# Gaat Mattheüs 24 over de verwoesting van Jeruzalem?

Kort antwoord: Mattheüs 24 gaat voor een belangrijk deel over de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in 70 n.Chr. Jezus begint bij de tempel en zegt dat 'dit geslacht' het zal meemaken. Of de hele rede daarover gaat, is omstreden. Veel uitleggers zien in het slot ook een vooruitblik op de wederkomst, waarvan niemand de dag kent.

Mattheüs 24 gaat voor een belangrijk deel over de verwoesting van Jeruzalem en de tempel door de Romeinen in het jaar 70. Dat blijkt uit het begin van het hoofdstuk, waar Jezus aankondigt dat er van de tempel geen steen op de andere zal blijven. Of het hele hoofdstuk over die gebeurtenis gaat, of dat Jezus ook verder vooruitkijkt naar Zijn wederkomst, is onder Bijbelgetrouwe uitleggers al eeuwen een eerlijk verschil van inzicht. Dit artikel legt de belangrijkste lezingen naast elkaar en laat zien wat de tekst zelf zegt.

## Het begint bij de tempel

Mattheüs 24 staat niet op zichzelf. In de hoofdstukken ervoor is Jezus de tempel binnengegaan, heeft Hij de handelaren eruit gedreven, en heeft Hij in gelijkenissen de religieuze leiders aangesproken die Hem afwijzen. Hoofdstuk 23 eindigt met Zijn klacht over Jeruzalem: hoe vaak Hij haar kinderen had willen verzamelen zoals een hen haar kuikens, en zij hebben niet gewild. Daarna zegt Hij dat hun huis verlaten zal worden.

Dan verlaat Jezus letterlijk de tempel. Zijn leerlingen wijzen Hem op de indrukwekkende gebouwen, en Hij antwoordt dat er geen steen op de andere zal blijven. Op de Olijfberg vragen ze Hem wanneer dat zal gebeuren, en wat het teken zal zijn van Zijn komst en van de voleinding van de wereld (Mattheüs 24:3). Die vraag is de sleutel. De leerlingen stellen eigenlijk twee of drie vragen tegelijk. Voor hen hoorde het einde van de tempel waarschijnlijk vanzelf bij het einde van de wereld. Jezus' antwoord laat zien dat die twee niet samenvallen.

## Wat er in het jaar 70 gebeurde

In 66 n.Chr. kwamen Joodse opstandelingen in verzet tegen Rome. Vier jaar later belegerde het Romeinse leger onder Titus Jeruzalem. De stad werd ingenomen, de tempel brandde af en werd verwoest. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die de oorlog van dichtbij meemaakte, beschrijft in *De Joodse Oorlog* de honger, de verdeeldheid in de stad en de omvang van de verwoesting. Hij moet kritisch gelezen worden, want hij schreef in dienst van de Romeinen, maar de hoofdlijn staat vast.

Veel details in Mattheüs 24 passen daar opvallend goed bij: oorlogen en geruchten van oorlogen, vervolging van de leerlingen, valse messiassen, en de oproep aan wie in Judea is om naar de bergen te vluchten (Mattheüs 24:16). Volgens een overlevering die de kerkhistoricus Eusebius doorgeeft, vluchtte de christelijke gemeente van Jeruzalem vóór de belegering naar Pella, aan de overkant van de Jordaan. Lukas, die dezelfde rede weergeeft, spreekt zelfs concreet over Jeruzalem dat door legers omsingeld wordt (Lukas 21:20).

## "Dit geslacht"

De zin die het debat het meest bepaalt, staat aan het eind van het eerste deel van de rede:

> Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal zeker niet voorbijgaan, totdat al deze dingen gebeurd zijn.
>
> — Mattheüs 24:34 (HSV © Stichting HSV)

Het Griekse woord *genea* betekent in Mattheüs gewoonlijk de generatie die op dat moment leeft. Een hoofdstuk eerder zegt Jezus dat al het bloed van de profeten "over dit geslacht" zal komen (Mattheüs 23:36), en daar gaat het duidelijk over Zijn tijdgenoten. Tussen Jezus' woorden en het jaar 70 zit ongeveer veertig jaar, ongeveer één generatie. Dat maakt het sterk aannemelijk dat "al deze dingen" in elk geval de verwoesting van de tempel omvatten.

Sommige uitleggers lezen *genea* anders, bijvoorbeeld als "dit volk" of "dit soort mensen". Dat is taalkundig mogelijk, maar het past minder goed bij de manier waarop Mattheüs het woord elders gebruikt.

## Vier manieren om het hoofdstuk te lezen

**Volledig preteristisch.** De hele rede, ook de komst van de Mensenzoon, gaat over de gebeurtenissen rond het jaar 70. Deze lezing neemt "dit geslacht" serieus, maar heeft moeite met hoofdstuk 25 en met teksten die zeggen dat niemand de dag kent.

**Gedeeltelijk preteristisch.** Het eerste deel (tot ongeveer vers 35) gaat over de verwoesting van Jeruzalem, daarna kijkt Jezus vooruit naar Zijn wederkomst aan het einde der tijden. Deze lezing ziet in vers 36 een kantelpunt: na "al deze dingen" die binnen een generatie gebeuren, komt "die dag", waarvan alleen de Vader de tijd kent.

**Dubbel perspectief.** Jezus spreekt zoals de profeten van het Oude Testament vaak deden: een nabije gebeurtenis en een verre vervulling schuiven in één beeld over elkaar. De verwoesting van Jeruzalem is dan een voorproef van het laatste oordeel.

