet uitverkoren ben? Die angst is begrijpelijk, maar ze leest de gelijkenis verkeerd.

Het verhaal begint met een koning die een feest geeft en wil dat de zaal vol komt. Als de eerste gasten weigeren, stopt hij niet, maar stuurt hij zijn dienaren de straat op. Dat is het hart van de gelijkenis: God nodigt uit, steeds opnieuw, ook mensen die niemand verwachtte. Elders in de Bijbel staat dat God wil dat alle mensen behouden worden (1 Timotheüs 2:4). Wie zich afvraagt of hij welkom is, is al geroepen.

Tegelijk is de zin eerlijk. Genade is geen vrijblijvendheid. Een uitnodiging voor een bruiloft vraagt om een antwoord, en dat antwoord is meer dan een handtekening onder een formulier. De genade die je binnenroept, is dezelfde genade die je leven vernieuwt. Wie het feest van de Koning binnengaat, laat zich door dat feest veranderen. Daarover gaat ook het artikel [is genade een vrijbrief om niets te doen?](https://bijhetvuur.nl/geloofsgroei/is-genade-een-vrijbrief-om-niets-te-doen/)

## De ernst van het slot

De gelijkenis eindigt hard. De man zonder kleed wordt "in de buitenste duisternis" geworpen, waar gejammer is en tandengeknars. Die uitdrukking gebruikt Mattheüs vaker voor het oordeel (Mattheüs 8:12; 25:30). Het zou oneerlijk zijn om die ernst weg te poetsen. Jezus neemt het serieus wanneer iemand Gods uitnodiging afwijst of er een lege vorm van maakt.

Maar het oordeel staat in deze gelijkenis niet los van Gods verlangen. Het verhaal laat een koning zien die keer op keer uitnodigt, die zijn feest niet leeg wil laten en die zelfs de straat op gaat. Het oordeel komt pas wanneer de uitnodiging is afgewezen. Hoe de Bijbel spreekt over oordeel en herstel, lees je in [hoe zit het met de hel?](https://bijhetvuur.nl/geloofsvragen/hoe-zit-het-met-de-hel/)

## Wat de zin dus zegt

"Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren" zegt niet: God nodigt velen uit maar wil er maar weinig hebben. Het zegt: God nodigt ruimhartig uit, maar het komt erop aan wat je met die uitnodiging doet. Je kunt haar afslaan omdat je het te druk hebt, en je kunt binnenkomen zonder dat het feest iets met je doet. De weinigen zijn de mensen die de uitnodiging aannemen en zich laten kleden voor het feest.

Wie de hele gelijkenis wil lezen, met de historische achtergrond en de hoofdstukken eromheen, vindt die in de Bijbelstudie [De koninklijke bruiloft: Mattheüs 22 in zijn context](https://bijhetvuur.nl/bijbelstudie/koninklijke-bruiloft-mattheus-22/).

---

Geschreven door: John Roeland, Oprichter en voorzitter van Stichting bij het VUUR
Gepubliceerd: 30 oktober 2026

Bron: Stichting bij het VUUR, https://bijhetvuur.nl/geloofsvragen/velen-zijn-geroepen-weinigen-uitverkoren/

## Bronnen

- The Gospel of Matthew (NICNT), R.T. France
- Matthew's Trilogy of Parables: The Nation, the Nations and the Reader in Matthew 21.28–22.14, Wesley G. Olmstead
- Matthew 21–28 (Hermeneia), Ulrich Luz