**Overwegend futuristisch.** Het grootste deel van de rede gaat over een verdrukking aan het einde der tijden, vlak voor de wederkomst. Deze lezing heeft een lange geschiedenis, maar moet "dit geslacht" anders uitleggen dan Mattheüs het woord elders gebruikt.

Wie eerlijk is, ziet dat elke lezing een sterk punt heeft en een moeilijk vers.

## De moeilijkste verzen: zon, maan en de komst van de Mensenzoon

Direct na de verdrukking spreekt Jezus over een zon die verduisterd wordt, sterren die vallen en de Mensenzoon die komt op de wolken van de hemel (Mattheüs 24:29-31). Voor een moderne lezer klinkt dat als het einde van het heelal. Maar de profeten gebruikten precies deze taal voor de val van een rijk. Jesaja beschrijft de val van Babel met een verduisterde zon en sterren die hun licht niet geven (Jesaja 13:10), en het oordeel over Edom met een hemel die wordt opgerold (Jesaja 34:4). Het kan dus beeldtaal zijn voor een wereldschokkende gebeurtenis in de geschiedenis.

Ook "de Mensenzoon die komt op de wolken" heeft een achtergrond. In Daniël 7 komt iemand als een mensenzoon met de wolken van de hemel naar de Oude van dagen, en ontvangt daar heerschappij. In dat visioen gaat de beweging naar God toe, niet naar de aarde. Daarom lezen sommige uitleggers Mattheüs 24:30 als de hemelse rechtvaardiging van Jezus, die zichtbaar wordt in het oordeel over de stad die Hem verwierp. Tegen de hogepriester zegt Jezus iets vergelijkbaars: "van nu aan" zullen zij de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Kracht en komen op de wolken (Mattheüs 26:64).

Die uitleg is goed te verdedigen, maar blijft omstreden. Andere uitleggers zien in deze verzen wel degelijk de wederkomst. Het eerlijke antwoord is dat de tekst beide lezingen toelaat en dat je hier met bescheidenheid moet spreken.

## "Die dag en dat uur"

Wat alle lezingen gemeen hebben, is dat Jezus Zijn leerlingen niet opdraagt om data uit te rekenen. Midden in de rede staat een zin die elke speculatie afremt.

Hij zegt dat die dag en dat uur aan niemand bekend zijn, ook niet aan de engelen in de hemel, maar alleen aan de Vader (Mattheüs 24:36). Daarna volgen beelden van waakzaamheid: de dagen van Noach, de dief in de nacht, de trouwe en de ontrouwe dienaar. En in hoofdstuk 25 vertelt Jezus over de tien meisjes, de talenten en de schapen en de bokken. Die verhalen zijn niet gericht aan Jeruzalem, maar aan iedereen die op Zijn komst wacht.

Dat is waarom de rede niet volledig kan worden opgesloten in het jaar 70. De verwoesting van Jeruzalem is een historische vervulling van Jezus' woorden, en een ernstige. Maar de oproep om trouw en waakzaam te leven geldt ook voor ons.

## Wat dit niet betekent

Eén conclusie moet je nooit uit dit hoofdstuk trekken: dat God het Joodse volk heeft afgeschreven. Jezus' oordeel richt zich in deze hoofdstukken op de leiders die de Zoon verwierpen, en Hij huilt over de stad die Hij liefheeft. Paulus schrijft later uitdrukkelijk dat God Zijn volk niet heeft verstoten (Romeinen 11:1). De verwoesting van de tempel laat de ernst zien van het afwijzen van de Messias, maar Gods trouw aan Abraham blijft staan. Wie hier de kerk boven Israël plaatst, leest iets in de tekst wat er niet staat.

## Wat wél vaststaat

Mattheüs 24 begint bij een concrete tempel en een concrete generatie, en die woorden zijn in het jaar 70 uitgekomen. Dat geeft vertrouwen in Jezus' woorden: wat Hij zei, gebeurde. Hoe ver de rede daarna vooruitkijkt, daarover verschillen oprechte gelovigen. Maar over de houding die Jezus vraagt, is de tekst helder: geen angst, geen rekenwerk, maar trouw. Het evangelie van het Koninkrijk gaat intussen de wereld in.

> En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.
>
> — Mattheüs 24:14 (HSV © Stichting HSV)

De bredere achtergrond, met de gelijkenis van de koninklijke bruiloft waarin de koning "hun stad in brand" laat steken, staat in de Bijbelstudie [De koninklijke bruiloft: Mattheüs 22 in zijn context](https://bijhetvuur.nl/bijbelstudie/koninklijke-bruiloft-mattheus-22/). Over het moment waarop het voorhangsel in de tempel al scheurde, lees je meer in [wat betekent het scheuren van het voorhangsel?](https://bijhetvuur.nl/geloofsvragen/wat-betekent-het-scheuren-van-het-voorhangsel/) En waarom Jezus eerder in dezelfde week in de tempel ingreep, staat in [waarom reinigde Jezus de tempel?](https://bijhetvuur.nl/geloofsvragen/waarom-reinigde-jezus-de-tempel/)

---

Geschreven door: John Roeland, Oprichter en voorzitter van Stichting bij het VUUR
Gepubliceerd: 30 oktober 2026

Bron: Stichting bij het VUUR, https://bijhetvuur.nl/geloofsvragen/mattheus-24-verwoesting-jeruzalem/

## Bronnen

- The Gospel of Matthew (NICNT), R.T. France
- De Joodse Oorlog, boek 5–6, Flavius Josephus
- Matthew 21–28 (Hermeneia), Ulrich Luz
